`Juristen ongevoelig voor schreeuwpartij'

De aanval is de beste verdediging, zo oordeelde het team rondom de van doping verdachte Frank de Boer. Hoe verstandig is een militante houding vóór, tijdens en na een tuchtzaak? ,,Houd je kruit droog tot de tweede ronde.''

Uiterst strijdvaardig, op het militante af, trok het zes man sterke team van specialisten en deskundigen donderdag van leer op het hoofdkantoor van de Europese voetbalbond UEFA in Zwitserland. Het mocht niet baten. Zelfs het met veel tamtam aangekondigde ,,geheime wapen'' kon niet voorkomen dat de UEFA-tuchtcommissie voetballer Frank de Boer voor een jaar schorste wegens het vermeende gebruik van het verboden spierversterkende middel nandrolon.

Vraag is hoe verstandig een dergelijke agressieve benadering ten aanzien van de rechtsprekende sportinstantie(s) is. Met andere woorden: welke houding past een verdachte sporter in de rechtszaal? Is de aanval inderdaad de beste verdediging, zoals een aloude sportwijsheid wil? Of werkt een al te aanmatigende toon juist averechts, met alle gevolgen vandien?

Mr. Berry Bertels, sportjurist van beroep, heeft zo zijn bedenkingen over de agressieve aanpak van het team van specialisten, het zogeheten A-Team, dat door de aanvoerder van het Nederlands elftal in Nyon in stelling werd gebracht. ,,Ze hebben met dat geheime wapen hoge verwachtingen gewekt, die niet konden worden waargemaakt en kwamen vervolgens als geslagen hondjes de rechtszaal uit. Dat noem ik – zeker vanuit publicitair oogpunt – een valse start die ze zichzelf mogen aanrekenen.''

Een minder hoogdravender strijdwijze was volgens Bertels verstandiger geweest in ,,deze zaak die de potentie heeft om uit te groeien tot de Bosman-zaak van de doping''. Bertels: ,,Mijn advies was geweest: houd je kruit minimaal droog tot de tweede ronde, tot het beroep aan de orde is. Wetende dat de eerste ronde een schijngevecht is, waarbij je al blij mag zijn als je aan het woord komt, en de hele affaire aankomt op de vraag wie over de langste adem beschikt. Om die reden zouden De Boer en zijn hulptroepen zich moeten gedragen als schakers die geduldig wachten op hun kans. Nu heb ik de indruk dat men zich te veel heeft laten leiden door de Amsterdamse straatvechtersmentaliteit van [zaakwaarnemer, red.] Rob Cohen.''

Of het team van juristen en medisch specialisten zichzelf heeft benadeeld met het oog op het vervolg van de dopingzaak, durft Bertels niet te zeggen. Veel hangt volgens de hoofdredacteur van het sportjuridisch tijdschrift Sportzaken af van de samenstelling van het rechtsprekende college. ,,Hoe meer leken daarin zitten, hoe groter de kans dat ze ontvankelijk zijn voor schreeuwpartijen. Geschoolde juristen zijn daar over het algemeen niet gevoelig voor.''

Ook mr. Dolf Segaar, advocaat te Utrecht en gespecialiseerd in het sportrecht, trekt de strategie van het team-De Boer in twijfel. ,,Mijn stelregel is: de triomf komt na de zitting, niet eerder. Het gaat er namelijk niet om wat de wereld vindt of denkt, het gaat erom wat de rechter vindt. Nu is gekozen voor de omgekeerde weg. In de media werd vooraf met veel bombarie en een hoop geheimzinnigheid dat geheime wapen aangekondigd. Die strategie is niet de mijne, omdat je het risico loopt dat je rechters tegen de haren instrijkt. Want ook al zijn ze onafhankelijk, ze lezen de krant en kijken televisie.''

Segaar, tevens voorzitter van de controlecommissie doping van NOC*NSF, deelt de mening van Bertels niet, wat betreft het achter de hand houden van een troefkaart. ,,Waarom zou je? In alle rust naar zo'n commissie stappen en daar het onderste uit de kan halen, is in mijn ogen de beste aanpak. Voor goede argumenten, verpakt in een inhoudelijk sterk verhaal, zijn rechters vroeg of laat vatbaar. Een sporter zou wel gek zijn als hij een troefkaart achter de hand houdt.''

Dat weet ook oud-hockeyinternational Ronald Jansen. Die stond vorig jaar oog in oog met de tuchtcommissie van de Nederlandse hockeybond, een week na het tumultueuze play-offduel tegen Amsterdam waarbij de doelman van Den Bosch, per ongeluk of niet, een stick het publiek inslingerde en daarbij een toeschouwer verwondde. Jansen koos voor een realistische benadering. ,,Ik heb ze simpelweg de waarheid verteld. Waarbij ik mijn verhaal heb proberen te ondersteunen met de getuigenissen van twee onafhankelijke ooggetuigen.''

Jansen wist de commissie niet te vermurwen. Hij kreeg een schorsing van drie duels, waardoor zijn loopbaan abrupt werd beëindigd. Een andere benadering had hem niet kunnen redden, weet Jansen. ,,Mijn schuld stond op voorhand vast, of ik tijdens die zitting nu wel of niet met de vuist op tafel had geslagen. Iedereen was na dat incident in rep en roer. Door mij te veroordelen hoopten ze dat de rust zou wederkeren. Ze hebben mijn verhaal aangehoord en vervolgens een straf uitgesproken. Daar kon ik nog wel tegen in beroep, maar de schorsing zou niet worden opgeschort. Dat zegt genoeg.''