Homoclub in Shanghai

,,Where you from?'' Hij is al een paar keer langs geslenterd, maar durfde me niet aan te spreken.

,,From Holland.''

Hij aarzelt, loopt door, maar komt weer terug. ,,Me from Shanghai.''

Hij overwint zijn schroom en gaat naast me zitten. Maar ook dan voelt hij zich niet op zijn gemak. Een Chinese homo en een buitenlander in hartje Shanghai trekken veel bekijks – en aandacht is het laatste dat homo's willen in een land waar homoseksualiteit nog steeds als criminaliteit of in het gunstigste geval als een ziekte wordt beschouwd.

Honderden flanerende Chinezen staren ons nieuwsgierig aan. Sommigen, aangemoedigd door de brutaliteit van mijn buurman, maken ook even pas op de plaats en slenteren daarna weer door.

,,Wees niet bang. Ik weet dat je homo bent. In mijn land doen ze daar niet zo moeilijk over.''

Hij kijkt me verschrikt aan. Toegeven dat je een homo bent, is het laatste dat je hier doet. Homoseksualiteit bestaat niet in China. Er wordt met geen woord over gerept en ook de overheid weet van niks. Op een bevolking van 1,2 miljard is er geen homo te bekennen.

Hij wil iets zeggen, maar weet niet hoe en zoekt een tijdlang naar de juiste woorden.

,,Of ik een gay-bar wil zien?''

Het hoge woord is eruit. Hij durft me niet aan te kijken. Als je al je hele leven je seksuele geaardheid verbergt, loop je er niet mee te koop.

,,Okay.''

Ik sta op en loop naar een taxi een stukje verderop.

Hij schrikt. Zo'n direct antwoord had hij niet verwacht. In de taxi legt hij uit dat het een illegale bar is en dat we uit angst voor ontdekking niet voor de deur kunnen stoppen, maar een paar straten ervoor.

Taxichauffeurs zijn notoire verraders en als de politie er achter komt dat er een homobar is, wordt die direct gesloten en kunnen alle betrokkenen, inclusief de bezoekers, gerechtelijk worden vervolgd.

Na een rit van een minuut of vijftien stappen we uit en lopen in hoog tempo door een wirwar van steegjes. Mijn metgezel is zichtbaar nerveus en kijkt om de haverklap om of we worden gevolgd. Opeens maakt hij pas op de plaats, pakt een sleutel en opent de deur van een bouwvallig huisje. De gordijnen zijn dicht en niets wijst erop dat hier iets gaande is.

Een homobar is het laatste dat ik verwacht in deze puinhoop.

,,Do'nt worry, safe place.''

Hij knikt me geruststellend toe en vraagt of ik even wil wachten. Hij gaat zijn vrienden waarschuwen dat er een vreemdeling aankomt.

Moederziel alleen blijf ik voor de deur staan. Vanuit het huisje welt ijle muziek op, afgewisseld door opgewonden gefluister. De deur gaat open en ik mag naar binnen. Een tiental om een tafel gezeten homo's staart me nieuwsgierig aan. Het is een piepkleine kamer en het plafond is zo laag dat ik me moet bukken. De tafel is bezaaid met voedsel en bierflessen en op een bijzettafel ernaast staan een ouderwetse grammofoon en een platenrek. De wanden zijn volgehangen met uit bladen geknipte half ontklede mannen. De meesten zijn blond. Er wordt zwaar gepaft en de lucht staat stijf van de rook.

,,These are all Johnnies.'' Mijn gastheer legt me uit dat dat hun schuilnaam is en dat dit hun derde bar in twee jaar is. De twee vorige zijn verraden en op last van de politie gesloten. Arrestaties volgden gelukkig niet omdat ze alle foto's op tijd hadden weggemoffeld en de politie konden wijsmaken dat het een discussieclub was.

Ik krijg een fles en stoel toegeschoven. De conversatie verloopt traag. De meesten spreken geen Engels en mijn gastheer moet alles vertalen. Hij legt nogmaals uit dat geheimhouding essentieel is. Niemand buiten deze kring weet dat de Johnnies homo's zijn. Als dat zou uitlekken, zouden ze in een dodelijk isolement terechtkomen. Ze zouden hun baan verliezen en geen hond zou hen nog zien staan. Zo'n leven valt niet uit te houden.

Een kennis die pech had dat zijn homoseksualiteit uitlekte, heeft vorig jaar zelfmoord gepleegd. ,,Hij had geen andere keus.'' De rest knikt instemmend. Zijn zelfdoding lijkt hun een logische zaak.

Ik vraag of hun ouders het weten. Ze schudden hun hoofd. Buiten deze kring weet niemand iets. ,,Sommigen van ons zijn getrouwd en hebben een kind'', vertrouwt mijn gastheer me toe.

,,Vermoeden hun vrouwen dan niks?''

Ze schudden opnieuw hun hoofd.

,,Vrouwen weten al helemaal niets van homoseksualiteit. Ze weten dat het bestaat, maar kunnen zich er niets bij voorstellen'', voegt mijn gastheer er aan toe. ,,Dat is nu eenmaal zo.''

Hij haalt berustend zijn schouders op. ,,We zouden wel anders willen, maar het zit er niet in. Dit is China en hier zijn officieel geen homo's. We kunnen er met niemand over praten en als we het wel zouden doen, raken we alles kwijt. Onze baan, familie, vrienden, kinderen en vrouw.''

Iemand zet een plaat op. Het is een lied over een stukgelopen liefde. Zijn vriend begint mee te zingen en de rest volgt. Ik sta op en loop wat rond. In een nis achterin de kamer ontwaar ik een door waxinelichtjes en wierookstokjes omringde boeddha. Het is hun eigen god en elke keer als ze bij elkaar komen, wordt hij aanbeden. Ze zullen zijn bescherming nog lang nodig hebben.