KRITISCH DENKEN VERPLICHT

Ouders in Singapore brengen hun eigen rat race over op hun kinderen: `kop houden en presteren'. Maar de overheid wil nu zelfdenkende scholieren.

`Je moet een standpunt innemen', schreeuwt de lerares Argumenteren-Met-De-Computer haar schaapachtige leerlingen toe. ``Of je het nu eens bent met de stelling of niet.'' De veertienjarige meisjes van de Sint Nicolaas Meisjesschool in Singapore zitten achter computerschermen. Gekleed in het schooluniform met witte T-shirts en helblauwe overgooiers kijken ze glazig en moe naar de stelling die de lerares op hun schermen tovert. Een mening formuleren, dàt zijn ze niet gewend. Er wordt driftig in boeken gebladerd, maar daarin staat niets dat een houvast zou kunnen geven.De les argumenteren is een experiment. De Singaporese overheid wil het onderwijssysteem veranderen. ``Scholen moeten van de regering `denkvakken' in het curriculum opnemen'', legt schoolhoofd Lee Poh See uit. ``Het ministerie van Onderwijs wil dat leerlingen problemen op een creatieve manier oplossen en ook kritischer gaan nadenken.'' Al pratend leidt het trotse schoolhoofd de bezoekers door haar enorme school voor meisjes van zes tot zeventien. Lage muren scheiden de lokalen van de gang en zodra leerlingen Lee aan zien komen lopen, staat de klas op commando van de klassenleidster als één vrouw op en zegt hard: ``Góóód móóórning, Madame Lééé!'' Op dezelfde manier begroeten de meisjes voor elke les de leraar. ``Discipline is zó belangrijk'', legt Lee uit. Ze slaat een verkeerde gang in en als ze terug loopt, komen dezelfde klassen weer één voor één omhoog.

Het door de regering verlangde `kritisch denken' lijkt een ver weg gelegen horizon. Het probleem is exemplarisch voor heel Singapore. Deze stadstaat imiteerde de haven van New York, keek het vliegveld af van Schiphol èn kopieerde het puur op prestatie gerichte schoolsysteem van Japan. Het systeem draait om de kritiekloze houding van leerlingen die opgroeien met het idee dat de leraar alwetend is. Een vraag stellen is uit den boze, want dat betekent gezichtsverlies voor leerling èn leraar die ten overstaan van de hele klas afgaat, omdat hij de stof kennelijk niet goed heeft uitgelegd. Het vermijden van gezichtsverlies bepaalt in Azië de omgangsvormen.

Singapore heeft een opmerkelijke prestatie geleverd door in krap dertig jaar van een onbetekenend Derde-Wereldvlekje uit te groeien tot een van de meest welvarende landen ter wereld. ``En dat'', zo leren alle Singaporezen op school, ``zonder natuurlijke hulpbronnen.'' Onderwijs zien de Singaporezen als doorslaggevend voor het door hen afgeleverde wonder. En net als in de samenleving staat in dat onderwijs één typisch Singaporees begrip centraal: kiasu, angst om te verliezen. Presteren en excelleren is de norm, ook in het onderwijs.

Het heeft Singapore gebracht waar het nu is, maar daar zal het volgens het ministerie van onderwijs dan ook bij blijven. Die kritiekloze, eenzijdige afhankelijkheid van `de leraar' (c.q. de superieur op het werk) – brengt Singapore niet meer verder. Sterker nog, het heeft van de Singaporese werknemer zo ongeveer een robot gemaakt, klagen de buitenlandse bazen. ``Ook al zitten we fout, ze doen precies wat wij ze opdragen'', valt steeds aan de borreltafel van expatriats te horen, ``en o wee als ze zelf moeten beslissen of improviseren. Dan slaan ze dicht of gaan op zoek naar procedures en handleidingen.''

Creativiteit

De regering pakt dit erkende probleem bij de wortel aan en decreteert dat alle kinderen – de toekomstige werknemers – voortaan zelfstandig moeten leren denken. Creativiteit zal beloond worden, vragen stellen mág, peuters hoeven geen huiswerk meer te maken en iedereen mag buiten de lijntjes kleuren.

Er is echter één probleem: de ouders willen het niet en frustreren de overheidsambities. ``Ouders zitten hier allemaal in dezelfde kiasu-wedstrijd'', zegt Jane Nadarajoo die twee jaar geleden een kleuterschool is begonnen omdat ze geen `kindergarten' kon vinden waar haar zoontje ook mocht spelen. ``De ouders moeten zelf presteren. Ze hebben weinig tijd voor opvoeding en laten dat over aan commerciële scholen. Tegelijk brengen ze hun rat race over op het kind. Dat moet een voorsprong hebben op alle kinderen van hun vrienden en familie. En wel voordat het op zesjarige leeftijd naar de lagere school gaat. Dus wat doen de ouders? Ze brengen hun kinderen naar een kleuterschool die ze die `headstart' belooft. Sommige kinderen gaan zelfs naar twee schooltjes: één 's morgens en één 's middags.''

Op tienjarige leeftijd doen alle kinderen een toets en de uitkomst daarvan bepaalt in sterke mate hun toekomstige schoolcarrière. Komt het kind ongunstig uit die test, dan kan het hoger onderwijs later wel vergeten: voor laatbloeiers is geen plaats in Singapore. Doordat dit examen zo vroeg komt, ligt er al zware druk op de kleuterperiode. De dure, commerciële kindergartens garanderen meetbare resultaten. Er zijn kleuterscholen die beloven dat als ze klaar zijn met het kind, het honderd moeilijke woorden zoals aeroplane kan spellen en een grammaticaal juiste zin van tien woorden kan schrijven. Zelfs kan de kleuter dan al optellen, aftrekken en vermenigvuldigen.

TIKKEN

Een kleuterschool kan ook gespecialiseerd onderwijs aanbieden. Computertots (computerkleuters) heet het schooltje waar Darren Lam een paar uur per dag zit te klikken en te tikken. ``Ik wil Darren een voorsprong geven'', zegt Tracy Lam over haar tweeëneenhalf jaar oude zoontje, ``daarom heb ik hem op computerles gedaan.'' Altijd weer dat woord: `headstart' - voorsprong. ``Dat willen alle ouders nu eenmaal. We beginnen binnenkort met computerlessen voor vijftien maanden oude baby's'', zegt computerkleuterjuf Dawn Tam serieus. ``Als het kind heel jong is, staat het nog overal voor open en slaat het de computerlessen als het ware op in het onderbewustzijn. Als ze ouder zijn, lukt dat niet meer.''

Steven Seow, vader van twee dochters van veertien en zestien en een zoon van twee, denkt al lang niet meer zo. De zakenman vindt zichzelf een uitzondering als ouder, omdat hij tegen zijn dochters heeft gezegd: ``Doe maar wat je zelf wilt. Je hoeft die universiteit niet te halen.'' Seow kon het niet langer aanzien, zoals zijn kinderen uitgeput tot middernacht boven hun boeken hingen om de volgende ochtend toch weer om zes uur in de schoolbus te zitten. Hij begrijpt dat de Singaporese regering het onderwijsroer om wil gooien, maar doet dat volgens hem precies verkeerd. ``Ze vervangen niet het ene door het andere, maar maken het bestaande groter. Buitenschoolse activiteiten zoals sport, toneel, muziek en kunst worden nu belangrijk, want de regering wil meer creativiteit in het onderwijsprogramma. Ouders slepen hun kind nu ook tijdens het weekend en de vakanties van school, naar het sportveld, dan naar muziekles, dan naar drama en eventueel nog naar bijles. En de rest van de dag moeten ze wel gewoon hun huiswerk maken. Logisch, want die ouders zijn, net als ik, zelf zo opgevoed: presteren en verder je kop houden.''