Een frisse les in ontregelende poëzie

`Ik schrijf deze tekst in kriskras over het scherm verspreide fragmenten en flarden die ik pas in tweede instantie, al knippend en plakkend, langzaam in het keurslijf van de syntaxis dwing,' schrijft Thomas Vaessens in zijn forse essay De verstoorde lezer. Over de onbegrijpelijke poëzie van Lucebert.

Vaessens, docent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht, verbaast zich over de manier waarop de poëzie van Lucebert wordt verklaard, geïnterpreteerd en geplaatst. Hij toont aan dat mensen geneigd zijn logisch te denken en te zoeken naar coherentie. Zoals Vaessens schrijft, zo zou toch ook een dichter moeten schrijven: samenhang gevend aan zijn ideeën (en dus met een boodschap). Maar nee, stelt hij, Luceberts gedichten zijn geen logische eenheid.

In vijf hoofdstukjes geeft Vaessens de lezer een handreiking om moderne poëzie op een andere manier dan op de logische te lezen. Hij gaat ervan uit dat we het werk van Lucebert nog steeds op een wat ouderwetse manier bekijken omdat we onthutst raken van gedichten als:

eemer

1-10-i-theder trap

wie zoo zoo zo lis wie

wiezois assus quikema maases

sssssssssssssssss

zi-zi

Deze poëzie is `onbehaaglijk' omdat we er niet direct betekenis aan kunnen geven, en om onszelf weer gerust te stellen kijken we door de ogen van Forum-mannen als Ter Braak en Du Perron. We zoeken net als zij naar logische verbanden tussen vorm en vent, gedicht en mens, waardoor de `man uit één stuk' belangrijker wordt dan wat hij voortbracht. In de hang naar echtheid en werkelijkheid van de laatste jaren, past het goed om de mens achter de literatuur te ontleden. Dat is tegenwoordig dé manier om dichterbij de literatuur te komen. Schrijvers als Manon Uphoff en Joost Zwagerman hebben hier verschillende malen op gewezen. Gevolg is dat de literatuur zelf op de achtergrond raakt, terwijl het daar juist om begonnen was.

Zo ver gaat Vaessens in zijn redenering niet, hij beperkt zich tot Lucebert en zijn interpreten, maar dat hij de opening biedt tot dit soort uitstapjes is veelzeggend. Zijn slechts 63 pagina's lange essay biedt een grote hoeveelheid denkstof, zodat het lijkt op een filosofisch traktaat, dat je af en toe even opzij moet leggen om nog eens te bedenken wat Vaessens zei en wat je daar zelf van vindt.

Vaessens noemt de Forumiaanse manier van analyseren de modernistische en stelt een postmoderne manier van lezen voor. Er hoeft helemaal niet één enkele waarheid of interpretatie van een gedicht te zijn. Gedichten zijn multi-interpretabel en voor iedere lezer anders. Gedichten die ingewikkeld ogen als die van Lucebert, maar ook als die van Peter Verhelst, Marc Kregting of Ilja Leonard Pfeijffer communiceren in eerste instantie fysiek. Poëzie is volgens Vaessens niet een boodschap van de dichter, maar een ervaren van de lezer. En voor dit soort gedichten betekent dat dat zij de modernistische, logische manier van lezen zélf ter discussie stellen en dus ook niet zo gelezen kunnen worden.

Hoe dan wel? Vaessens doet een vernieuwend voorstel, dat niets meer pretendeert te zijn dan de verkenning van een braakliggend terrein. Hij neemt vier `procedures' onder de loep: intertekstuele vervaging, improvisatie, de minimale betekenis en ironie. De manier waarop Lucebert verwijst naar andere teksten (zijn intertekstualiteit) is een `ontregelingsstrategie' en dus `geen nieuwe of alternatieve manier om orde aan te brengen'. In plaats van opheldering te geven doordat we weten wat de dichter las en waar hij naar verwees, volgt juist vervaging: `Op ``dat wil zeggen' laat de dichter geen duidelijke wegwijzer voor welwillende lezers volgen, maar een knoop van occult-literaire betekenissen'.

Deze stelling wordt door Vaessens zo overtuigend gebracht, dat plots het kwartje valt. Poëzie die op het eerste gezicht zo moeilijk te begrijpen is, kun je beter lezen op z'n ontregeling dan op eenheid en betekenis (Pfeijffer schreef iets soortgelijks in zijn beruchte Bzzlletin-essay, maar Vaessens weet daar een steviger grond aan te geven en een verfrissende leesmethode aan te koppelen). Met verstorend lezen zijn we er nog niet, maar we zijn wel een eind op weg naar verwarrende poëzie benaderen in de geest waarin het gedicht is. En daar heeft Vaessens met zijn geordende, maar wel wat wetenschappelijke en stijve zinnen een zeer bijzondere bijdrage toe geleverd.

Thomas Vaessens: De verstoorde lezer. Over de onbegrijpelijke poëzie van Lucebert. Essay. Vantilt, 63 blz. ƒ24,90

[streamliner] Poëzie is volgens Vaessens een ervaren van de lezer

Nederlandse literatuur