George W. Bush liet zien waar hij en Europa voor staan

Bush'bezoek aan Europa werd gekenmerkt door de bekende tegenstellingen over doodstraf, raketschild en Kyoto. Nuttig dus om gemeenschappelijke waarden op te poetsen.

Het bezoek van president Bush aan Europa kon een Hollywood-film zijn. De elementen waren bekend en niet overdreven subtiel, de emotionele vormgeving was begrijpelijk voor een dertienjarige. En toch liet het de meeste afnemers niet onberoerd. Het was meer dan zijn veel besproken charme. Europa en Amerika weten weer even waar zij voor staan.

De verhouding is onevenwichtig: Amerika is altijd nieuws in Europa, in de Verenigde Staten wordt Europa zelden besproken. Britse verkiezingen zijn soms even de moeite waard, meer dan de Duitse of Franse, laat staan de Nederlandse. Engeland is nu eenmaal een aardige bestemming voor Amerikaanse columnisten die er een weekje uit willen. Elders spreekt men zeer vreemde talen.

Verder wordt Europa pas interessant als het gaat om het vervolg van Jalta. Sinds de Val van de Muur had je de Balkan en de resten van de Sovjet-Unie waar soms bloed werd vergoten. Maar de Europese Unie is het perfecte onderwerp om de laatste kijkers voor de reclamebuis weg te jagen. Tot de president deze week zijn eerste echte buitenlandse reis maakte. Toen kreeg Amerika het Europa van George W. Bush te zien zonder Big Ben, Nôtre Dame en Brandenburger Tor. Brussel = chocola. Polen = Johannes Paulus II.

De keuze van zijn ankerplaatsen leidde ook in eigen land tot vragen. Maar men begreep snel dat Spanje en Polen twee Europese landen zijn met een politiek enigszins bevriende regering. De buddy-factor is altijd aangenaam, zeker met een jetlag. President Anzar, herstel minister-president Aznar, genoot er dinsdag zichtbaar van op zijn ranch.

President Kwasnievski en een groep studenten kregen gisteren in Warschau de mooist geschreven en meest staatsmanlijk idealistische toespraak van Bush' reis te horen. Geen `Ich bin ein Europäer' – zoals Kennedy de uitgelaten Berlijners op 26 juni 1963 bij de Muur voorhield dat hij een `Bearleener' was. Maar wel: ,,De Europese deling was geen geografisch feit, maar een daad van geweld''. En met een directe Kennedy-verwijzing: ,,De vraag is niet langer wat anderen kunnen doen voor Polen, maar wat Amerika en Polen en heel Europa kunnen doen voor de rest van de wereld.''

En tot slot restte het moeilijkste, en misschien belangrijkste onderdeel van de Europese tournee: twee uur nieuwe waarheden uitwisselen met de ex-KGB-er Poetin die Rusland leidt naar een economisch vrijere, maar democratisch ondoorzichtige toekomst. Tussen die uitersten in zijn tijdschema werkte Bush ontmoetingen af met de Navo-bondgenoten in Brussel en de 15+ leiders van de Europese Unie in Göteborg.

Wat uit Madrid al zichtbaar was, bleef tijdens die `Westeuropese' dagen terugkomen op de Amerikaanse tv-schermen: een oproerig volkje dat een wirwar van talen spreekt maar nu Engelstalige spandoeken had geverfd. Ondanks verzachtende verklaringen vóór zijn vertrek kreeg president Bush zijn standpunten inzake de doodstraf, een raketschild en het broeikaseffect toch ingepeperd.

Terwijl de Europese regeringsleiders hun thuismarkten verzekerden dat zij de `Little Sheriff', de `Toxic Texan' op zijn verantwoordelijkheid hadden gewezen, zorgden de naaste medewerkers van de Amerikaanse president er voor dat de meereizende Amerikaanse pers vooral zag dat een aantal Navo-landen met veel begrip en waardering had gereageerd op het plan-Bush voor een raketschild tegen Nieuwe Wilden met kernwapens. ,,Nee, het is gebruik geen namen te noemen,'' sprak `een hoge regeringsfunctionaris'. De pers: `Wij hoorden dat het ging om Hongarije, Italië, Polen en Spanje en wellicht het Verenigd Koninkrijk? ,,Dat zal ik niet ontkennen''.

Toen het circus zich woensdag naar Göteborg had verplaatst, nam Robert Zoellick, de Amerikaanse Handelsvertegenwoordiger (met ministersstatus) de moeite zijn landgenoten van de media nog eens een bijna gepassioneerd overzicht te geven van de Europese Unie als dynamisch groeiproces. Het miste karikaturen en droeg er wellicht toe bij dat de Amerikaanse pers deze week weinig eenzijdige berichten doorgaf met dreigende handelsoorlogen over belastingen en staal.

Ook over Kyoto en het broeikaseffect werden de meningsverschillen die president Bush had met Europese leiders betrekkelijk droog doorgegeven, al fronsten sommigen bij Commissie-voorzitter Prodi's verzekering dat de lidstaten het broeikasprotocol binnenkort zouden ondertekenen.

De hamvraag in het Amerikaanse openbare debat was deze week: is er werkelijk een groeiende kloof tussen de Verenigde Staten en Europa, en zo ja: is dat erg? Inbel-programma's op radio en tv leverden nogal wat verwijten op aan dat babbelende Europa dat zijn defensie-begroting verlaagt en met Navo's radar eigen avonturen ambieert. Columnisten als Michael Kelly (The Washington Post), William Safire (The New York Times) en Fareed Zakaria (Newsweek) haalden snijdend uit naar een continent dat een meer dan royale dosis imperialisme, fascisme en communisme heeft voortgebracht en er dankzij Amerika's koppigheid nu niet onder gebukt gaat. Laat ze hun droomlegertje maar opbouwen – daar komt toch nooit wat van, zolang ze het raketschild maar niet dwarsbomen.

Intussen leefde Washington gewoon verder. Op een lunch voor economen verzekerde Larry Lindsey, de hoogste adviseur van Bush, dat depolitiseren het geheim is van deze regering. ,,Wij zijn probleemoplossers. U heeft het gezien met de belastingen. U zult het zien met de naderende tekorten op de sociale zekerheid: wij komen daar uit op een niet-traditionele manier.''

Verderop in de tropisch warme stad hield de World Bank in een sterk gekoelde zaal een symposium over het broeikaseffect. De gevolgen voor economie en milieu van een niet-drastische aanpak werden uitgemeten door deskundigen uit binnen- en buitenland. Atiq Rahman van het Bangla Desh Institute of Advanced Studies: ,,Ik ga binnenkort terug naar mijn dorp, dat zal verdrinken omdat men hier in het bastion van vrijheid zo graag autoritjes maakt. Kyoto is uiterst gebrekkig, maar het enige dat wij hebben, net als de democratie en het huwelijk.''

Gadegeslagen door de wereld hebben Europa en Amerika elkaar weer eens in de ogen gekeken. Charme is meegenomen, maar zolang concrete standpunten verschillen, was het waarschijnlijk nuttig de gemeenschappelijke waarden weer eens op te poetsen.