Cannabisminnende jongeren streven naar `depenalisatie'

De reactie van de kapper, begin twintig schatte ik, was standaard. Ach ja, Nederland dat is nu nog eens een modern land! Dat begrijpt de behoeften van zijn inwoners heel wat beter dan dat duffe Frankrijk met zijn fossiele politici. Hij somde de benijdenswaardige vrijheden moeiteloos op: de euthanasiewet en pas nog het homohuwelijk en, niet te vergeten, het gedoogbeleid ten aanzien van soft-drugs. Via de spiegel opperde ik of wellicht vooral het laatste hem aansprak en jawel, de lofzang op de coffeeshops van Amsterdam nam een aanvang. Zo af en toe eens stoned worden, waarom dat hier toch niet kon, hem was het een raadsel.

Vorige week was er weer eens een debat op de Franse radio over de vraag of Nederland een verdorven dan wel verlichte natie is (met overigens stakende stemmen aan het slot), maar voor veel Franse, nu ja, in elk geval Parijse jongeren is die discussie achterhaald. Zeg tegen ze dat je uit Nederland komt, en ze barsten los. Natúúrlijk hoort cannabisgebruik dépénalisé, legaal, te worden. Omdat gebruik in theorie nog altijd strafbaar is, gaat mijn kapper niet meer stemmen. Waarom zou hij die moeite moeten nemen voor politici die zich aan hem niets gelegen laten liggen? Om druk uit te oefenen? Dat is de illusie van iemand die geen snars begrijpt van de tot op het bot behoudende Franse politiek.

Kan zijn, maar sinds kort heb ik wel enige ervaring met het probleem van de cannabisminnende Franse jongere. Ik had bezoek met hasj-wensen over de vloer. Geen probleem, oordeelde ik luchtig: in een land waar volgens officiële schattingen meer softdrugs gebruikt worden dan in Nederland moest het toch wel lukken ergens iets te vinden. Maar waar? In een grote discotheek stak ik mijn licht maar eens op bij een jongen van wie ik had durven zweren dat hij gisteren zo niet vandaag nog een joint had gerookt – en geïnhaleerd had ook. Verbijsterd keek hij me aan. In zijn blik het wantrouwen dat burgers van de vroegere Sowjet-Unie jegens elkaar gekoesterd moeten hebben. Of ik niet wist hoe de wet luidt?

Jawel, maar ik ben een argeloze Hollander. Het is gek, ik heb in Nederland maar één keer marihuana gekocht om er thee van te zetten in een poging de laatste dagen van mijn oude vader te verlichten, maar pas toen ik hier een grammetje wilde hebben, drong het besef goed tot me door dat het in Frankrijk iets anders is dan een brood kopen. Bij de Hallen duwden we uiteindelijk een paar hangjongeren in het voorbijgaan een biljet in hun handen en zij de hasj in de onze: precies op dat moment waarop een groepje agenten de metro uitkwam. Ze reageerden niet, maar de schrik en het gebonk in de keel staan me nog bij.

Er heerst bovendien willekeur. In de praktijk gedoogt de politie; iedereen, tot en met de president van de Republiek, weet dat. Maar omdat het gedogen formeel niet bestaat, wordt er beboet, opgepakt of getolereerd afhankelijk van de stand van de pet van de dienstdoende agent. Geen ideale toestand van rechtszekerheid vinden steeds meer Fransen, ondanks het pessimisme van de jongeren. De discussie erover wordt steeds openlijker gevoerd. Nederland wordt al sinds een aantal jaren niet meer verketterd, en redactionele commentaren wijzen op de hypocrisie van het Franse beleid en het toenemende isolement tussen buurlanden die op gedogen overgaan.

Vorig jaar opperde Jack Lang, minister van Onderwijs, dat ecstacy-pillen op house-feesten getest zouden moeten gaan worden, zonder al te groot protest uit te lokken. De regering bracht een waardevrij voorlichtingsboekje uit voor ouders en jongeren over genotsmiddelen. En de minister van Volksgezondheid, Bernard Kouchner, zei vorige week ,,vurig'' te verlangen naar een parlementair debat over het ,,ontcriminaliseren van verslavingen''. Hij verduidelijkte geen voorstander te zijn van gedogen, maar te willen dat er een eind kwam aan het ,,stigmatiseren van andermans verslaving'' in het perspectief van toegestaan tabak- en alcoholgebruik.

Wel werd onlangs nog een wetswijziging aangenomen die rave-parties aan banden legt, mede met het oog op drugsgebruik. Vooral linkse parlementsleden stemden schoorvoetend voor, bang voor protesten van jonge kiezers, die inderdaad niet uitbleven. Alweer Jack Lang keerde zich tegen de maatregel. Hij noemde die een uiting van ,,anti-jongerenbeleid'' en een poging ,,een zekere vrijheid van leven'' aan banden te leggen. De jongeren zelf nemen hun toevlucht tot een zeer Franse manier van argumenteren en gaan vandaag in Parijs de straat op om hun ,,teufs'' (een omkering van het woord fêtes, feesten) veilig te stellen. Op 18 juni gaan ze in het hele land nog een keer de straat op, om hun eis van dépénalisation van cannabis kracht bij te zetten.