Partijbelang

Het schijnt slecht te gaan met de politieke partijen, tenminste als je afgaat op het aantal leden. Dat is de laatste jaren zienderogen afgenomen. Wat ook is afgenomen, is de interesse van de burger in de politiek. Mijn ouders hingen tegen de tijd van de verkiezingen een biljet voor het raam. Soms wel eens twee, want mijn moeder was er trots op dat zij anders stemde dan mijn vader. Mijn vader was ook nog eens partijlid, maar ik verdacht hem er wel eens van dat hij alleen maar lid was om te kunnen dreigen met opzegging. Eens in het kwartaal stond er beneden in het trapgat een man van de partij die de contributie kwam ophalen. Hij kwam altijd tegen etenstijd, wat hem nog minder populair maakte.

Dat bestaat allemaal niet meer. Als er nu verkiezingen aankomen, kun je door de straten rijden zonder een aanwijzing te zien dat er campagne wordt gevoerd. Die simpele leuzen op de bruggen zijn verdwenen. Het lijkt wel of mensen zich gegeneerd voelen om een biljet voor het raam te hangen. Nog niet zo lang geleden kwamen de kaders van de partij op vergaderingen bijeen om het bestuur ter verantwoording te roepen. De partijleiding vond al dat gekrakeel maar lastig en heeft die democratie afgeschaft. Bij de PvdA heeft Felix Rottenberg dat voor elkaar gekregen, wat hem de faam van vernieuwer heeft bezorgd. Maar het gevolg is geweest dat nog minder leden zich geroepen voelden om naar de partijvergaderingen te gaan.

Een tijdje geleden heeft Ronald Plasterk, geneticus en columnist van de Volkskrant, beschreven hoe hij door de PvdA werd uitgenodigd deel te nemen aan een zogenaamd `focusgroepje'. Min of meer belangrijke leden kwamen niet meer bijeen in een buurthuis of in een zijzaaltje van een restaurant, maar in een vergaderruimte op een onderzoeksbureau. Daar kregen zij via een bandje een door Wim Kok uit te spreken toespraak te horen, waarop zij moesten reageren. Een medewerker van het onderzoeksbureau noteerde wat hij te horen kreeg en zou later de conclusies aan de partijleider doorgeven. Misschien deed de partijleider er nog wat mee. Goedenavond en bedankt.

Plasterk schrijft vaak vermakelijk over politiek, vooral als het over het CDA en D66 gaat. Zijn eigen partij weet hij ook te vinden, maar soms is hij ineens heel gezagsgetrouw. Zo adviseerde hij de PvdA vorige week Bram Peper zo veel mogelijk `op een zeer grote afstand te houden'. Plasterk vindt Peper een arrogante kwast, die maar blijft mopperen over het onrecht dat is hem aangedaan en die niet wil inzien dat hij daarmee de belangen van zijn partij schaadt bij de komende verkiezingen. Volgens Plasterk is loyaliteit is mooi, maar zouden Melkert, Van Thijn en ook Wim Kok er verstandig aandoen doen die hautaine Peper te laten vallen.

Een onderzoeksbureau zou concluderen dat hier helemaal wordt geredeneerd `vanuit de organisatie'. Als buitenstaander vind ik juist dat er wel iets heroïsch zit in al die pogingen van Peper om zich niet bij zijn val neer te leggen. Ongetwijfeld is Peper intelligent genoeg om te beseffen dat zijn houding het einde van zijn politieke carrière alleen maar versnelt. Hij weet ook wel dat het verstandiger is om je een tijdje rustig te houden, want de golven van de tijd brengen in Nederland iedereen terug naar het strand. Laatst is zelfs Aantjes rehabiliteerd. Maar gedreven door zijn rechtsgevoel – en door zijn eigendunk – vecht Peper terug, ongeacht wat nu eigenlijk goed voor hem is.

Mulisch heeft er op gewezen dat in de zuidelijk landen Don Quichotte de eigenlijke held is en dat Sancho Panza wordt beschouwd als een kleinburgerlijke middenstander, die met zijn realisme elke droom weet te vernietigen. In Nederland is het precies andersom. Daar is Don Quichotte de halve gare die tegen windmolens vecht, terwijl Sancho Panza wordt beschouwd als een vertegenwoordiger van het verstand. Volgens het inzicht van Mulisch zou Peper in Spanje of Italië als een held uit zijn affaire zijn gesprongen en is het logisch dat in Nederland wordt geadviseerd hem uit te spugen.

Natuurlijk moet politiek een kwestie zijn van compromissen. Halsstarrigheid is niet de beste leidraad, maar toch ben ik blij dat er zo iemand als Peper bestaat. Ik zou het erg jammer vinden als hij wordt gedumpt. Als alle menselijke gekte wordt uitgeschakeld, kun je het land net zo goed laten leiden door een onderzoeksbureau. Lid zijn van een partij wordt dan helemaal een overbodigheid.