Ach moeder

De gebrekkige verzorging in verpleegtehuizen is niet alleen het gevolg van bezuinigingen. De ideeën over taakverdeling zijn verouderd en de mentaliteit van veel verplegers is ronduit slecht. Op bezoek bij De Rustenburg in Bergschenhoek.

`Ik zit in een ouwewijvenpakhuis.'

Mil van Leeuwen, dochter van een demente moeder, kan het geklaag over geld en `werkdruk' van mensen in de gezondheidszorg niet meer horen. Haar moeder woont in verpleeghuis De Rustenburg in Bergschenhoek en die wordt, zegt ze, slecht verzorgd. Ze heeft er al vaak wat aan proberen te doen, maar het helpt niet. Of het helpt maar even.

Bij haar thuis in Rotterdam-Hillegersberg vertelt ze wat ze de zondag ervoor heeft meegemaakt. ,,Mijn moeders mond zat vol met etensresten. De verpleger had haar net medicijnen gegeven. Hij zag ook wel dat ze vies was. Maar haar mond schoonmaken is zijn taak niet, dus dat had hij niet gedaan. Ik ga een washandje zoeken om het zelf te doen. De washandjes waren op. Ik loop naar de linnenkamer om nieuwe te halen. Daar waren ze ook op. Ik maak mijn moeder schoon met een handdoek. Toen vroegen ze of ik haar wilde helpen met eten. Mijn moeder krijgt 's avonds pap. Ze zeggen: in brood verslikt ze zich. Ik denk: pap is gemakkelijker. Mijn moeder had haar gebit niet in. Ik doe het doosje waar het gebit in wordt bewaard open, het stinkt me tegemoet. O, zegt de verpleger, dat zit er al minstens drie dagen in. Hij zegt niet: wat vervelend, of: zal ik het even schoonmaken? Hij doet niks. Intussen is de pap gekomen. Die is zo dun als melk, dus ik loop naar de keuken om de Bambix te pakken. De Bambix is niet te vinden. De verpleger daar zegt: ja, die is op. Het is zijn taak niet om te zorgen voor nieuwe Bambix. Ik kijk hem zo ongelovig aan dat hij een pak Bambix gaat halen uit de keuken van de afdeling ernaast. Ik zeg: joh, als ik er niet was geweest, had mijn moeder dan die dunne pap gekregen? Moet mijn moeder honger lijden?''

Mil van Leeuwen pakt twee peren en een sinaasappel, stapt in haar auto en rijdt naar De Rustenburg. Onderweg vertelt ze dat haar moeder de ziekte van Alzheimer heeft. Ze woont al tien jaar in een verpleeghuis. Ze heeft een keer haar heup gebroken, nu zit ze in een rolstoel, met een luier om, soms de hele dag dezelfde. Mil van Leeuwen gaat twee keer per week bij haar moeder op bezoek.

De Rustenburg ligt aan de rand van het dorp, tussen weilanden en bomen. Het gebouw is daar vijfentwintig jaar geleden neergezet. De plafonds zijn laag en betimmerd met schrootjes. De meeste muren binnen zijn van donkerrode baksteen, een deel is wit geschilderd. De Rustenburg wordt voor de laatste keer opgeknapt. Over een paar jaar komt er een nieuw gebouw.

De moeder van Mil van Leeuwen woont in paviljoen geel, voor mensen die niet meer goed aanspreekbaar zijn en alleen nog wat kunnen rondlopen en soms nog zelf een hap in hun mond kunnen stoppen – als ze eraan worden herinnerd. Mil van Leeuwen gaat voor haar moeder zitten, kijkt haar aan en zegt: ,,Ha lieverd. Hoe gaat het met je? Heb je zin in een peer?'' Haar moeder glimlacht vaag en zegt: ,,Ja.''

Het is twaalf uur, het warme eten wordt net gebracht. Rode bietjes met een speklapje en aardappelpuree, yoghurt toe. ,,Vandaag werken er aardige mensen'', zegt Mil van Leeuwen. Haar moeder heeft een schone jurk aan, haar haren zijn gekamd. Maar haar gebit heeft ze niet in. Na het eten laat Mil van Leeuwen de kamers, de kasten, de berghokken en de wc's zien. In de linnenkasten ligt alles door elkaar heen. In de wc's staan ongeleegde po's. Het ruikt overal naar urine. ,,Maar'', zegt Mil van Leeuwen, ,,er liggen vandaag nergens vieze luiers.''

Lopendebandwerk

Gebeld met Tineke Visscher, plaatsvervangend locatiemanager van De Rustenburg. Ze reageert vriendelijk, ze wil graag praten over de klachten. ,,We hebben niets te verbergen.'' De man die ze vervangt is een half jaar geleden overleden, na een lange ziekte. Ze ontvangt samen met Wilna van Eeden, coördinator zorg. Die is nog maar twee maanden in De Rustenburg, haar functie is nieuw. Wilna van Eeden moet zorgen dat het personeel van de Rustenburg anders gaat werken. Niet meer alleen gericht op het lichamelijke. Bewoners moeten zich thuis voelen. Ze is het type van de hoofdzuster. Ze loopt zomaar binnen op afdelingen om te kijken hoe het daar gaat. ,,Ze vinden me hier streng'', zegt ze.

De problemen in De Rustenburg, zeggen Tineke Visscher en Wilna van Eeden, komen vooral door dingen waar alle verpleeghuizen last van hebben. Minder personeel, ziekere bewoners. En dan de verouderde ideeën over verpleging. Iedereen heeft zijn eigen taken, ze worden van bovenaf ingedeeld. Veel taken zijn weggestreept of aan vrijwilligers overgedragen. ,,De verzorging van wonden wordt belangrijker gevonden dan de vergeetachtigheid van bewoners'', zegt Wilna van Eeden.

Die strikte verdeling van taken willen Tineke Visscher en Wilna van Eeden niet meer. Ze willen kleine teams die met elkaar alles doen voor een kleine groep bewoners. Het lastige is wel om aan goed personeel te komen. In ziekenhuizen kunnen mensen meer verdienen. Ze zijn vaak opgeleid met te veel theorie en te weinig praktijk. En mensen moeten wíllen veranderen. Dat laatste is het lastigst. Het grootste probleem van De Rustenburg is de mentaliteit. Er zijn te veel mensen bij wie die gewoon slecht is, zeggen Tineke Visscher en Wilna van Eeden.

Tineke Visscher: ,,Het komt doordat mensen hun werk niet meer kunnen doen zoals het zou moeten. Tien jaar geleden dekten we 's morgens de tafels voor het ontbijt en we hadden iedereen op tijd uit bed. Dat lukt allang niet meer.''

Wilna van Eeden: ,,Door de hiërarchische structuur doen sommige mensen hun werk alsof ze aan de lopende band staan. Ze praten niet over mevrouw X die mag kiezen welke jurk ze aan wil. Ze zeggen: ik moet er nog tien wassen.''

,,Waar geen klagers zijn, zijn geen rechten'', zegt Elly Krol. ,,Dat zei Douwe altijd.'' Douwe is haar man, hij woont ook in paviljoen geel. Zijn hersenschors is verkalkt, legt Elly Krol uit. Daardoor is hij dement. Hij kan ook niet meer lopen.

Elly Krol is lid van de cliëntenraad van De Rustenburg. Er zijn veel klachten, zegt ze. Ze heeft ze zelf ook. Maar ze houdt zich in. Ze vindt het vervelend als alles in de krant komt. Ze is een opvallende vrouw met opgestoken krullen. Ze studeerde ooit in Wageningen. ,,Ik ben een echte bèta'', zegt ze. De tafels in haar huis in Capelle aan den IJssel liggen vol boeken. Ze laat een foto zien van haar man toen hij nog gezond was. Bergschoenen, rugzak, geruit overhemd. ,,Er is geen binding tussen de mensen die daar werken'', zegt ze. ,,Het zijn allemaal korrels zand.'' Ze wil niet over personen praten, ze vertelt liever over het scheerapparaat van haar man. Dat werd nooit schoongemaakt. Daardoor ging het stuk. Ze kreeg een nieuwe, na een jaar. Dat werd ook nooit schoongemaakt. Daar zei ze wat over tegen de unitleider. Die zei toen dat ze de verpleging zou waarschuwen: als jullie het weer niet doen, geef ik jullie naam door aan mevrouw Krol. Dat de rolstoel van haar man ook bijna nooit wordt schoongemaakt, stoort haar al niet meer. Haar man zelf ziet er netjes uit, dat vindt ze belangrijker. Ze wast zijn kleren thuis.

Elly Krol doet overhemden, sinaasappels en een paar peren in een tas en rijdt naar De Rustenburg. Ze gaat bijna iedere dag naar haar man, meestal aan het eind van de middag. Onderweg vertelt ze hoe blij ze is dat haar man geen Alzheimer heeft. ,,Hij is niet onrustig. Hij wil niet naar huis.'' Haar man heeft net zijn brood op als ze binnenkomt. Ze legt haar handen om zijn gezicht, zoent hem en zegt: ,,Dag lieve jongen.'' Haar man glimlacht. ,,Zal ik lekker fruit voor je klaarmaken?'' Ze pakt zijn handen en begint ze te strelen. Ze legt uit dat ze zo energie doorgeeft. ,,Ik weet niet of ik het geloven moet. Maar hij ontspant er wel van.''

Ze loopt naar zijn kamer, pakt uit zijn nachtkastje het scheerapparaat, draait het open en blaast er een wolk haartjes uit. ,,Zie je'', zegt ze. ,,Het gebeurt nog steeds niet.''

Massages

Tineke Visscher en Wilna van Eeden vinden het goed dat de krant zelf komt kijken. Dat wordt dan op dinsdag 12 juni, in paviljoen groen, voor mensen die nog redelijk aanspreekbaar zijn en zich soms met wat hulp zelf kunnen aankleden. Eerst is er nog een gesprek met John Rampersad, het hoofd van paviljoen groen, en met Kees de Gruyter, unitleider. Wilna van Eeden komt er ook bij.

John Rampersad: ,,We erkennen gewoon dat er problemen zijn. Ik viel gisteren tussen vier en zes in op geel. Ik haalde nog iemand van een andere afdeling om te helpen. Ze ging bij de balie zitten. Ik zeg: nee, je gaat bij de bewoners zitten of je gaat naar de keuken.''

Wilna van Eeden: ,,Dat nonchalante gedrag accepteren we niet meer. Of je staat met een emmer vis op de markt. Of je werkt hier met empathie.''

In paviljoen groen is het ziektepercentage 9 procent. In paviljoen geel 29 procent.

Wilna van Eeden vertelt hoe ze `reflecteert' met mensen, ze `feedback' geeft. En als mensen met een chagrijnig gezicht rondlopen? ,,Dan doe ik ze na en dan zeg ik: ik voel me heel onprettig als ik jou zo zie.'' Ze vertelt ook over een activiteitenbegeleidster die ze de dag ervoor aan het werk zag. ,,Dat was een heel goeie. Ze zat armen te masseren, nagels te lakken. Die dames zaten er allemaal verrukkelijk bij.''

Kees de Gruyter: ,,Jammer dat armen wrijven vaak wordt gezien als niks doen. De spoelkeuken moet nog worden gedaan en jij zit lekker te masseren.''

Paviljoen groen heeft twee units. Het verschil ertussen is opmerkelijk. Maar Tineke Visscher en Wilna van Eeden zeggen van tevoren niets. De mensen die er werken zijn ook niet geïnformeerd. Ria en Nada staan net pannenkoeken te bakken en zijn verbaasd over het bezoek.

In een van de drie huiskamers van de unit 1 zitten drie vrouwen aan een ronde tafel: mevrouw Mooi, mevrouw Van Eijk en mevrouw Hogenbirk. Het is half twaalf, de televisie staat aan. Mevrouw Hogenbirk zegt: ,,Ach moeder ach, ik ben zo bang.'' Dat zegt ze elke twee minuten. Soms zegt ze: ,,Ach moeder, ik durf niet.'' Soms zegt mevrouw Van Eijk: ,,Ik neem aan dat je moeder dood is. Ik zeg het maar hoor, niemand die het anders zegt.'' Soms zegt mevrouw Mooi: ,,Je hebt er zulke zanikerds tussen. Ik ga er niet meer bij zitten.'' Verder zwijgen ze.

Vervolg op pagina Z2 (32)

Verpleeghuis

Vervolg van pagina Z1 (31)

Om kwart voor twaalf wordt mevrouw Bakker aan tafel gezet, even daarna mevrouw Leibes en daarna mevrouw Van Leeuwen. Ze hadden er al eerder moeten zitten. Maar de dag is traag op gang gekomen. De overdracht duurde lang, er zijn zieken, het wassen en aankleden begon te laat. Als de kar met warm eten komt, zijn nog niet alle bewoners uit bed. Toch begint Ria tegen twaalf uur de borden rond te delen. Spinazie, omelet, aardappelpuree, appelmoes. Ria werkt nog maar vijf dagen in De Rustenburg. Ze is schoonheidsspecialiste, maar daar had ze genoeg van. Ze was hier gewoon op een dag naar binnengelopen, zegt ze. Meteen aangenomen.

Mevrouw Van Eijk is de enige die zelf begint te eten. Na twee hapjes appelmoes legt ze haar vork neer. Ria snijdt de omelet van mevrouw Mooi, maakt mevrouw Leibes wakker, zegt tegen mevrouw Bakker dat ze haar zo komt helpen en gaat tussen mevrouw Van Leeuwen en mevrouw Hogenbirk in zitten. Ze geeft mevrouw Hogenbirk een hap en kijkt intussen naar mevrouw Van Leeuwen. ,,Fietje, wilt u haar helpen'', vraagt ze aan mevrouw Van Eijk. Mevrouw Van Eijk probeert het, maar mevrouw Van Leeuwen knijpt haar mond dicht. De spinazie valt op haar jurk. Mevrouw Mooi zegt: ,,Mevrouw Van Leeuwen ligt te schreeuwen. Moeder kom thuis! Anders komt de dief in huis!'' Mevrouw Van Eijk staat op, loopt naar Ria, begint haar armen te strelen en zegt: ,,Je bent een ouwe reus van mama.'' ,,U ook van mij'', zegt Ria. ,,Maar nu moet u gaan zitten. Het is etenstijd.''

Om half een komt Kees de Gruyter, de unitleider. ,,Ga je mee eten'', vraagt hij aan Ria. Ria kijkt de tafel rond. Alleen mevrouw Mooi zit zelf te eten. Mevrouw Leibes slaapt weer. Mevrouw Hogenbirk heeft vijf happen doorgeslikt. ,,Eh...'', zegt Ria. ,,Weet ik'', zegt Kees. ,,De anderen nemen het over. Je moet ook om jezelf denken.''

Een half uur later is alles afgeruimd. Er is bijna niets gegeten. Ria zet mevrouw De Graaf bij de anderen aan tafel. Ze bindt haar vast op haar stoel, anders staat ze iedere minuut op. Dan loopt ze naar de keuken, ze moet de boterhammen voor vanavond smeren. Er is niemand die nu op de zeven vrouwen let. Iedere minuut zegt mevrouw Hogenbirk: ,,Ach moeder ach, ik ben zo bang.'' Iedere minuut zegt mevrouw De Graaf: ,,Ik ben ook zo bang. Ik wil naar huis.'' Na een kwartier zegt mevrouw Mooi: ,,Ik zit in een ouwewijvenpakhuis.'' Dan zegt mevrouw Hogenbirk opeens: ,,Zullen we weggaan?'' Mevrouw Mooi: ,,Ga jij maar gauw.'' Mevrouw Hogenbirk: ,,Ach moeder ach, ik ben zo bang.'' Mevrouw Mooi: ,,Ik word gek van je.'' Mevrouw Hogenbirk: ,,Ach moe...'' Mevrouw Mooi: ,,Hoor je me? Ik word gek van je.''

En dan het verschil met de andere unit op paviljoen groen. Daar werkt Geert, huiskamerassistent. Hij was verpleegkundige in Nijmegen, verhuisde naar het westen voor zijn vriend en meldde zich als vrijwilliger in De Rustenburg. Hij had geen zin meer om in een ziekenhuis te werken. Het `sociaal-psychologische' sprak hem altijd al meer aan. Dat is nu ruim een jaar geleden. Sinds kort is Geert in dienst. En De Rustenburg zoekt nog meer huiskamerassistenten. Geert krijgt alleen niet het salaris dat hij vroeger verdiende. Toen zat hij in schaal 35, nu in 25. En de nieuwe komen in schaal 20. ,,Ik zou wel anders willen'', zegt Tineke Visser, ,,maar het kan niet volgens de CAO.''

Wat doet Geert? Hij leest voor uit Dik Trom, met zeven vrouwen om zich heen. Daarna vraagt hij wat ze vroeger zelf voor kattenkwaad uithaalden. Hij praat over de haring die ze vanmiddag gaan eten. Eén vrouw begint te vertellen over haar reizen naar Finland en New York. Haar man was kapitein. Eén vrouw vertelt over haar vader die loods was. Eén vrouw vertelt over haar tochtjes naar haar tante in Hellevoetsluis. ,,Als ik u zo hoor'', zegt Geert, ,,heeft u allemaal veel met water te maken gehad.''

Vraag aan Wilna van Eeden: zouden verzorgers niet moeten doen wat de huiskamerassistent doet en andersom? ,,Dat zou ideaal zijn'', zegt ze. ,,Maar dat lukt niet. Zulke mensen vind je niet.''