Jood tegen wil en dank

De recente bloedige aanslag op een Russische disco in Tel Aviv veranderde de positie van de Russische immigranten in Israël. Een groot deel van de maatschappij omhelst de voormalige `stinkrussen' plotseling als echte joden. Maar willen zij dat nog wel?

Twee meisjes staan verstrengeld voor een prikbord in de grote hal van de technische middelbare school Mofet Shevah in Tel Aviv. Ze kussen elkaar en staren naar een krantenartikel met een grote foto van de beste vriendin van een van hen. Zij werd vrijdagavond 1 juni bij de ingang van de populaire discotheek Dolfi door een Palestijnse zelfmoordenaar gedood. Onder de twintig slachtoffers waren zeven leerlingen van de Mofet Shevah-school, allen van Russische afkomst.

,,Op een haar na ontsnapte ik aan de aanslag'', vertelt Christina Mironenko (15) wanneer ze met tranen in haar ogen uit de innige omhelzing is gekomen. Haar vriend had haar vlakbij de disco afgezet. ,,Ik maakte me eerst nog wat op. Toen hoorde ik een verschrikkelijke knal. Hoe ik er kwam weet ik niet, maar twee minuten later stond ik bij de disco tussen de lijken van mijn vrienden en vriendinnen. Ik verstijfde. Ik kon me niet bewegen. Mijn mobiel ging af, een vriendin aan de lijn. Leef je nog, vroeg ze. Wat was ik blij haar stem te horen. Zij leefde gelukkig nog. Ik was zo bang alleen te blijven, zonder mijn vriendinnen.'' Christina vertelt dat ze dagen na de aanslag, na de begrafenis van vijf vriendinnen, niet heeft kunnen eten en slapen. ,,Ik moest steeds overgeven. Ik was verschrikkelijk misselijk van ellende'', zegt ze. ,,Ik ben drie kilo afgevallen.''

De Palestijnse zelfmoordenaar die zich in de rij voor de discotheek opstelde, vermoordde jonge Israëliërs met een Russische ziel. Want Dolfi is een discotheek voor Russen, zoals Mofet Shevah een vrijwel homogene `Russische school' in Israël is. Daar krijgen 1.400 Russische scholieren, uit alle delen van het land, les in het Ivriet, modern Hebreeuws. In de pauzes wordt er in de cafetaria alleen Russisch gesproken.

Doordat er zoveel Russen onder de slachtoffers waren heeft de zelfmoordaanslag bij discotheek Dolfi de gecompliceerde problematiek van de integratie van de massa-immigratie uit de vroegere Sovjet-Unie in Israël weer in de aandacht gebracht. In de jaren vijftig werden de sefardische immigranten – joden uit de Arabische wereld – overrompeld door de uit Oost-Europa afkomstige idealistische zionisten, seculiere socialisten, die Israël toen domineerden. De sefardische nieuwkomers kwamen terecht in een smeltkroes en werden onder zeer moeilijke materiële omstandigheden losgemaakt van hun religieuze en culturele wortels. Ze moesten moderne Israëliërs worden, naar het model van de pioniers uit Oost-Europa. Maar de Russische immigranten die later kwamen, zowel de idealisten die in de jaren zeventig tegen het Sovjet-regime vochten voor het recht op emigratie naar Israël als de daaropvolgende – en nog voortdurende – stroom die op de Israëlische welvaart afkwam, lieten zich niet in de dwangbuis van het zionistische ideaal persen.

De inmiddels bijna anderhalf miljoen Russische immigranten – één op de vijf Israëliërs en velen hoog opgeleid en met een zware culturele bagage – konden zich niet vinden in de Israëlische cultuur en gedragscode. Zij verschansten zich op Israëlische bodem met een veelheid van eigen kranten, tijdschriften, scholen, een theater ook – veilig achter de muren van de Russische cultuur. Hun eigen politieke partijen beginnen, uiteraard parallel aan de wel geslaagde integratie in het arbeidsproces, een osmose tot stand te brengen tussen `klein Rusland' en de Israëlische samenleving. Maar de kloof tussen de Russische immigratie en het `oudere Israël' is nog groot.

De schok van de aanslag richtte de aandacht van alle Israëlische media en van politici enkele dagen op de emotionele problemen rond het grote `Russische getto' in Israël, met name ook op het aanzienlijke aantal niet-joden onder hen. Het percentage niet-joden onder Russische nieuwkomers is in de loop van drie decennia tot 60 opgelopen. Volgens de halacha, de joodse religieuze traditie, wordt het jood-zijn uitsluitend langs de vrouwelijke lijn doorgegeven. De wet op terugkeer, een van de basiswetten van de zionistische staat, is aangepast aan de gevolgen van 70 jaar gedwongen joodse assimilatie onder het communistische bewind in de Sovjet-Unie. De wet erkent nu recht op immigratie voor het nageslacht van één joodse grootvader.

De dag na de aanslag meldde radio Israël in vrijwel alle nieuwsuitzendingen dat chewra kadisja, de orthodoxe begrafenisonderneming, zou weigeren om slachtoffers van de aanslag van wie het jood-zijn twijfelachtig was op joodse begraafplaatsen ter aarde te bestellen. Opperrabbijn Israël Lau kon zijn woede bij het uitgaan van de sabbat in een televisievraaggesprek nauwelijks de baas worden over deze discriminatie tot in de dood van de slachtoffers. Zijn oplossing was dat slachtoffers die niet aan de halachische criteria voldeden wel op de grote Yarkon-begraafplaats ter aarde werden besteld, zij het op een afstand van de halachische joden.

Die oplossing was voor sommige ouders onaanvaardbaar. Ze gaven er de voorkeur aan hun dierbaren een seculiere begrafenis te geven in een van de kibbutsen (collectieve samenleving). Een jonge immigrante uit Colombia kreeg een katholieke begrafenis.

,,Ik ben geen jodin'', zegt Christina. ,,Mijn vader is jood, mijn moeder niet. Waarom moest er bij de begrafenissen verschil worden gemaakt? De ene vriendin hier, de andere daar. Na zo'n ramp kan ik dat niet vatten. We zijn toch allemaal mensen.'' Christina gelooft in God. ,,Maar ik pieker er absoluut niet over om gioer (formele overgang naar het jodendom, na een intensieve studie van de joodse godsdienst) te doen. Niemand kan me dat dicteren.'' Ondanks het verdriet om het verlies van enkele van haar beste vriendinnen en de pijn om de vernederingen op de begraafplaats denkt Christina er niet over terug te gaan naar de Oekraïne. ,,Ik voel me goed in Israël'', zegt ze.

Cactusmeisje

In de hal van Mofet Shevah liggen op een tafel, op een zwart kleed, zeven dikke schriften gevat in een zwart kaft. Op elk schrift staat de naam van een slachtoffer van de aanslag. In het Russisch, maar ook in Ivriet, nemen de scholieren met gevoelige teksten in de schriften afscheid van hun vriendinnen en vrienden. `We zullen je lach nooit vergeten. Je was net gaan bloeien, bloem.' Maar ook heeft iemand woest `Dood aan de Arabieren' op een bladzijde gekalkt.

Op een stenen muurtje bij de cafetaria staart Julia Laktionov (15) voor zich uit. ,,Ik heb twee vriendinnen bij Dolfi verloren'', zegt ze. ,,Ik had vrijdagavond ook naar Dolfi willen gaan, maar mijn vriend wilde niet.'' Ook zij heeft een joods identiteitsprobleem. Haar vader is jood, maar haar moeder had een niet-joodse moeder en is dus volgens de halacha geen jodin. ,,Ik twijfel er aan of ik er goed aan heb gedaan vier jaar geleden met mijn moeder naar Israël te komen. Toen ik nog in Rusland was wilde ik graag. Maar de Israëlische cultuur is zo anders, zo vreemd. Mensen gedragen zich hier op straat als gekken, ze zijn brutaal en ze schamen zich nergens voor. Dat maakt me zenuwachtig.''

Julia Laktionov heeft zich als zoveel Russische immigranten teruggetrokken in het `Russische getto'. Diep in haar hart zou ze liever als een ,,echt Israëlisch sabre-meisje'' worden erkend (Een sabre, de naam van een cactusvrucht, die van binnen zacht is en van buiten stekelig, is de mythologische naam voor een jood die in Israël is geboren.) ,,Ik zou liever geen Russisch accent in mijn Ivriet willen hebben. Maar ik heb het wel'', zegt ze. Dat accent en de verachting voor dat deel van de Israëlische samenleving dat Russische immigranten als `hoeren en maffiosi' stigmatiseert, staat haar integratie in de weg. ,,Ik heb in Israël het gevoel in Rusland te leven'', zegt Julia. ,,Al mijn vrienden zijn Russen. Ik spreek altijd Russisch. Alleen op school leer ik in het Hebreeuws. Ik ben gek op Russische muziek. Bijna alle liedjes in het Hebreeuws zijn droevig en niet boeiend. Zelfs een Russisch lied met een droevige tekst heeft vrolijker muziek dan een gelijkgestemd Israëlisch liedje. Ik denk er wel eens over naar Rusland terug te gaan. Ik heb daar nog familie. Ondanks de aanslag ben ik niet bang in Israël. Ik woon in Jaffo, tegen Tel Aviv aan. Daar zal niet zo gauw een Palestijnse aanslag plaatshebben, omdat er veel Arabieren wonen.''

Michael Seidlin (18) kwam acht jaar geleden met zijn ouders uit St. Petersburg naar Israël. Ook hij hangt met wat vrienden rond bij de cafetaria. ,,Ik verkeer alleen in een Russisch milieu'', zegt ook hij. ,,Het is geen opzet van me, maar ik voel me bij mijn Russische vrienden beter dan bij de lui die in Israël zijn geboren. Onze Russische cultuur staat op een veel hoger niveau dan de Israëlische. Die is naar mijn smaak zwaar onderontwikkeld. Misschien haalt de Israëlische cultuur over honderd jaar het Russische peil. De sefardische Israëliërs hebben helemaal geen notie van cultuur. Ze gaan niet naar theater, ze weten niets van klassieke muziek en luisteren dag in dag uit naar dat oosterse gemekker van ze.''

Michael vertelt dat het zionisme hem geen zier interesseert. Als hij in het leger – volgend jaar wordt hij voor zijn nummer opgeroepen – niet bij een computereenheid wordt ingedeeld, verdomt hij het om te dienen. ,,Dan zit ik liever in de bak. Hoe lang kan me niet schelen. Als ik niets nuttigs voor mijn ontwikkeling uit de dienstplicht haal is drie jaar onder de wapens stom verloren tijd'', zegt hij.

Zijn innerlijke kompas staat op terugkeer naar Rusland. ,,Twee jaar geleden was ik in St. Petersburg. Ik voel me daar thuis. Ook in Israël voel ik me wel goed, maar alleen onder de Russen. Mijn vader en moeder zeggen dat ze alleen voor mijn toekomst naar Israël zijn geëmigreerd. Maar ik denk niet dat ze meegaan als ik terugkeer naar Rusland'', zegt hij.

Keren Grunbik (16) immigreerde in 1990 met haar ouders uit Rusland. Aandachtig heeft ze naar Michael Seidlin geluisterd. Razendsnel en met de emotie van een nationalistische Israëliër verwerpt ze de kritiek en twijfel van haar vriend. ,,Ik voel me met Israël verbonden. Ik houd van dit land.'' Keren woont in Ma'ale Shomron, een joodse nederzetting in bezet gebied, niet ver van de grote Palestijnse stad Nablus. ,,Dit is ons land'', ratelt ze. ,,Niet alleen daarom zijn mijn ouders in de nederzetting gaan wonen. Ze zochten ook kwaliteit van leven. Schone lucht, geen lawaai van de stad.''

Door de luidsprekers van de school schalt het geluid van de bel. De les begint.

Toegangskaartje

Sari Levi, een pittige sabre, is belast met de coördinatie van speciale integratieprogramma's voor Russische scholieren. ,,Ik ben verantwoordelijk voor het organiseren van ceremonies ter herdenking van de slachtoffers van de holocaust, ter herinnering aan de vermoorde premier Yitzhak Rabin (door de ultranationalistische Israëliër Jigal Amir in 1995) en natuurlijk ter nagedachtenis aan de gevallen soldaten'', zegt ze. Sari Levi is een Israëlische vrouw van de oude stempel die een onwrikbaar vertrouwen heeft in het zionistische avontuur. Ze onderkent de problemen van de Russische immigratie. Dagelijks wordt ze ermee geconfronteerd. ,,Het is mijn taak de Russische scholieren dichter bij de Israëlische samenleving te brengen'', zegt ze.

Heeft de aanslag bij de discotheek Dolfi de kloof tussen de Russen en de rest van de Israëlische samenleving verkleind? ,,Dat kan pas op lange termijn worden beoordeeld'', antwoordt Sari Levi. ,,De scholieren zijn erg in de war nu. Voor de aanslag werden ze voor stinkende Russen uitgemaakt en plotseling worden ze door de maatschappij omhelsd. Ze vragen zich af of ze eerst vermoord moesten worden om een toegangskaartje tot de Israëlische samenleving te krijgen.''

Op de Mofet Shevah-school is voor een geleidelijk integratieproces gekozen voor de Russische leerlingen. De gedwongen integratie van de jaren vijftig, die de nieuwkomers uit de Arabische wereld ontwortelde en ook proletariseerde, heeft plaatsgemaakt voor erkenning en respect van de culturele bagage van de nieuwkomers uit de vroegere Sovjet-Unie.

,,De leerlingen op onze school krijgen ook onderwijs in het Russisch en in de Russische literatuur, omdat de ouders dat willen'', zegt Sari Levi. ,,We laten ze de Russische identiteit bewaren en proberen daar de Israëlische identiteit aan toe te voegen. Het is onmogelijk de sterke Russische identiteit van een veertienjarige immigrant uit te wissen.''

Deze uitzonderlijke benadering van de immigranten heeft Mofet Shevah in tien jaar gemaakt tot een trekpleister voor Russische leerlingen, zelfs van ver buiten Tel Aviv. Sari Levi: ,,We bieden onze leerlingen een uitgebreid pakket van exacte vakken omdat ze dat willen. Dat is hun godsdienst. Ook worden Russische onderwijstechnieken gebruikt. De helft van de onderwijsstaf komt uit Rusland. Hoogleraren van de bekendste Russische universiteiten geven bij ons met hart en ziel les. Ze zijn zo blij dat ze in hun eigen vak werk hebben gevonden dat ze zonder tegen te sputteren en zonder te veel geld te eisen overuren maken.'' In haar enthousiasme loopt Sari Levi wat vooruit op de conclusies die uit de gesprekken met de leerlingen kunnen worden getrokken. ,,Na de ramp bij de disco voelen de scholieren zich een deel van het joodse volk, omdat ze als joden zijn vermoord'', zegt ze.

Het slag sefardische Israëliërs dat de dag na de aanslag de Hassan Bek-moskee tegenover disco Dolfi aan de zeeboulevard aanviel, scheldt volgens Sari Levi ook op Russische immigranten. De botsing tussen deze doorgaans goed opgeleide Russische immigranten en de volgens Israëlische statistieken in het bijzonder op educatief gebied achtergebleven sefardische immigranten, is een van Israëls grootste sociale en ook politieke problemen. ,,De sefardische Israëliërs zijn met hun minderwaardigheidsgevoel jaloers op de Russen. Ze hebben het gevoel dat ze naar het tweede plan worden verwezen'', zegt Sari Levi. ,,De Russen krijgen een royaal immigratiepakket, ze zijn hoger ontwikkeld en vinden banen waarvan de sefardische Israëliërs niet kunnen dromen. Dat zet bij de sefardische Israëliërs, de lagere klasse, kwaad bloed.''

Dat verschil is de bron van agressief gedrag van de sefardische Israëliërs tegen Russische immigranten. Met hulp van de overheid kopen de Russen betaalbare flats in steden waar zo'n halve eeuw geleden sefardische immigranten onder heel moeilijke omstandigheden een nieuw leven begonnen. Marokkaanse immigranten, die een groot aandeel hadden in de bouw en ontwikkeling van de havenstad Ashdod, voelen zich door de Russische immigranten naar de achtergrond geschoven. Met hun traditionele joods-religieuze achtergrond kunnen ze het niet verdragen dat in Ashdod slagerijen zijn geopend waar treife vlees (onrein vlees: varkensvlees) openlijk wordt verkocht en met Kerstmis kerstmannetjes en kerstbomen in de etalages staan.

,,Ik durf mijn kinderen niet naar een school in Ashdod te sturen'', vertelt een rabbijn in Ashdod. ,,Ik kan er niet zeker van zijn dat mijn dochter of zoon niet met een goy (niet-jood) thuiskomt.''