Noodhulp aan intellectuelen

Vijftien jaar lang zat uitgever Laurens van Krevelen in het bestuur van het Fonds voor Midden- en Oost-Europese Boekprojecten, dat uitgevers in de voormalige Oostbloklanden helpt. Afgelopen week trad hij terug.

Steun aan uitgevers in de landen van Midden- en Oost-Europa. Daarmee wil het Fonds voor Midden- en Oost-Europese Boekprojecten het intellectuele debat in dat deel van de wereld weer op gang brengen. Zo leerde het Fonds uitgevers hoe ze een budget moesten opstellen, hoe ze hun opslag en distributie konden verbeteren en hoe potentiële lezers beter te bereiken zijn.

,,Uitgeverijen verkeerden onder het communisme in een geprivilegieerde toestand'', zegt Laurens van Krevelen, voormalig directeur van de uitgeverijen J.M. Meulenhoff en PCM en tot vorige week voorzitter van het bestuur van het Fonds. ,,Boeken waren er goedkoop en verschenen in grote oplagen. Het geld kon niet op, omdat het van de staat kwam. Maar nu zijn de kosten niet meer dekkend en zijn de gemiddelde oplagen dramatisch gezakt — in Polen bijvoorbeeld van 50.000 exemplaren naar 3.000. Voor schrijvers uit eigen land bestond aanvankelijk geen publiek meer, al is dat aan het veranderen. Bestsellers zijn er nog wel, maar net als bij ons zijn die vaak afkomstig uit het Angelsaksische taalgebied.''

Na vijftien jaar actief te zijn geweest voor het Fonds, kijkt Van Krevelen (60) tevreden terug op wat er is bereikt, vooral in Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije. ,,In Slowakije hebben we uitgevers een boekenclub laten oprichten, omdat daar zo'n gebrekkige infrastructuur voor boeken is en er maar weinig goede boekhandels zijn'', zegt hij over een van de wapenfeiten van het Fonds. ,,In zo'n boekenclub is alles overzichtelijk en kun je als consument of boekhandelaar snel aan een bepaald boek komen. Maar omdat er geen markt voor boeken meer bestaat, bestaat het gevaar dat er alleen maar pulp verschijnt als er geen nieuwe, interessante schrijvers zijn. Daarom proberen we per land bij te houden wat er mogelijk is om dit te voorkomen.''

Het Fonds richtte zijn activiteiten ook op de literair-culturele tijdschriften, de belangrijkste platforms voor intellectuelen. Van Krevelen: ,,Het waren kernen waar mensen met een onafhankelijke manier van denken zich omheen groepeerden. Je kon die tijdschriften bovendien makkelijker steunen dan de uitgeverijen, die onder het communisme staatsbedrijven waren. Zo hebben we een bijeenkomst georganiseerd van de redacties van de vijftig belangrijkste tijdschriften om over hun logistieke problemen te praten. Het resultaat is dat er nu in Polen een gemeenschappelijk, kostenbesparend distributiesysteem bestaat.''

Het Fonds stelt zich, anders dan veel westerse politieke instellingen, nooit paternalistisch op, aldus Van Krevelen. ,,Aanvankelijk hebben we ons op het standpunt gesteld van dat ze daar precies weten wat ze willen. We zouden alleen kijken of ze zich niet vergisten.''

Sinds het uitbreken van de Balkanoorlog is het Fonds begonnen met de financiering van een groot geschiedenisproject. Daarin verschijnen boeken over onder meer de Stalinterreur en de holocaust, die in veel geschiedenisboeken in Midden- en Oost-Europa nauwelijks worden behandeld. Hierdoor weten maar weinig mensen in die landen wat voor een verschrikkingen er in de eerste helft van de 20ste eeuw hebben plaatsgevonden. ,,Een van de leden van onze raad van advies constateerde toen dat er een groot stuk Roemeense geschiedschrijving ontbrak en dat we daar iets aan moesten doen. Dat plan is doorgetrokken naar de rest van de Balkan. Zo hebben we een boek over Kosovo van de Belg Raymond Detrez in het Sloveens laten vertalen. Op die manier proberen we onderling begrip te kweken voor het verleden van de verschillende landen.''

Inmiddels heeft het Fonds ook een project over de geschiedenis van Europa opgezet. Van Krevelen: ,,De landen in Oost-Europa moeten hun — vaak op mythes gebaseerde — nationale identiteit hervinden en bereid zijn hun soevereiniteit aan Europa over te dragen. Het Fonds gaat nu een reader voor dit project opstellen. Belangrijk is alleen nog dat we nieuwe sponsors vinden.''

Met het vinden van die sponsors heeft het Fonds, dat in Nederland onder meer gefinancierd wordt door het Prins Bernhard Fonds en de Europese Culturele Stichting, het de laatste tijd echter moeilijk ,,Aanvankelijk liepen de Amerikanen voorop,'' zegt Van Krevelen, ,,maar inmiddels hebben zij hun prioriteiten naar hun eigen land en andere delen van de wereld verschoven. Zo richt de Ford Foundation, in het begin een van onze belangrijkste sponsors, zich tegenwoordig op de mensenrechten. Bij de EU hoeven we ook al niet aan te kloppen. Daar vinden ze dat boeken tot de softe sector behoren.''

Ook bij het bedrijfsleven heeft het Fonds bot gevangen, terwijl er met enkele tienduizenden guldens al projecten tot stand zijn te brengen. Van Krevelen: ,,Toen we voor een project voor de ontwikkeling van de jongerencultuur bij CocaCola aanklopten, bleken ze niet geïnteresseerd. Het leek hun te riskant zich te encanailleren met wilde denkers. Terwijl groepen jonge intellectuelen juist zo belangrijk zijn voor de maatschappelijke ontwikkelingen in een land.''