De Kwak

We zaten dus in Frankrijk, we zaten in de Brennet, we zaten om precies te zijn in een observatiehut aan het water. We zagen kleine zilverreigers, witwangsterns en dodaarsjes, en na verloop van tijd kwam er een kwak aanvliegen.

Hij streek neer in het struikgewas aan de overkant, maakte het zich daar gemakkelijk, trok zijn schouders op en deed vervolgens helemaal niets meer. Die zorgelijk gekromde rug, die ingebouwde traagheid – alle reigerachtigen hebben dat, maar van alle reigerachtigen hebben kwakken dat toch het meest. De kwak is de Johnny Kraaykamp onder de moerasvogels – als je dát eenmaal gezien hebt, is de kwak een grappig ding.

Uiteindelijk ging de zon onder.

De volgende dag slenterden we door een weilandje dat bezaaid was met tongorchissen. De tongorchis behoort tot die zuidelijke soorten die langzaam oprukken naar het noorden. Als we doorgaan met het opstoken van de aarde, komt het zuiden nog eens in Zweden te liggen.

Wat orchideeën betreft heb ik een voorliefde ontwikkeld voor de stille types, de bescheiden bloeiertjes met ragfijn gesneden bloempjes, toonbeelden van subtiliteit. De witte muggenorchis, de kleine keverorchis, de koraalwortelorchis, afijn, u kent ze wel, bloemen die je moet zoeken, die een mens vertederen. En dan is zo'n plotseling opduikende tongorchis exact het tegendeel, niet alleen qua kleur (een krachtig violet), maar ook qua vorm (inderdaad, alsof er een fikse tong naar je wordt uitgestoken). Brutaal! Nee, ik zeg niet dat je je bescheurt van het lachen bij een tongorchis, maar grappig is zij in deze context wel degelijk.

Zo gaat het, denk ik, op alle terreinen van het leven. Je krijgt ergens kijk op, je verwerft je een zekere deskundigheid, er ontwikkelen zich verwachtingspatronen en juist in deze patronen doen zich de verrassingen voor. Zo bestaan er ook grappige orkeststukken (voor de muziekliefhebbers), grappige doelpunten (voor de voetballiefhebbers) en zelfs grappige uitspraken van de Hoge Raad (voor de liefhebbers van taal en gerechtigheid).