`Laurence Sterne was een zeer spirituele ouwehoer'

Kinderboekenschrijfster en dichteres Joke van Leeuwen, die met haar voorstelling volle zalen trekt, herkent vrolijkte gekte bij de 18de-eeuwse Ierse schrijver Laurence Sterne.

Onlangs hield ze nog een uitverkochte Kleine Zaal van het Concertgebouw in haar ban: bij de kindervoorstelling Wijd weg, met muziek van Fay Lovsky, wist Joke van Leeuwen, dankzij haar expressieve stem, haar mimiek en haar levensechte manier van struikelen over denkbeeldige voorwerpen, het grotendeels uit kinderen bestaande publiek een vol uur lang geboeid te houden. Nu, tijdens ons gesprek in een Amsterdams café, is haar stem zacht en op het verlegene af. Joke van Leeuwen (1952) is een veel bekroond kinderboekenschrijfster en tekenares, die ook poëzie publiceert. Haar werk is taalgevoelig en getuigt van een vrolijke gekte. Het zit vol tekstvervangende tekeningen, rare of vertederende grapjes en de wonderlijkste zaken lijken in haar werk vanzelfsprekend te zijn.

Hetzelfde kan gezegd worden van Het leven en de Opvattingen van de Heer Tristram Shandy, geschreven door de achttiende-eeuwse, Ierse schrijver Laurence Sterne; het is een in vele opzichten onconventionele, vuistdikke `autobiografie', waarin Sterne alle regels van de tot dan toe gangbare literatuur aan zijn laars lapt - geen begin, geen eind, geen intrige, maar daarentegen veel visuele en grafische bijzonderheden.

Van Leeuwen: ,,Ik heb het boek meteen gekocht toen het in 1990 in Nederlandse vertaling uitkwam. Onlangs pakte ik het weer uit de kast en vond er om de zoveel bladzijden een verdroogd grassprietje in, dus ik zal het wel in de zomer hebben gelezen. Niet in juni, want dan heb ik hooikoorts en lig ik niet in het gras.

,,Het was voor mij een hoogst verrassend, springerig boek. De manier waarop Sterne beeld in de tekst bracht vond ik heel spannend, omdat ik daar zelf ook mee bezig was. Hij maakte ineens twee pagina's zwart of voegde een tekening in van hoe de geschiedenis verloopt (vier kronkelige lijnen boven elkaar, MD), wat me weer deed denken aan sommige essays van Gerrit Krol, die ook dat soort dingen kan doen.

,,Die combinatie van beeld en tekst is bij Sterne heel origineel: soms laat hij gewoon een hoofdstuk helemaal leeg, zoals de hoofdstukken XVIII en XIX, die ieder uit een blanco pagina bestaan. Later komt hij dan weer op die lege bladzijden terug. Hij reflecteert voortdurend op wat hij aan het doen is, op een heel humoristische manier.'

Vond Van Leeuwen het ontbreken van een verhaallijn niet storend? ,,Het is geen verhaal dat je als verhaal onthoudt. Wat je wel onthoudt zijn de voortdurende verrassingen van tekst en beeld in combinatie met humor. Hij schrijft in kronkels, in terugverwijzingen, in bespiegelingen en denkt daarbij ook nog eens de perfectie te bereiken. Middenin het boek schrijft hij bijvoorbeeld: `Ik ben deze maand een vol jaar ouder dan ik twaalf maanden geleden om deze tijd was () - maar ben nog niet verder gekomen dan mijn eerste levensdag -.' Hij kan ook uitweiden over een neus of over een broek. Dat vind ik uniek. Sterne was een ouwehoer, maar wel een hele spirituele.'

En dan ook nog één uit de achttiende eeuw! ,,We hebben vaak verkeerde beelden over andere tijden, doen alsof alles nù begint. Ik herinner me dat ik eens op een boekenbeurs was in Brussel, waar een schrijver begon te vertellen dat er tegenwoordig zoveel vrouwen schreven. Daarna kwam Hella Haasse die heel iets anders zou vertellen, maar haar verhaal omgooide en geestdriftig uit de doeken deed welke vrouwen er, door de eeuwen heen, zoal al hadden geschreven.

,,Dat is hier ook zo. Waar Sterne van houdt, bestond een paar eeuwen daarvoor ook al, bij Rabelais bijvoorbeeld. Tot de navolgers van Sterne behoren James Joyce en Diderot. Het is grappig dat boeken die in eerste instantie niet ernstig lijken, zo'n lang leven beschoren is. Dat ligt waarschijnlijk aan de rechtstreekse taal. Kijk naar Winnie de Poeh, die is gebleven, al het andere dat Milne heeft geschreven niet.'

Zou het lichtvoetigere dan beter de eeuwen trotseren? ,,Het herkenbare vind je vaak in teksten die minder geconstrueerd zijn, in taal die dichterbij het dagelijks leven staat. Bij Sterne tref je ook veel aan waarvan je niet zou vermoeden dat het twee eeuwen geleden geschreven is. Ja, als het over slaapmutsen gaat of zo, dan denk je, o ja, die hebben we niet meer.'

Heeft Van Leeuwen een speciale band met de achttiende eeuw? ,,Ik heb die eeuw niet in het bijzonder bestudeerd, maar men had toen een bepaald beeld van vrouwen, van zwarten. Rousseau heeft in die eeuw in alle ernst geschreven dat, als er alleen maar verstandige mannen op de wereld waren, een vrouw die zich met schone letteren bezig hield, zou sterven als een oude vrijster. Hij pleitte er ook voor dat kinderen niet voor hun twaalfde boeken zouden lezen.

,,Sterne is veel genuanceerder, heeft veel meer zelfspot, al gebruikt ook hij veel verkleinwoorden voor vrouwen en zwarten. Sterne heeft een heel andere toon, maakt ook mannen belachelijk. Die lichtvoetige spot is één van de dingen die ik ook zoek, op mijn manier. Ik herkende er dingen in: uit de boeken die ik had geschreven, uit het cabaret dat ik had gedaan - dat dat bestond was een grote verrassing.'

Waarin zit dan voor Van Leeuwen de herkenbaarheid? ,,In die springerigheid van denken, in die malle reflecties op dagelijkse dingen. Neem deze alinea: `In doorsneegevallen dus, dat wil zeggen, als ik gewoon duf ben, en de ideeën amper van de grond komen en als lijm door mijn pen lopen'. Dat is toch heel herkenbaar! Het is vreselijk als ideeën amper van de grond komen en als lijm door je pen lopen!

,,Er zijn ook heel veel opsommingen in het boek die ik leuk vind, die over Parijs bijvoorbeeld: `Een-twee-drie-vier-vijf-zes-zeven-acht-negen-tien. Tien eetgelegenheden! En tweemaal zoveel kapsalons! Allemaal binnen de drie minuten rijden! Je zou haast denken dat alle koks op aarde tijdens een grote pretvergadering met de kappers eenstemmig hebben besloten - Kom, laten we met z'n allen in Parijs gaan wonen'.

,,Ik vind het heerlijk om een boek te lezen waarvan de taal, een gedachte of een zinnetje me verrast of in de lach doet schieten. Het moet niet allemaal doorkabbelen, zonder dat je ergens op het verkeerde been wordt gezet. Je kunt zien dat Sternes gedachten tijdens het schrijven alle kanten zijn opgegaan. Dat maakt het zo levendig, levendiger dan veel boeken van nu.'

Laurence Sterne: Het Leven en de Opvattingen van de Heer Tristram Shandy. Vertaald door Jan & Gertrude Starink, Kritak/Atheneum-Polak & Van Gennep, 1990, 822 blz. ƒ62,95