Respect bij verdediging De Boer is ver te zoeken

Morele verontwaardiging giert door het Nederlandse voetbal, nu de aanvoerder van het Nederlands elftal, Frank de Boer, een jaar is geschorst wegens doping. Het heftige verweer van de voetbalautoriteiten komt te laat voor de gedupeerden.

Als door een harpoen getroffen slaat de (Nederlandse) voetbalwereld van zich af, nu na Edgar Davids de aanvoerder van het Nederlands elftal, Frank de Boer, is gestraft wegens overtreding van de dopingreglementen. Niet alleen Nederlandse juristen en wetenschappers, ook voetbalautoriteiten vertonen een morele verontwaardiging die ongekend is in de sportwereld wanneer sprake is van doping.

Niet zozeer de vraag of het verboden, spierversterkende middel nandrolon daadwerkelijk is gebruikt houdt de gemoederen van de verdediging bezig, alswel de vraag waar de overkoepelende instantie, de Europese voetbalfederatie UEFA, het recht vandaan haalt straffen op te leggen. Niet eerder heeft een Nederlandse sportman zoveel bescherming genoten als nu De Boer en straks mogelijk Davids wanneer hij door de Italiaanse justitie wordt gestraft.

De verdediging die De Boer ter beschikking staat, is van een dermate groot kaliber dat men zich afvraagt of minder goede en belangrijke voetballers dezelfde steun zouden krijgen. Met groot machtsvertoon hebben alle voetbalautoriteiten zich geschaard achter De Boers zaakwaarnemer die met grof geschut en veel geld meent internationale afspraken (tussen sportbonden en overheden) ongedaan te kunnen maken. Misschien hebben ze gelijk en wordt hun beschermeling, die te boek staat als sportieve voetballer, onrecht aangedaan. Maar het lawaai dat ze teweeg brengen doet geforceerd aan.

Het lijkt de betrokken juristen, wetenschappers en voetbalautoriteiten niet om recht te gaan, maar om andere motieven. Wie voor rechtvaardigheid pleit, dient respect te hebben voor de tegenpartij. En getuige de verklaringen van alle spelers van de verdedigende partij is er geen respect voor de aanvallende partij. Als miskende en afgewezen adolescenten bezigen ze uiterst beledigende taal jegens de mensen die proberen volgens de afgesproken regels te handelen. Emotioneel geladen kretologieën van de partijdige juristen doen het voor de camera's goed, maar lijken de zaak allerminst goed te doen. Slechts de gedupeerde toont zich ondanks zijn emoties een gentleman, zoals een sportman betaamt.

Afgezien van de vraag of De Boer (en toevallig ook zijn landgenoot Davids) medicamenten of voedingssupplementen heeft genomen die stimulerende stoffen bevatten, hebben Nederlandse voetbalautoriteiten zich nooit afgevraagd of de dopingregels wel rechtmatig waren. Nooit heeft een jurist van de voetbalbond of een voetbalclub zich publiekelijk afgevraagd of die regels wel deugdelijk zijn. Vragen juristen en zaakwaarnemers als die van De Boer zich weleens bij het opstellen van een arbeidsovereenkomst tussen speler en club af of kwesties als het onderhavige zich kunnen voordoen? Nee. Want: doping bestaat niet in voetbal. Waarom? Omdat voetballers het niet nodig hebben.

Naïef of arrogant is die houding te noemen. Wat Maradona in 1994 overkwam toen hij werd betrapt op het gebruik van een magische drank, is een uitzondering. En: wanneer is een voetballer betrapt op doping? Zelden. Maar nu het wereldwijde dopingvirus ook het Nederlandse voetbal, in het bijzonder de vaandeldrager van Oranje en diens compaan, heeft besmet, springt voetballend Nederland op de barricaden.

Voetballand Nederland meent onschendbaar te zijn. De bondsartsen sloegen in navolging van de artsen van de olympische afvaardiging kilo's creatine in – want creatine mag dan herstelbevorderend zijn, het is niet schadelijk – omdat de voormalige bonscoach Rijkaard een overtuigd gebruiker was. Voedingssupplementen werden aangeschaft, want suppletie hoeft per definitie geen doping te zijn. Grenzen werden verlegd om prestaties te verbeteren. Te weinig heeft men zich afgevraagd of er geen gevaar school in het gebruik van dergelijke middelen.

Nu het te laat is, schreeuwen degenen die vooral het Nederlands voetbal vertegenwoordigen, moord en brand. (Waarom laat De Boers club Barcelona zo weinig van zich horen?) De Boer en straks Davids moeten boeten voor de naïeve (en arrogante) houding van de mensen die hun belangen behartigen. Misschien worden de regels dankzij hun heftige verweer straks aangepast en voelen de regelgevers zich geroepen het dopingverbod ter discussie te stellen. Maar daar heeft De Boer niets aan. Hij wil een winnaar zijn, geen martelaar.