Inflatie in VS naar 3,6 procent

De Amerikaanse inflatie loopt weer op. In de afgelopen maand zijn de prijzen van consumentengoederen op jaarbasis met 3,6 procent gestegen. In vergelijking met april ging het algemene prijspeil met 0,4 procent omhoog. De prijsstijging is de hoogste sinds januari dit jaar.

Analisten verklaarden gisteren eenstemmig dat een juiste interpretatie van de inflatiecijfers moeilijk is, omdat de gestegen brandstofkosten zo'n grote invloed hebben. Gecorrigeerd voor de prijzen van brandstof en voeding bedroeg de inflatie op maandbasis slechts 0,1 procent.

De nieuwe cijfers komen wel op een pikant moment: aanstaande woensdag komen de bestuurders van het stelsel der centrale banken, de Fed, bijeen om over een mogelijke renteverlaging te besluiten. De verwachting bestaat dat de rente met een kwart procentpunt omlaaggeschroefd gaat worden.

Behalve de inflatie werd gisteren ook bekend dat het consumentenvertrouwen deze maand een lichte daling heeft ondergaan, terwijl de industriële productie nog steeds aan het dalen is. Deze gegevens, in combinatie met berichten dat het algemene voorraadniveau in de Verenigde Staten momenteel erg hoog is, zouden extra argumenten kunnen zijn om de economie via een renteverlaging een nieuwe impuls te geven.

De effectenbeurzen in Amerika reageerden niet aanwijsbaar op de macro-economische gegevens. Zowel de Nasdaq als de New York Stock Exchange waren veel meer onder de indruk van nieuwe winstwaarschuwingen, zoals die van het Canadese telecombedrijf Nortel en het hamburgerconcern McDonald's.

De index van de technobeurs Nasdaq schoot zelfs even omlaag door de grens van 2.000 punten. Koopjesjagers en een hernieuwde hoop op renteverlagingen beperkten de schade echter tegen het slot van de handel. De Dow-Jonesindex verloor 0,62 procent op 10.623,58 punten. De Nasdaq-index moest 0,77 procent terug naar 2028,38 punten.

McDonald's zakte na de winstwaarschuwing 4,3 procent weg, terwijl Nortel de koers met ruim 10 procent zag dalen. Ook het technologiebedrijf JDS Uniphase zag de marktwaarde met 10 procent dalen. Softwareproducent Microsoft zakte 1,3 procent weg.