Hulp Pancevo

In `Hulp aan Pancevo' (1 juni) schreef R. van Duijn over het milieuproject dat in de Federatieve Republiek Joegoslavië wordt uitgevoerd door de milieuorganisatie van de Verenigde Naties (UNEP). In reactie op bepaalde punten die daarbij aan de orde werden gesteld, het volgende:

UNEP is in juni 1999 in Joegoslavië na afloop van de oorlog in Kosovo begonnen met het inventariseren van de schade aan het milieu. De conclusie luidde dat de oorlog geen grootschalige milieuramp tot gevolg had gehad. Er werden echter wel vier `hot spots' aangewezen: Pancevo, Novi Sad, Kragujevac en Bor. De verontreiniging daar vormde een zo grote bedreiging voor de volksgezondheid dat er onmiddellijk maatregelen moesten worden genomen om de risico's te beperken, de schade te herstellen en het milieu te beheren. Na UNEP-onderzoek om prioriteiten, kosten en aangewezen methoden vast te stellen, werden in april vorig jaar donoren benaderd om de twintig miljoen dollar bijeen te brengen die nodig waren om de in totaal 27 dringende schoonmaakoperaties te financieren.

Op dit moment is er door UNEP 8,5 miljoen dollar bijeengebracht voor het schoonmaken van de `hot spots'. Aangezien de totale som die nodig is twintig miljoen bedraagt, kunnen op dit moment veertien van de zevenentwintig voorgestelde deeloperaties worden uitgevoerd. Die operaties verkeren nu in verschillende fases: van uitvoering, aanbesteding, ontwerp of vooronderzoek. Hoewel UNEP liever had gezien dat het werk voortvarender had kunnen worden aangepakt, werd dat verhinderd door de complexiteit van de noodzakelijke projecten en belemmeringen op nationaal en internationaal niveau. Het is de bedoeling de schoonmaakoperatie als `voorbeeldproject' te laten fungeren om de norm te stellen voor toekomstige gecompliceerde ecologische herstelacties in de regio.