Hausse op huizenmarkt stuwt inflatie op

De oververhitte huizenmarkt van de afgelopen jaren heeft gezorgd voor een extra inflatie van 0,3 procentpunt in zowel 1999 als 2000. De nu teruglopende woningmarkt kan de komende jaren een ,,aanzienlijk effect'' hebben op de teruglopende economische groei. Dat heeft directielid van de Nederlandsche Bank H. Brouwer vanmiddag gezegd bij de Vereniging Bemiddeling Onroerend Goed.

De gemiddelde huizenprijs is al een half jaar stabiel en het aantal afgesloten woninghypotheken lag het eerste kwartaal van dit jaar 12 procent lager dan vorig jaar. Ook liep de gemiddelde periode dat een huis te koop stond met 20 dagen op ten opzichte van twee jaar geleden.

De Nederlandsche Bank berekende eerder welke invloed een dalende woningmarkt op de economie heeft. Een 20 procent lagere huizenprijs heeft na 1 jaar een daling van de economische groei van 0,3 procentpunt tot gevolg, na twee jaar zelfs van 0,9 procentpunt.

Brouwer: ,,Een potentieel gevaar is dat banken bij instorting van de huizenprijzen en het ontstaan van de aflossingsproblemen in mindere mate geld uit willen lenen.'' Daarmee zou het bankwezen ook bijdragen aan een verdere economische teruggang.

Zelfs als de huizenprijs gelijk blijft, heeft dat volgens Brouwer een negatief effect op de economische groei, omdat het effect van de waardestijging op de economie dan wegvalt.

De huizenprijsontwikkeling in 1999 en 2000 heeft volgens de Nederlandsche Bank een half procentpunt aan de economische groei bijgedragen.

Gemiddeld gaf elke Nederlander 875 gulden extra uit als gevolg van de stijging van de prijzen op de woningmarkt. De bestedingsimpuls heeft geleid in zowel 1999 als 2000 tot een extra inflatie van 0,3 procentpunt.

Het is voor het eerst dat de centrale bank een kwantitatieve uitspraak doet over het effect van de stijging van de prijzen van activa, in dit geval huizen, op de stijging van de consumentenprijsindex.