EU moet verantwoordelijkheid nemen in Macedonië

Het Westen heeft vrijwel geen militaire opties in Macedonië behalve een operatie voor de controle van een vredesakkoord of een staakt-het-vuren. De troepen die daarvoor nodig zijn, zouden uit landen van de Europese Unie moeten komen. Ze zouden er een signaal voor zijn dat de recente plannen om tot een Europese snelle-interventiemacht te komen iets voorstellen, meent Rob de Wijk

Er is weer sprake van koortsachtig diplomatiek overleg over de Balkan. NAVO-baas Robertson en de buitenlandcoördinator van de Europese Unie, Solana, trachten in Macedonië te redden wat er te redden valt. De tijd dringt, want het land staat op de rand van een burgeroorlog en de roep om een militaire interventie wordt steeds luider. De Franse president Chirac, de Britse premier Blair en de Griekse minister van Buitenlandse Zaken Papandreou toonden zich daar afgelopen woensdag voorstander van. President Bush was tijdens zijn bezoek aan Brussel tegen, maar de Europese leiders kregen steun uit onverwachte hoek. De invloedrijke Amerikaanse Democratische senator Biden vroeg zijn president een speciale afgezant aan te stellen om de Amerikaanse betrokkenheid bij de crisis in Macedonië tot uitdrukking te brengen. Ook de Republikeinse senator Lugar bekritiseerde de terughoudendheid van de Amerikaanse president. Geweld in dit deel van de Balkan is onaanvaardbaar en de Verenigde Staten moeten het voortouw nemen, zo stelde hij. Tot slot riep EU-afgevaardigde Hombach, de coördinator van het stabiliteitspact voor de Balkan, de NAVO op om een rode lijn te trekken: `tot hier en niet verder'.

Deze nerveuze reacties zijn verklaarbaar omdat de risico's van een escalerende crisis niet alleen voor de regio, maar ook voor de NAVO en de EU niet te overzien zijn. Het meest apocalyptische scenario is een regionale oorlog. Die zou kunnen beginnen met een burgeroorlog in Albanië, waarna Albanezen in Kosovo, in het zuiden van Servië en in het noorden van Griekenland hun broeders gaan steunen door ook in opstand te komen. Vanuit Griekenland komen de eerste aanwijzingen dat het daar rommelt binnen de Albanese gemeenschap. Zo zou een nieuwe afdeling van het UÇK, het Albanese bevrijdingsleger van Chameria, klaar voor de strijd zijn. Om het scenario nog zwarter te maken, is ook de positie van Bulgarije van belang. Nationalisten menen dat het Slavische deel van Macedonië historisch onderdeel van Bulgarije is en hebben dus belang bij het uiteenvallen van deze Balkanstaat. Kortom, als de vlam in de pan slaat raakt de KFOR, mogelijk SFOR ,direct betrokken bij een oorlog tegen de Albanezen, terwijl juist de bescherming van de Albanezen de aanleiding was van de huidige betrokkenheid van de NAVO bij dit deel van de Balkan. Bovendien zijn alle inspanningen van de EU en andere organisaties om vrede en stabiliteit te brengen vergeefs geweest.

In Macedonië zit de regering-Georgievski met de handen in het haar. Naar aanleiding van het bloedbad in Tetevo begin juni, overwoog de premier, een voorstander van hard ingrijpen, de staat van oorlog uit te roepen. Daardoor zou een algemene mobilisatie kunnen worden afgekondigd en zou het leger harder kunnen ingrijpen. Mede onder Westerse druk werd hiervan afgezien, maar de discussie over de staat van oorlog bracht wel diepgaande meningsverschillen aan het licht. Albanese en Slavische leden van de nauwelijks functionerende multi-etnische coalitie staan diametraal tegenover elkaar. De Albanese leden willen zich niet van de rebellen distantiëren. Wel steunen ze een onder grote internationale druk overeengekomen staakt-het-vuren en een vredesplan waarvoor onder andere president Trajkovski zich inzet. Hij wil met een gevechtspauze een verdere humanitaire tragedie voorkomen. Immers, de plaats Kumanovo zit al tijden zonder water en in het oorlogsgebied zitten de geïsoleerde dorpen zonder voedsel. Inmiddels zijn duizenden Albanezen uit Macedonië naar Kosovo gevlucht, waar zij zonder twijfel een bron van instabiliteit worden. Trajkovki's vredesplan voorziet in ontwapening van de rebellen, gedeeltelijke amnestie en een duurzame vrede gebaseerd op gelijke rechten voor de Albanese en Slavische inwoners. Zo moet er onder meer een grondwetswijziging komen waarin het Albanees als tweede taal wordt erkend.

Alle vredesinitiatieven ten spijt, moet onderkend worden dat Albanese hardliners belang bij oorlog hebben. Wat hun doelstellingen zijn is onduidelijk, maar het ligt voor de hand te veronderstellen dat zij in elk geval niet streven naar een `Groot Albanië'. Daarvoor zijn de onderlinge verschillen binnen de Albanese gemeenschap te groot. Zo er al politieke motieven zijn, dan zal dat de vorming van een `Groot Kosovo' zijn. De huidige Joegoslavische provincie Kosovo zou moeten worden uitgebreid met de Presevo-vallei in het zuiden van Servië, het westen van Macedonië en mogelijk een deel van het noorden van Griekenland. Overigens mag worden getwijfeld aan de politieke agenda van de Albanese rebellen. Chaos en anarchie zijn profijtelijk voor criminele activiteiten, zoals mensensmokkel, mensenhandel en de handel in verdovende middelen. Degenen die belang bij oorlog hebben zullen het vredesproces trachten te ondermijnen. Op donderdag kwamen de eerste berichten dat rebellen, die tot vlak voor de hoofdstad Skopje waren opgerukt, beschietingen uitvoerden. Bovendien kwamen er berichten dat Slavische reservisten werden bewapend.

De internationale gemeenschap valt in de kwestie-Macedonië weinig te verwijten, of het zou naïviteit ten aanzien van de motivaties van de Albanezen moeten zijn. De EU en de NAVO spelen momenteel immers een sleutelrol. Solana heeft al eerder een breuk in de regering-Georgievski weten te voorkomen. Samen met Robertson zet hij zich in voor het vredesakkoord waarvoor de Macedonische president momenteel draagvlak probeert te krijgen. Voor beide Westerse leiders ligt bovendien de vraag of tafel wat militair mogelijk is.

Afgezien van een vredesbewarende operatie voor de controle van een vredesakkoord of staakt-het-vuren zijn er weinig tot geen militaire opties. De NAVO heeft enkele duizenden soldaten in Macedonië, maar dat zijn slechts logistieke eenheden die noodzakelijk zijn voor de aanvoer van voorraden naar Kosovo en ongeschikt voor gevechtsoperaties. Een interventie om de vrede af te dwingen vereist een nieuwe militaire macht, mogelijk gebouwd rondom een kleine kern van troepen van SFOR en KFOR. Het duurt weken, mogelijk maanden voordat deze kan worden ingezet. In die tijd kan de strijd onbeheersbaar zijn geëscaleerd.

Generaal Clark, NAVO-opperbevelhebber tijdens de Kosovo-oorlog, stelde dat eenheden van KFOR de Macedonische troepen tegen de rebellen moeten steunen. Dit lijkt een risicovolle optie, omdat de stabiliteit van Macedonië en Kosovo nauw met elkaar verbonden zijn en de eenheden van de NAVO nauwelijks zijn voorbereid op antiguerrilla-operaties in de bergen. Clark weet dat. In zijn pas verschenen memoires schreef hij dat tijdens de Kosovo-oorlog grondtroepen werden geweigerd omdat zijn Amerikaanse superieuren geen brood zagen in de strijd tegen Joegoslavische partizanen in de bergen.

Vandaar dat alle kaarten op een politieke oplossing moeten worden gezet, waarbij enerzijds de rebellen moeten worden geïsoleerd en anderzijds moet worden getracht actieve steun van de Albanese bevolking voor de rebellen te voorkomen. Daartoe moet zeer terughoudend tegen de rebellen worden opgetreden en moet de bevolking politieke hervormingen in het vooruitzicht worden gesteld. Daarna kan een internationale vredesmacht op de naleving van de afspraken toezien.

Rest de vraag onder wiens vlag een vredesoperatie moet plaatsvinden. Alle ogen zijn gericht op de NAVO, de meest logische kandidaat. Maar president Bush wil voorlopig geen troepen beschikbaar stellen. Als het om een vredesbewarende operatie gaat, zouden de Europeanen een weigerachtige Bush niet onder druk moeten zetten om aan een NAVO-operatie deel te nemen. Soebatten bij een onwillige president heeft iets vernederends. Dat doe je pas als het écht nodig is, bijvoorbeeld als militaire interventie noodzakelijk is om de vrede af te dwingen.

In geval van een vredesbewarende operatie kunnen elementen van de Rapid Reaction Force van de EU naar Macedonië worden gestuurd. Dit zou er een krachtig politiek signaal voor zijn dat Europa daadwerkelijk zijn eigen verantwoordelijkheid neemt en dat de recente besluiten om tot een rudimentair Euroleger te komen iets voorstellen. De keerzijde is dat er dan kritische vragen over het nut van de NAVO zullen worden gesteld. Maar ook dat heeft zijn functie, omdat dit president Bush als politiek leider van de alliantie wakker kan schudden. Het zou daarom jammer zijn als voor een tussenweg wordt gekozen, namelijk een coalitie van bereidwillige landen onder leiding van een lead nation. Weliswaar worden dan de kool en de geit gespaard, maar blijft de signaalwerking uit.

Prof. dr. Rob de Wijk is defensiedeskundige en onder meer verbonden aan het Instituut Clingendael voor Internationale betrekkingen.