`Geen bewijs voor invoer coke in IRT-affaire'

De Tweede Kamer had ongelijk toen ze twee jaar geleden concludeerde dat er royale aanwijzingen zijn dat mede door ambtelijke corruptie begin jaren negentig ten minste 15.000 kilo cocaïne in Nederland is ingevoerd.

In een criminologische studie van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) wordt geconcludeerd dat het ,,niet aannemelijk'' is dat dergelijke drugshandel zich heeft voorgedaan. De slotsom staat in het rapport De rol van Nederland in de Europese cocaïnehandel, waarin op verzoek van het openbaar ministerie is nagegaan of de bevindingen van de zogeheten Kamercommissie Kalsbeek kloppen. Die commissie kwam in 1999 met de schokkende bevinding dat de politie in de IRT-affaire niet alleen hasj maar ook minimaal 15.000 kilo coke op de markt had gebracht.

Kalsbeek baseerde zich op justitiële documenten. Dat de politie nu zelf een totaal andere conclusie trekt, komt volgens A. van der Heijden (huiscriminoloog van het KLPD) omdat Kalsbeek zich vooral baseert op verklaringen van deels anonieme informanten. ,,Ik heb geen traditioneel recherche-onderzoek gedaan, maar de kwestie bekeken op basis van statistische analyses en criminologische literatuur'', aldus Van der Heijden.

Als er begin jaren negentig inderdaad een enorme hoeveelheid cocaïne op de Nederlandse markt was beland dan had dit volgens hem moeten blijken uit cijfers over inbeslagnames, gebruik, doorvoer en de prijs van cocaïne. Een dergelijk effect heeft hij niet vastgesteld.

In Nederland wordt jaarlijks tussen de 200 en 3.000 kilo coke gebruikt. Als er 15.000 kilo coke op de markt in Nederland was gebracht, had het grote aanbod waarschijnlijk een effect gehad op aantallen gebruikers. Statistisch blijkt daar niets van. Ook een grotere doorvoer naar andere landen is niet gebleken.

Het politierapport is een opsteker voor minister Korthals (justitie). Hij heeft altijd laten blijken zeer sceptisch te zijn over de bevindingen van Kalsbeek, inmiddels staatssecretaris. Voor de zomer moet Korthals de Kamer een evaluatie van de justitiële onderzoeken naar de erfenis van de IRT-affaire doen toekomen.

Justitie heeft de afgelopen twee jaar strafrechtelijk onderzoek gedaan naar de belangrijkste informant van het IRT, Krishnapersad J. Eerder dit jaar vroeg het OM vrijspraak in een strafzaak tegen de `groei-informant' omdat men geen enkel bewijs had kunnen vinden voor de beweringen van Kalsbeek, die aan Krishnapersad J en Mink K. een hoofdrol toekenden in de drugshandel.

Het Tweede Kamerlid A. Rouvoet (ChristenUnie), vice-voorzitter van de commissie Kalsbeek, zegt wel gehoord te hebben van de bevindingen van de politiedienst, maar hij wil er niet op reageren.