Een lesboërotopoëtothriller

Haar naam is Dorothy Porter. Geboren in 1954, in Sydney. Ze schreef acht bundels poëzie, waaronder drie `verse novels'. De bekendste is The Monkey's Mask, verschenen in 1994. Het werd de best verkochte naoorlogse bundel in Australië, inmiddels ook een succes in Amerika, Engeland, Duitsland en Italië. The Monkey's Mask heet een roman in verzen, maar bestaat in de praktijk uit een reeks van 185 losse, nauwelijks rijmende gedichten, in twaalf hoofdstukken achter elkaar geplaatst. Samen vormen ze een moordverhaal, in de vorm van een detective, waarin opgenomen een lesbische liefdesgeschiedenis, met tal van heteroseksuele verwikkelingen, en dat alles speelt zich af in dichterlijke kringen.

De gebeurtenissen worden verteld door Jill, een bijna veertigjarige privé-detective, die wel het een en ander gewend is, maar in de voor haar onbekende wereld van de poëzie haar ogen uitkijkt. `I never knew poetry/ was about/ opening your legs' bekent zij halverwege de bundel in het gedicht met de heldere titel `Sex and poetry'. Het is met poetry zelfs nog veel vreemder gesteld. Het ene moment gaat het over seks, maar meteen daarna kan het over de dood gaan. En net als seks laat het je niet gauw los: `I never knew poetry/ was about/ opening your legs/ one minute// opening your grave/ the next// I never knew poetry/ could be/ as sticky as sex.' Legs, sex, grave, poetry: in dit `erotic murder mystery' hebben ze alles met elkaar te maken.

Porters stijl is zakelijk en nuchter, op het prozaïsche af. Toch hebben alle 185 gedichten wel de vorm, de compactheid en de compositie van een gedicht. Dat is de eerste vervreemdende tegenstelling in deze thriller. We zien alles door de ogen van ex-politievrouw Jill. Zij is een sportschooltype, doet aan karate, draagt altijd spijkerbroeken, drinkt en rookt veel en is nauwelijks cultureel geschoold. Toch is zij het die het verhaal vertelt, en nog wel in deze compacte poëziestijl, in de eerste persoon enkelvoud: tweede tegenstelling. En dan is er, derde vermakelijke contrast, nog haar onbekendheid met intellectuele en dichterlijke milieus: die maken haar, de hoofdpersoon, tegelijk ook weer tot een halve buitenstaander in haar eigen belevenissen.

Dit relativerende perspectief zorgt voor enige lucht in een boek dat verder op alle fronten beklemmend is. De zaak die detective Jill moet behandelen lijkt aanvankelijk een eenvoudig geval van vermissing. Mickey, een keurige 19-jarige studente uit Sydney, is al enige tijd zoek. Maar al spoedig wordt zij gevonden: gewurgd, half ontkleed, misbruikt, in een natuurgebied gedumpt, opgegraven en aangevreten door honden. Het onderzoek naar deze zaak brengt Jill in contact met een van Mickey's docenten, dr. Diana Maitland, met wie zij een heftige erotische verhouding begint, met ook weer de nodige beklemmingen. De stevige vrijscènes zijn op het agressieve af, tot bevrediging van beide partijen weliswaar, maar de bezorgde lezer vraagt zich meer dan eens af of het die adembenemende hijg- en keeldichtdrukspelletjes wel goed zal blijven gaan. En hoe oprecht is onze biseksuele Diana eigenlijk, als zij tegelijk ook nog getrouwd is met de enge, verwijfde Nick met zijn paardestaart en `zachte' spijkerbroek?

Intussen krijgt de detective inzage in de tientallen gedichten die Mickey in de laatste maanden voor haar dood schreef: verslagen van griezelige neuk- en pijppartijen met een naamloze man. Zijn het de fantasieën van een meisje dat al te beschermd was opgevoed? Of reportages van waargebeurde kinky seks? En zo ja: valt er dan misschien een signalement van de dader uit af te leiden? Wat had zij precies met de bekende christelijke dichter Bill McDonald, van wie zij zo veel bundels met intieme opdracht bleek te bezitten? Of met de al even bekende Tony Knight? De pogingen van Jill om deze twee dichters uit te horen zijn beklemmend. Loopt er ergens een gek rond? En kennen wij die?

Al deze ingrediënten leveren een spannende thriller op waarin beschrijving, actie, dialoog en introspectie elkaar afwisselen, en waarin ook gedichten van Mickey zijn opgenomen. Het aardige is dat we aldus met detective Jill mee kunnen lezen in het eventuele bewijsmateriaal. Nog aardiger is dat Jill bij het lezen tamelijk mechanisch op zoek gaat naar clous, maar verder niet zo goed weet wat ze ermee aan moet vangen. Als ze dan maar besluit de gedichten voor te leggen aan haar geleerde vriendin Diana krijgt ze, heel humoristisch en heel ironisch, les in het lezen en interpreteren van poëzie. Het is mooi dat de larmoyante gedichten van Mickey in deze configuratie alsnog betekenis krijgen. Wie wil kan daarin een sneer aan het adres van poëzieprofessoren lezen.

Zo beginnen alle rollen in elkaar over te lopen. Poëzie als postume getuigenverklaring. Poëzie-interpretatie bij wijze van recherche. De detective wordt zelf leerling, en vervolgens amateurpoëziecritica, maar tegelijk blijft zij in haar rol van minnares juist ook weer detective, op zoek naar de ware gevoelens van haar geliefde. Bij dat alles kan Dorothy Porter zelf, bij monde van buitenstaander Jill, ongeremd haar oordeel uitspreken over het benauwende wereldje van ijdele besprekers en zelfingenomen dichters met al hun saaie en ellenlange voordrachten.

In dit soort dubbele bodems, ironische wendigen en relativerende rolverwisselingen schuilt veel van de charme van The Monkey's Mask. Meer dan in de pregnante formuleringen, de sterke beelden of de mooie rijmen – want die zijn er allemaal niet. Het leest allemaal vlot weg, maar met poëzie heeft het niet zoveel te maken. The Monkey's Mask is nog het best te vergelijken met een scenario – en het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de bundel vorig jaar is verfilmd.

Zoals het een echte detective-roman betaamt is hier op een gegeven moment iedereen verdacht. Dat is de kracht van het genre, en ook van dit boek, maar ook meteen de zwakte. We krijgen alleen maar details en buitenkanten te zien, geen gehelen en geen karakters. De verwikkelingen hebben iets willekeurigs en de personages lijken inwisselbaar. Waarom vertelde Diana niet dat zij het dagboek van Mickey bezat? Wie blies de auto van Bill op? Is Jill jaloers op Nick? Naarmate het boek vordert, beginnen de figuren steeds meer op soapfiguren te lijken: platte karakters, in de volgende aflevering weer tot heel iets anders in staat. Aan het eind lijkt het net zich dan te gaan sluiten rond Nick, zeker als hij Jill op angstaanjagende wijze tot zuigseks probeert te dwingen, maar zekerheid krijgen we niet.

En dat is dan wel weer een sympathieke uitkomst van dit merkwaardige, in onderdelen opwindende en meeslepende, maar ook wel wat moedwillig oppervlakkige lesboërotopoëtothrillerscenario: dat er geen ontknoping volgt. Was het wel moord? Of toch een uit de hand gelopen seksspel? Lust kan op agressie lijken, en moord op liefde, en de wereld hangt behalve van bedrog en manipulatie ook van allerlei verschillende perspectieven aan elkaar: dat is een van de lessen van The Monkey's Mask. Geen whodunnit, maar een whoknowswhat. Antwoord: nobody. De waarheid is niet te achterhalen – niet voor een dichter, en ook niet voor een detective. De waarheid ligt op het kerkhof.

Dorothy Porter spreekt op 19/6, 21.30 uur, in de Rotterdamse Schouwburg, en aldaar bij `Het geheim van Wislawa Szymborska' op 21/6, 20 uur. Eerder die dag, 16 uur, wordt ze geïnterviewd in Schouwburgcafé Floor.

Poetry International