Philip Roth is wat in de war

Zelfs sommige van zijn trouwste lezers zullen het niet meer weten, na zijn sublieme reeks boeken met Nathan Zuckerman als alter ego/alter id, maar Philip Roth heeft nog een ander personage dat hij met enige regelmaat als hoofdpersoon opvoerde. David Kepesh, die de ikfiguur is van zijn nieuwe novelle, dook twee keer eerder op in Roths werk: in 1972, in The Breast als de man die een Verwandlung tot vrouwenborst ondergaat, en vijf jaar later als de Professor of Desire in het gelijknamige boek.

Herinnerde de Kepesh van die laatste (realistische) roman al weinig aan die van het absurdistisch-fantastische The Breast, in deze recente novelle is biografie zo ongeveer afwezig, reden om je af te vragen waarom het juist Kepesh is die het hier beschrevene doormaakt. Hij is zeventig, dat klopt wel, en nog steeds docent, zij niet meer in literatuur maar in een vak dat `Practical Criticism' heet. Getrouwd geweest in het verleden en vastbesloten nooit meer `in de kooi te leven.' Verder is hij `zoals u weet, heel kwetsbaar voor vrouwelijk schoon' en treedt hij op in een literair tv-praatprogramma. Dat maakt zijn cursus populair. Aan elk semester houdt hij een studente over met wie hij het bed deelt als de examens achter de rug zijn, en acht jaar geleden was dat de beeldschone, statueske, goedgemanierde Consulea van Cubaanse afkomst. Hij is vooral tot haar aangetrokken vanwege (jawel) haar perfecte borsten, en de beschrijving van hun eerste bedscène is vooral daardoor klassiek Roth – zoals ook zijn ergernis over haar `mechanische blow-jobs' dat zijn (de kenners van zijn werk weten dat die namelijk alleen maar te genieten zijn als de vrouw er ook van geniet, of doet alsof).

Kepesh, die weet dat `niets het ordelijke leven van een man zo in de war schopt als seks', raakt zo geobsedeerd door het meisje dat hij nauwelijks van hun verhouding kan genieten maar hoofdzakelijk bezig is met het idee dat hij haar zal kwijtraken. Dat gebeurt dan ook, maar acht jaar later zoekt ze hem weer op, de man die het meest van haar borsten genoot, om te melden dat ze borstkanker heeft.

Het dunne extra verhaallijntje dat Roth hieraan toevoegt (en dat op de laatste pagina de voorzet geeft voor een zo mogelijk nog dunner plot) heeft te maken met een voorgangster van Consuela, de geroutineerde Carolyn. Ook zij legde een jaar of dertig geleden de kortste weg af van de collegebanken naar het professorale bed, maar keert daar nu in terug. Vele kilo's zwaarder, te druk om zich te binden maar wel ondertussen extreem jaloers. De verhouding met Carolyn is voor Kepesh/Roth aanleiding voor een rapsodische lofzang op de jaren zestig en de manier waarop vrouwen zich toen bevrijdden – maar dan weer niet zich concentrerend op Carolyn zelf maar een vriendin van haar die... waarom toch al die compositorische omhaal?

Vooral sinds Sabbath's Theater, het boek dat hij in 1995 publiceerde, leest Roths werk alsof de auteur te veel haast heeft om zich om de constructie te bekommeren. Maar juist dat wilde, associatieve maakte het lezen tot een avontuur, een avontuur dat bij deze curieuze novelle ontbreekt. Hoewel de familiaire Roth-thema's nadrukkelijk aanwezig zijn (de vader/zoon verhouding, de nasleep van de Sixties, de begeerte en seks als wapen om de sterfelijkheid op afstand te houden) blijft het allemaal wat ondiep en ondanks de directheid waarmee het geschreven is, op een vreemde manier weinig opwindend. Zelfs de tragische Consuela, met al haar kwetsbaarheid en verdriet wanneer ze vlak voor haar amputatie door Kepesh nog éénmaal haar perfecte borsten laat fotograferen, blijft teleurstellend tweedimensionaal, en dan niet alleen omdat Kepesh een lage dunk heeft van haar verstandelijke talenten. Er wordt verbazingwekkend veel overhoop gehaald in zo weinig kleine pagina's, maar het is ook verbazingwekkend hoeveel er onuitgewerkt blijft.

Roth heeft aangekondigd dat hij in de tijd die hem rest alleen nog maar wil schrijven, schrijven. Hoera, roepen wij, in het belang van de literatuur. Maar zou het kunnen dat hij een volgende keer wat minder haast moet vertonen met uitgeven? Deze novelle lijkt gemotiveerd door een aantal impulsen uit een afgebakende tijdsperiode: de dood van een vriend, de aanwakkerende generatie-ergernis tussen Kepesh en zijn zoon, het passeren van het millennium. Ik noem nu alleen de zijdelingse ingrediënten, naast de hierboven aangestipte hoofdlijnen. De noodzaak om dit alles tot één vertelling aaneen te weven ontgaat me grotendeels, en was waarschijnlijk duidelijker gebleken als er hier en daar wat meer was uitgewerkt. Maar vooral de urgentie waarmee het is opgeschreven verraadt dat de auteur vond dat het er moest staan zoals het er staat, en ik neig er altijd sterk toe om te denken dat niemand hem dat mag ontzeggen.

Na de literaire explosie van wat Roth de laatste jaren publiceerde, kon deze satelliet misschien moeilijk anders dan teleurstellen. Het zij hem vergeven, maar een teleurstelling blijft het.

Philip Roth: The Dying Animal. Houghton Mifflin, 156 blz. ƒ49.95. De Nederlandse vertaling van Ko Kooman, Een stervend dier, verschijnt in juli bij Meulenhoff.

[streamliner] Aan elk semester houdt hij een studente over met wie hij het bed deelt als de examens achter de rug zijn

Buitenlandse literatuur