Onderhandelen over uitgeprocedeerde illegalen

,,Verdwenen zijn de dictaturen; gevangenschap en pijn. Verbanning en verdriet verduren. God zelf zal bij ons zijn. Wie in die dromen durft geloven, voelt zelf verandering. Vertwijfeling en wanhoop doven in blijde aarzeling.''

Eva's lied, op de melodie van psalm 65, knalt door de aula van de Amersfoortse gereformeerde scholengemeenschap Guido de Brès. Daar heeft de Raad van Kerken zojuist de werkdag over de nieuwe vluchtelingenwet gehouden. Ter afsluiting zijn de zestig aanwezigen van hun stoeltjes opgestaan en zingen ze met het velletje tekst in de hand uit volle borst.

De timing van de werkdag, die vorige week zaterdag werd gehouden, was goed. Uitgerekend vorige week kwam de gemeente Utrecht met een plan om uitgeprocedeerde asielzoekers op te vangen en was de discussie op gang gekomen. Streng riep het Tweede-Kamerlid Kamp (VVD) dat gemeenten geen opvang mogen verzorgen, omdat ze daarmee het vreemdelingenbeleid zouden dwarsbomen. Onzin, vindt J. van Tilborg, voorzitter van de internationale kerkelijke vluchtelingenorganisatie INLIA. Gemeenten beginnen volgens hem juist ,,langzaam de ogen te openen en te ontwaken''. Behalve Utrecht kent hij nog zestig gemeenten die overwegen opvang te gaan verzorgen. De helft van die gemeenten, waaronder Groningen, Assen en Almere, gaat dit doen, weet Van Tilborg.

Tussen de schoolborden, landkaarten en gekleurde vlaggetjes preekt hij voor eigen parochie. De bedoeling van de dag is er samen achter te komen hoe de kerken met de nieuwe vreemdelingenwet moeten omgaan. Van Tilborg legt uit dat de politiek de problemen rond de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers jarenlang op de kerken heeft afgeschoven. ,,Illegalen worden op het station Arnhem gezet en aan hun lot overgelaten.'' Dat de kerken hen dan helpen, is volgens Van Tilborg niet meer dan logisch. ,,Wij hebben nu eenmaal een veel ouder regeerakkoord dan het paarse kabinet.''

,,Telkens weer zullen kerken worden aangesproken'', zegt Michel Peters, secretaris van de Raad van Kerken. ,,Is het niet door de asielzoekers, dan wel door de gemeenten zelf.'' Maar, waarschuwt Van Tilborg, ,,het mag niet zo zijn dat de kerken de rekeningen van gemeenten gaan betalen''. Daarom moeten ze zich hard opstellen in onderhandelingen met de gemeenten. En mocht hun oude regeerakkoord daarbij onvoldoende helpen, dan heeft Van Tilborg nog een extra hulpmiddel: de `Notitie noodopvang dakloze asielzoekers', die het INLIA heeft geschreven.

In een speciale workshop legt hij de inhoud van het strijdplan uit. Allereerst moeten een kerk bij het opvangen van uitgeprocedeerde asielzoekers zoveel mogelijk bondgenoten zoeken om een zo breed mogelijke steun te krijgen. Hierna moet voor de financiering een stichting worden opgericht. Pas dan kan er goed met de gemeente worden onderhandeld. Daarbij moet één ding voortdurend worden benadrukt. ,,Je moet bij de gemeente continu duidelijk maken dat zij degene zijn die met het probleem zitten. Niet de kerken.'' Het onderwerp blijkt populair te zijn. Bijna driekwart van alle aanwezigen volgt de onderhandelingscursus, waardoor twee kleine groepjes overblijven voor de andere workshops. Er zijn dan ook te weinig notities om uit te delen. Op een blanco A4-tje kan iedereen die er geen heeft weten te bemachtigen, zijn gegevens invullen, zodat het achteraf kan worden toegestuurd.

,,Jongens, het is de 21ste eeuw!'' roept iemand uit de zaal. Meteen gaat er een golf van onrust door de zaal, waar de gemiddelde leeftijd ruim boven de vijftig ligt. ,,Kan iemand die notitie even op een website zetten?'' Opgelaten probeert Van Tilburg de onrust te sussen. Het bouwen van een site is volgens hem een ingewikkeld karwei en het kan daarom nog wel enige tijd duren voordat INLIA online is.

,,Gelukkig'', verzucht de zaal. ,,Dus het kan toch ook nog gewoon per brief worden opgestuurd?''