Ruzie over brood en vrouwen loopt op in Afghanistan

Mogen vrouwen worden ingezet bij de verdeling van humanitaire hulp in Afghanistan? De Talibaan vinden van niet, de VN staan erop. Mogelijk gevolg: de sluiting van 130 bakkerijen in Kabul.

Lange tijd dacht Peter Goossens, plaatsvervangend hoofd van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) in Afghanistan, dat het conflict met de Talibaan over het verstrekken van gesubsidieerd brood aan de armste lagen van de bevolking in Kabul met een sisser zou aflopen. Buitenlandse organisaties zijn er aan gewend dat de Talibaan zich niet zoveel gelegen laten liggen aan humanitaire hulpverlening. Maar de situatie in Kabul is anders dan in het zuiden van Afghanistan. Veel inwoners van de hoofdstad beschouwen de aanwezigheid van de extreemfundamentalistische `Koranstudenten' als een onderdrukkende `bezettingsmacht'. Dat noopt de Talibaan tot voorzichtigheid, dacht Goossens een maand geleden nog. ,,Door het uitdelen van goedkoop brood, kopen wij in feit vrede af in voor hen vijandelijk, stedelijk gebied''.

Goossens kan nog steeds zijn gelijk halen. Gisteren, na opniew mislukte onderhandelingen met de Talibaan, kondigde het WFP aan dat het vandaag zijn 130 bakkerijen in Kabul zou sluiten. In VN-kringen werd al rekening gehouden met het uitbreken van `broodrellen' en al dan niet georkesteerde woedeuitbarstingen. Maar vanochtend lieten de Talibaan weten verder te willen praten, en stelde het WFP de sluiting van de bakkerijen op het laatste nippertje uit.

De ruzie gaat over het controleren van de bijna 280.000 kaarthouders die in aanmerking komen voor goedkoop brood — ongeveer 20 procent van het inwonertal van de hoofdstad. Maar meer nog gaat het conflict over de rigide opvattingen die de Talibaan er op na houden over de positie van de vrouw. Het is de eerste grote confrontatie over het vorig jaar zomer afgekondigde edict dat lokale en buitenlandse hulporganisaties geen Afghaanse vrouwen meer in dienst mogen hebben.

Een Afghaans brood, niet-gegist en ovaal van vorm, kost op de markt in Kabul rond de 6.000 Afghani. Kaarthouders kunnen zo'n brood van 400 gram tarwebloem kopen voor 800 Afghani in een van de speciale 130 WFP-bakkerijen. De bedoeling is daarmee het leven wat dragelijker te maken voor de armsten, maar die doelstelling is de afgelopen jaren verwaterd. De bakkerijen functioneren al sinds 1995 en sindsdien is het bestand ernstig vervuild. Veel kaarten zijn in handen gekomen van huishoudens die daar eigenlijk geen recht op hebben, terwijl veel echte armen, onder andere vluchtelingen die naar Kabul zijn getrokken, geen kaart hebben.

Om de groep behoeftigen in kaart te brengen, wilde het WFP onderzoek doen onder alle huishoudens in Kabul. Zoiets kan alleen maar gedaan worden door vrouwen; in Afghanistan is het ondenkbaar dat mannen, anders dan naastebloedverwanten of de echtgenoot, vrouwen benaderen. Daarom had het WFP vorig jaar, met behulp van een Australisch consultancy-bureau, 600 vrouwen en 100 toezichthoudsters geselecteerd die de klus zouden klaren. Door het edict van mullah Omar, de geestelijk leider van de Talibaan, moest de operatie echter worden afgeblazen.

Goossens: ,,We hebben de Talibaan toen gezegd: als er geen survey is, kunnen we niet doorgaan met ons programma. Dat was in augustus. Toen werden we geconfronteerd met nieuwe droogte in Afghanistan en met een nieuwe stroom van vluchtelingen. Daarom hebben gezegd: we gaan door tot 31 mei 2001, maar dan moet er een oplossing zijn. We bluffen niet. De Talibaan zeiden: `Haal de mensen van de lijst, die er niet op thuishoren'. Wij zeiden: `Het gaat ook ons ook om de behoeftigen die niet op de lijst staan'. De Talibaan zeiden: `Ga dan naar de mullah's en vraag hen wie arm zijn.' Wij zeiden: `Denk je dat we naar onze donoren kunnen gaan en zeggen: we zijn afgegaan op het woord van de mullah's'? We willen een onafhankelijk onderzoek'.''

Toch leek er de afgelopen maanden een uitweg uit de impasse. Naast de 130 bakkerijen van de WFP is er in Kabul en speciaal voedselprogramma voor weduwen en hun kinderen. Op 15 verschillende plaatsen bakken vrouwen dagelijks brood dat is bestemd voor zo'n 7.000 huishoudens. Die `vrouwenbakkerijen', met elk 15 werkneemsters zijn uitgegroeid tot sociale ontmoetingsplaatsen voor alleenstaande vrouwen. In februari nam het WFP dit programma over van het International Committee of the Red Cross.

In april kreeg Goossens de cryptische mededeling van de autoriteiten dat `de discussie over het bevolkingsonderzoek nog niet gesloten was'. Hij ging naar de plaatsvervangend minister van Planning. ,,Dat gesprek duurde anderhalf uur. Ik had iemand bij me omdat het niet altijd duidelijk is wat ze bedoelen. Na afloop zei hij: `Ik denk dat ze ons hebben verteld: je mag de survey niet doen, maar als je het discreet doet, zullen we geen problemen maken'.''

Daarop besloot Goossens tot ,,een creatieve aanpak''. Het uitgangspunt van een onderzoek over de hele stad werd opgegeven, maar de bestaande lijst werd geschoond van de gevallen van misbruik. Tegelijkertijd werd het programma van de `vrouwenbakkerijen' in stilte uitgebreid. ,,Nu hebben we geen 600 maar slechts 50 vrouwen nodig om het programma te screenen. Het algemene bakkerijprogramma wordt kleiner en dat van de vrouwenbakkerijen groter.''

Dat was vorige maand, toen het pokerspel met de Talibaan leek te zijn afgerond. Maar ook 50 vrouwen zijn er nog steeds 50 te veel, blijkt.