GELUID VAN BAL OP HONKBALKNUPPEL HELPT DE VERREVELDER

De tik van een honkbalknuppel die de bal raakt biedt de verrevelder extra informatie over hoe hij moet sprinten om een vangbal te produceren. Klinkt het geluid helder, met een toon van circa 500 Hz, dan kan hij het beste naar achteren hollen. Maar klinkt de klap wat diffuser, met meer lage tonen erin, dan is de bal niet vol geraakt, komt hij minder ver en dient de veldspeler richting thuisplaat te sprinten. Deze resultaten presenteerde de Yale-fysicus Robert Adair op 8 juni in Chicago tijdens een bijeenkomst van de Acoustical Society of America.

Wanneer bij honkbal de bal precies in de richting van een verrevelder wordt geslagen, kan deze moeilijk beoordelen hoe snel de bal stijgt en hoe ver hij zal komen. Wacht hij totdat hij wel een goede inschatting kan maken, dan is het vaak te laat om nog op tijd de bal te onderscheppen. Let hij op het geluid dat de knuppel van de slagman maakt, dan kan hij alsnog op tijd beslissen. Dat geluid ontstaat doordat de circa 100 cm³ lucht die tussen bal en slaghout zit geklemd in minder dan een een halve milliseconde een uitweg moet zien te zoeken.

Wanneer de bal ideaal wordt geslagen, treft hij de zogeheten sweet spot van het slaghout. Die plek is een paar centimeter voorbij de locatie van de knoop in de staande golf (een punt dat niet trilt) waarin de knuppel na het contact met de bal komt en die een grondtoon heeft van 170 Hz. Maar treft de bal het slaghout naast de sweet spot, dan ontstaan er ook allerlei boventonen, wat ten koste gaat van de snelheid die de bal meekrijgt. Door deze boventonen krijgt de toon die het slaghout voortbrengt een andere karakteristiek: minder zuiver 500 Hz maar meer `breedband'-achtig, met meer lage tonen erin.

Overigens geldt dit verschil vooral een houten knuppel. Bij een knuppel van aluminium is het effect minder uitgesproken.