De burger als buffer

Mijn zwager heeft al van kindsaf ernstig last van psoriasis. Een nare huidziekte waar tot nog toe niet veel aan viel te doen. Altijd hevige jeuk, en vaak bloedende kloven in de huid, vooral op de polsen, de ellebogen en de knieën. Er zijn twee medicijnen voor ernstige psoriasis, methotrexate en cyclosporine, maar ze hebben volgens mijn `Merck Manual of Medical Information' allebei ernstige neveneffecten. Vorige week was er gelukkig beter nieuws. Twee Amerikaanse farmaceutische bedrijven, zo bericht het zakentijdschrift Barron's, zijn optimistisch over tests met een veel beter medicijn. Binnenkort kunnen psoriasispatiënten in Amerika voor 18 duizend gulden per jaar hun ziekte veilig en effectief wegwerken.

En wat betekent dat voor de ongeveer 8.000 ernstige psoriasispatiënten in Nederland? Niets, zolang het budget voor de gezondheidszorg voor de periode 2002-2006 even onvoldoende blijft als de afgelopen jaren. Elk nieuw geneesmiddel moet na alle klinische proeven immers nog een lastige bureaucratische hordenloop afleggen om toegelaten te worden voor vergoeding. Eerst is er één tot twee jaar ambtelijke studie voordat het product geaccepteerd wordt (dan gaat het dus niet om nieuwe experimenten maar alleen om het beoordelen van de documentatie). Daarna heeft de Ziekenfondsraad een paar maanden nodig voor overleg en ten slotte moet het tarievenorgaan CTG nog delibereren of er wel ruimte is in de budgetten. Twee tot drie jaar is een redelijke inschatting van de tijd die nodig is om een nieuw middel in ons land te introduceren.

De regering van Moldavië zou dure medicijnen niet kunnen betalen; wij willen ze niet betalen. Tien jaar geleden waren er hier schandalige sterftecijfers voor eierstokkanker – hoger dan in het buitenland – omdat de regering weigerde het dure middel taxol toe te laten. Na 1993 zijn nieuwe geneesmiddelen zelfs als algemeen beleid zes jaar lang bewust weggehouden van de Nederlandse patiënten in alle gevallen wanneer er een inferieur maar goedkoper alternatief op de markt was. Internationaal expert dr. Kanavos van de London School of Economics schrijft daarover dat in Nederland gedurende die zes jaar maar weinig van de nieuwe geneesmiddelen beschikbaar kwamen die elders in Europa wél werden geïntroduceerd. En nu zitten we met de veel te krappe financiële planning in de gezondheidszorg, zodat er geen post onvoorzien is voor de snelle toelating van heilzame nieuwe geneesmiddelen.

De `Dutch disease' is voorbij – maar de zorgsector lijdt aan financiële anorexia. Niet omdat Nederland arm is – wij zijn na Luxemburg het rijkste van alle Euro-landen – maar omdat twee paarse regeerakkoorden de zorgsector te krap hebben ingesnoerd. Net als in Engeland gaan mensen onnodig dood en lijden andere patiënten maanden op een wachtlijst omdat de regering niet genoeg geld en vrijheid heeft gegeven aan de medische sector. Maar er is een groot verschil tussen Engeland en Nederland. Premier Blair besteedt geen energie aan gratuit geklaag over hoge salarissen in het bedrijfsleven. In een interview tijdens de verkiezingscampagne zei hij vorige week: ,,Je kunt eindeloos proberen om de managers met de hoogste inkomens te beletten om al dat geld te verdienen, maar in de internationale economie van tegenwoordig verjaag je ze alleen maar naar het buitenland. Wie heeft daar wat aan? Wat we moeten doen is een helpende hand bieden aan mensen met minder kansen.'' Maar intussen heeft Blair al vorig jaar aangekondigd dat de uitgaven aan gezondheidszorg vier jaar lang mogen toenemen met 6,1 procent per jaar. Geen garantie van een hogere kwaliteit en kortere wachttijden, maar in elk geval een serieuze poging om eerdere fouten te herstellen. Een kwart méér geld in vier jaar.

Bij ons gaat het anders. De premier huilt uitvoerig over hoge salarissen in het bedrijfsleven, maar het onderwerp waarvoor wij hem gekozen hebben laat hij over aan precies dezelfde bureaucratische planners die in 1994 en 1998 zulke vreselijke fouten hebben gemaakt. De laatste prognose van het Centraal Planbureau voor de ruimte voor de zorgsector in 2002-2006 is 2,3 procent per jaar, minder dan de helft dus van het tempo in Engeland. Ik heb premier Kok ook niet horen beloven dat de wachtlijsten in Nederland korter zullen worden dan in België en Duitsland. Is er dan niet meer geld te vinden? Natuurlijk wel want de Nederlandse overheid besteedt in totaal volgend jaar 30 miljard gulden minder dan het gemiddelde van de 12 eurolanden. Als wij de schade in de zorg zouden repareren in het Engelse tempo zou Nederland in 2006 nog steeds 20 miljard per jaar goedkoper zijn dan Duitsland, Frankrijk, België etc.

Voor mij is dat zuinig genoeg, maar niet voor president Wellink van De Nederlandsche Bank, een grote supporter van het ultrastrenge beleid van minister Zalm en zijn planners. Wellink wil de strakke regels onverkort vasthouden en schrijft in reactie op mijn argumenten in Economisch Statistische Berichten: ,,Critici van de [Zalm-norm] stellen dat vaste uitgavenplafonds in een onzekere wereld belanghebbende burgers als buffer bij tegenvallers laten fungeren. Dat is waar, maar tegenvallers moeten ergens geabsorbeerd worden.''

In de omgekeerde wereld van de bureaucratische planners is het een `tegenvaller' wanneer een duur medicijn op de markt komt tegen psoriasis. En ook is het een tegenvaller wanneer er meer patiënten komen dan de planners hadden uitgerekend. Vrouwen moeten in Nederland na een borstoperatie nu gemiddeld een maand wachten op bestraling; drie weken is maximaal aanvaardbaar volgens de specialisten. In bijna alle bestralingscentra zijn de wachttijden boven de maximaal aanvaardbare norm, en in de Randstad is de situatie nog erger dan elders. Terwijl onze premier klaagt over de salarissen in het bedrijfsleven, hebben andere Nederlanders nog iets anders om over te klagen. Ze vervullen hun rol als `buffer' voor het starre budget in de zorg, maar helaas te lang. Ze sterven op de wachtlijst.