`Slava' met lef en humor

Mstislav Rostropovitsj is als uitvoerend musicus een unicum. Een recordaantal werken werd aan hem opgedragen en alleen al als cellist speelde hij van honderdtwintig composities de wereldpremière. Wie Rostropovitsj uitnodigt, moet daarom óók een denkbeeldige stoel aanschuiven voor alle belangrijke twintigste-eeuwse componisten met wie hij vriendschappen onderhield. Sjostakovitsj, Prokofjev, Britten – de lijst is lang, en loopt deze maand als een rode draad door het aan Rostropovitsj gewijde Slava!-festival in het Concertgebouw.

Het Slava!-festival belichtte Rostropovitsj gisteravond voor het eerst als dirigent én cellist. Bij het Koninklijk Concertgebouworkest dirigeerde hij deeltjes uit Sjostakovitsj' opera Lady Macbeth van Mtsensk en soleerde hij in diens Eerste celloconcert, dat de componist in 1959 aan zijn oud-student en oud-buurman (!) `Slava' opdroeg.

Hoe vruchtbaar Rostropovitsj' muzikale vriendschappen zijn en waren, bleek uit zijn interpretatie van Sjostakovitsj' enerverende Eerste celloconcert al vanaf de gedurfd-dreinerig gespeelde inzet. De dubbelgrepen in de aartslastige Cadenza bezaten misschien niet steeds de souplesse van zijn jonge jaren (Rostropovitsj heeft aangekondigd in 2003 te stoppen met cellospelen in het openbaar), maar het waren ook meer de muzikale diepgang en durf die hier telden. Alleen een musicus die elk nootje in het Moderato kent, voelt en begrijpt als zijn eigen vingerkootje, durft zo broos en kwetsbaar te spelen. Het resultaat bleek een desolate en aangrijpende alleenspraak, waartegen het Concertgebouworkest onder de zeer muzikale leiding van Andrej Borejko een flinterdun contrapunt plaatste.

Hoewel `Mitja' Sjostakovitsj door `Slava' Rostropovitsj wordt aangemerkt als één van zijn absolute `muzikale koningen', betoonde Rostropovitsj zich gisteravond ook een pleitbezorger van componist Henri Dutilleux (1916), die zijn orkestwerk Timbres, espace, mouvement aan Rostropovitsj opdroeg. Dutilleux was voor de door Rostropovitsj reliëfrijk gedirigeerde uitvoering van zijn werk naar Amsterdam gereisd. Hij werd na afloop door Rostropovitsj op het podium gehaald, waar dirigent en componist vervolgens even enthousiast voor elkaar applaudisseerden als de zaal voor hen.

Rostropovitsj' affiniteit met Sjostakovitsj echode door in zijn visie op de vijf turbulente tussenspelen uit de opera Lady Macbeth van Mtsensk. Ook naar verhouding veel driester en uitbundiger dan Andrej Borejko in het ingetogener Celloconcert, dirigeerde Rostropovitsj Sjostakovitsj zoals hij hem speelt – eigenzinnig, geestig, zonder angst voor een bitse benadering van de ritmiek en met een bij vlagen hemelhoog klagende lyriek. In het laatste tussenspel ging hij het groots bezette Concertgebouworkest met aanstekelijke energie voor in een reeks oortuitende klankerupties, en belichtte Sjostakovitsj zo in een polair gependel tussen schimmig gesomber en krijsend koper.

Vanavond laat Rostropovitsj zich van weer een andere kant zien in een kamermuziekprogramma, waaraan onder meer wordt meegewerkt door violist Maxim Vengerov, altist Joeri Basjmet en Alexander Kerr, concertmeester van het Concertgebouworkest.

SLAVA!-festival: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andrej Borejko m.m.v en o.l.v. Mstislav Rostropovitsj (cello). Werken van Ginastera, Dutilleux en Sjostakovitsj. Gehoord: 14/6 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 16/6, aldaar. Radio 4: 17/6, 14 uur.