God

Er is veel in het betoog van Piet Borst (`God? Nee dank u', W&O, 2 juni) waarop het de moeite waard zou zijn te reageren. Ik beperk mij echter tot wat mij de kern lijkt: zijn atheïstische overtuiging zoals hij die voor een avondje `broederoverleg' met christelijke studenten had samengevat. Ik licht daar één zin uit. `Voor veel wonderbaarlijke zaken om ons heen, zoals het ontstaan van het heelal of van het leven op aarde, beschikken wij nu over plausibele verklaringen.'

Ik denk dat Borst hier, hoewel zijn uitspraak een uiterst lange historie bestrijkt, toch niet ver genoeg gaat. De wordingsgeschiedenis van het heelal en van het leven op aarde is inderdaad aanzienlijk verhelderd, maar het wezenlijke probleem is daardoor niet opgelost. Het kernvraagstuk is namelijk niet hoe de thans bestaande vormen der `materie' voortgekomen, respectievelijk geëvolueerd zijn uit oudere vormen, maar hoe het überhaupt verklaarbaar is dat er iets als `heelal' en `leven' bestaat. Dit is de zogenoemde 'zijnsvraag'.

Ervan uitgaande dat wij ons eigen bestaan niet ontkennen en onze kennis van de ons omringende kosmos serieus nemen – en bijvoorbeeld niet als een projectie beschouwen – is het bijzonder raadselachtig dat wij en de kosmos bestaan en zjn de ordening en de werking van die kosmos verbazingwekkend. Zo raadselachtig en verbazingwekkend, dat het mij onlogisch en onnatuurlijk voorkomt, aan te nemen dat dit alles er `zo maar' zo is.

Juist een natuurwetenschapper, die er steeds op gebrand is, het waarneembare te herleiden tot onderliggende oorzaken, met andere woorden tot zijn ontstaansbron, komt onvermijdelijk uit bij een `laatste verklaringsgrond'. Deze nu is het wezen dat gelovigen `god' noemen en dat voor mensen ondoorgrondelijk is, omdat het al het bestaande, inclusief de mens, in mogelijkheden en kwaliteiten overtreft. Hoe kan men, als men bij de ontstaansgeschiedenis van de kosmos de weg terug volgt, ooit uitkomen bij de eindhalte `hier achter ligt niets?' Voor mij is juist de stelligheid waarmee iemand beweert `Er bestaat geen god' verbazingwekkend, en het is de vraag hoe hij proefondervindelijk dan wel logisch redenerend tot die zekerheid is gekomen.