Hollands Dagboek: Cynthia Schneider

Cynthia Schneider (47), sinds medio 1998 ambassadeur van de Verenigde Staten in Nederland, neemt deze week afscheid. Schneider, een in Rembrandt gespecialiseerde kunsthistorica, werkte daarvoor als conservator in het Museum of Fine Arts in Boston. Zij en haar man Tom hebben twee kinderen, Sam (10) en Tommy (12).

Woensdag 6 juni

State section Chiefs' Meeting, altijd een interessante combinatie van beleid en praktische zaken. Het werken met mijn politieke, economische, juridische en voorlichtingsmedewerkers is net zoiets als het volgen van een nieuw seminar elke dag. Vandaag praten we over de introductie van de euro (zal waarschijnlijk goed verlopen, met wat hobbels) en de Nederlandse economie (die lijkt terug te lopen).

Gisteravond hield ik op uitnodiging van de burgemeester van Delft de Willem van Oranje-rede over `cultuur, maatschappij en overheid'. Dit was de perfecte gelegenheid om de essentiële rol te onderzoeken die kunst en literatuur hebben gespeeld in het overbrengen van Amerikaanse concepten van vrijheid, democratie en gelijke rechten voor de wet. Met beelden, jazzmuziek en videostreaming passeerde alles tussen Walt Whitman en Walt Disney de revue. Ik hoop dat het publiek aan het einde mijn verwondering deelde over de vraag waarom in Amerika de kunsten niet vaker worden gebruikt om de sleutelbegrippen van ons land over te brengen.

Heb mijn man Tom naar Schiphol gebracht voor zijn laatste reis naar Amerika voordat we Nederland verlaten. Ondanks zijn vele reizen heeft hij in drie jaar tijd nooit een optreden of een bijzondere dag van een van onze kinderen gemist. Hij is werkelijk een toegewijde vader.

Afscheidslunch bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ik vind het steeds moeilijker om mijn gedachten over dit land en mijn jaren hier als ambassadeur onder woorden te brengen zonder in tranen uit te barsten.

Vanavond was mijn jaarlijkse receptie voor de beveiliging. Na drie jaar lang iedere dag de hele dag door vier agenten te zijn omringd, zal ik ze missen. Ze waren mijn metgezellen, mijn beschermers, mijn gidsen in Nederlandse manieren en gewoonten. En zij waren de enigen die altijd Nederlands met mij spraken.

Donderdag

Een van de interessantere uitdagingen waar ik als ambassadeur voor heb gestaan, is het proberen om in overleg met de farmaceutische industrie en het ministerie van Gezondheidszorg, te helpen bij de introductie van innovatieve geneesmiddelen. Ik heb grote bewondering voor Els Borst, die zich als arts aan de soms ondankbare taak heeft gewijd van de beleidsmatige kant van de medische wereld. Ik heb veel gelezen over de problemen van het Nederlandse systeem. Maar aangezien ik zelf kom uit een land zonder gezondheidszorgsysteem vind ik het er nog behoorlijk goed uitzien!

Na het wekelijkse landenteamoverleg met alle afdelingshoofden – een man of twintig, van wie er altijd iemand alles weet van mond- en klauwzeer, of internationaal recht, of oude muziek, of de Joint Strike Fighter – lunch ik met Cees van der Hoeven, chief executive officer van Ahold. Aangezien Ahold eigenaar is van veel Amerikaanse voedselbedrijven, waaronder mijn plaatselijke Giant-supermarkt, is Cees een van mijn frequente zakelijke contacten geweest.

Terug naar Den Haag voor nog twee farewell calls, bij Dirk Barth van het ministerie van Defensie en Roger van Boxtel. Roger en ik staan als werkende ouder voor vergelijkbare uitdagingen. Bovendien heeft hij te maken met uitdagingen in zijn portefeuille, vooral op het gebied van immigratie en integratie, waar wij in Amerika ook mee te maken hebben.

Vanavond afscheidsfeest voor het hele ambassadepersoneel en hun partners. Normaal gesproken zeg ik graag een paar woorden over degenen die wegens functieroulatie weggaan (leden van de buitenlandse dienst wisselen van standplaats om de vier jaar). Maar ik was bang dat ik zou gaan huilen.

Vrijdag

Staatssecretaris Gerry Ybema van Buitenlandse Zaken kwam langs om afscheid te nemen. Aan de lunch kon ik afscheid nemen van Jan Veldhuis, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht, die zoveel heeft gedaan om internationaal begrip te bevorderen door de Netherlands America Commission for Educational Exchange en de Fulbright Fellowships.

Helaas moest ik mijn uitnodiging intrekken aan premier Kok, minister Van Aartsen en staatssecretaris Benschop om een afscheidsborrel te komen drinken: mijn zoon treedt op in een toneelstuk aan de American School. Mensen vragen mij vaak hoe ik mijn werk en mijn gezin combineer. Ik heb nooit een toverformule gevonden, behalve misschien `niet slapen'.

En natuurlijk komt je gezin op de eerste plaats. Hoe jammer ik het ook vond dat ik de gelegenheid voorbij moest laten gaan om de premier in mijn residentie te ontvangen, het missen van het optreden van mijn zoon was veel erger geweest.

Zodra het toneelstuk afgelopen was, moest ik mij haasten naar de residentie van de Franse ambassadeur Gazeau-Secret, die mij een afscheidsdiner aanbood. Weer een geweldige samenkomst van vrienden, onder wie Jan Dibbets, Laurens-Jan Brinkhorst en Jozias van Aartsen.

Zaterdag

De weekenden zijn gereserveerd voor de sportwedstrijden van onze kinderen. Tom van Schiphol gehaald en dan door naar de honkbalwedstrijd van onze zoon Sam. Zelf heb ik een aantal favoriete hardlooproutes. Vandaag liep ik van de Watertoren in Scheveningen via de duinen en langs het strand samen met mijn vriend Tom Fadrhonc van Nike.

Diner met Allen Weiner, hoofd juridische zaken bij de ambassade, met wie ik nauw heb samengewerkt in verband met het Joegoslavië-tribunaal. Ik ben zeer trots op de steun van de Amerikaanse regering voor het tribunaal en onze samenwerking met Nederland. Het tribunaal maakt elke dag geschiedenis. Ik was graag getuige geweest van de aankomst in Den Haag van Miloševic, Karadzzic en Mladic, maar ik weet zeker dat dat op een dag zal gebeuren. De Nederlanders moeten er trots op zijn dat de hele wereld spreekt over Miloševic' gang naar `Den Haag', een stad die synoniem is met internationale rechtvaardigheid.

Zondag

's Ochtends vroeg uit bed – moeilijk in het weekend – om de laatste hand te leggen aan mijn preek voor de American Protestant Church. Daarna nog een rondje hardlopen met `hardloopmaatje' Jaap de Hoop Scheffer.

Maandag

Grote dag: farewell call aan de koningin, de premier en Ad Melkert. Ik ben dol op de rituelen waarmee alles wat het koningshuis aangaat in dit land wordt omringd. Ik heb bewondering voor de buitengewone kennis van de koningin van een verbazingwekkend breed scala aan onderwerpen, en haar diepe betrokkenheid bij hedendaagse vraagstukken. Nederland mag zich gelukkig prijzen met zo'n toegewijd en getalenteerd koningshuis.

Ik ben blij dat ik afscheid heb kunnen nemen van Ad Melkert, met wie ik behalve de toekomst van de Nederlandse politiek, ook de teruggave van een in de Tweede Wereldoorlog gestolen kunstwerk heb besproken. Walter Eberstadt, bankier uit New York en kleinzoon van het in de oorlog omgekomen joodse echtpaar Ernst en Gertrud Flersheim, probeert de tekening van Toorop terug te krijgen die de nazi's uit de collectie van zijn grootvader stalen, en de Amerikaanse regering steunt hem daarin. De tekening is nu eigendom van de Stichting Boijmans, die zegt het te mogen houden omdat het ,,in goed vertrouwen'' werd gekocht in 1943. Het is voor mij frustrerend en teleurstellend geweest om te zien hoe moeilijk het is om dit op te lossen. Misschien ben ik gewoon te ongeduldig voor het poldermodel, maar aangezien er geen onenigheid is over het feit dat de tekening van Eberstadts grootouders door de nazi's is gestolen, had ik gehoopt dat de teruggave wat eenvoudiger zou kunnen verlopen. Ik had me moeten realiseren dat het geen goed voorteken was dat de familie, te beginnen met de vader van Eberstadt, al sinds de jaren vijftig de tekening terug probeert te krijgen. Ik begrijp dat de regering geen zeggenschap heeft over particuliere instellingen, maar ik blijf hopen dat ze met zachte overtuigingskracht een elegante oplossing van dit probleem kan bewerkstelligen.

's Middags breng ik een farewell call aan de premier, een sterke en betrouwbare bondgenoot. Ik bedank hem in het bijzonder voor het feit dat Nederland gastheer is geweest voor het Lockerbie-proces. Zonder de bereidwilligheid van Nederland om het proces hier te laten houden, was die 189 gezinnen nooit recht gedaan. Ik begrijp dat vooral Hans van Mierlo en Wim Kok hier achterstonden. Hun inspanningen laten de beste kant van de Nederlandse bescheidenheid zien. Ze wilden gewoon doen wat correct en rechtvaardig was, zonder daarvoor aandacht of lof voor te verwachten. Ik weet nog hoe Kok zich vorig jaar op het North Sea Jazz Festival aan burgemeester Daley van Chicago voorstelde: ,,Hello, I am Wim Kok, I happen to be Prime Minister here.'' Dat zegt alles.

Dinsdag 12 juni

Farewell call aan minister Loek Hermans van Onderwijs. Samen met Ellen Dankelman van onze public affairs-afdeling hebben we hem de cd-rom overhandigd met zo'n tien oral history-projecten, met gesprekken, muziek, videobeelden en websites, over de Tweede Wereldoorlog. Kort na mijn aankomst hier ging ik op zoek naar manieren om de bijzondere relatie vast te leggen die tussen Nederland en Amerika ontstond bij de bevrijding. Nederlandse middelbare scholieren werden uitgenodigd om oral history op te tekenen aan de hand van gesprekken met Nederlandse overlevenden of Amerikaanse veteranen. De cd-rom wordt verspreid op Nederlandse scholen.

Farewell call aan Boudewijn Eenennaam, die volgend jaar maart naar Washington gaat als de nieuwe Nederlandse ambassadeur. Beiden hebben we de hoop dat de reis van president Bush naar Europa tot meer samenwerking en begrip tussen Amerika en Europa zal leiden.

Vanavond was mijn afscheidsreceptie. Drie uur lang op het gazon om handen te schudden, maar desalniettemin een geweldige gelegenheid om `tot ziens' te zeggen tegen vele vrienden en collega's.

Vertaling Tracy Metz