Een dom tutje uit Amsterdam-Zuid

Voor een columnist en zeker voor een dagelijkse kroniekschrijver kan het soms een uitkomst zijn als hij, mocht er zich een gebrek aan onderwerpen voordoen, een vervolgverhaal achter de hand heeft. Remco Campert laat in dergelijke gevallen het Tweede-Kamerlid drs. Mallebroodje opdraven of hij breit verder aan de lotgevallen van de boerenfamilie Kneupkens. Martin Bril, dagelijkse chroniqueur van Het Parool, creërde voor komkommerachtige dagen een vrouwelijk personage: Evelien van Brakem, 36 jaar oud, en tien jaar getrouwd met registeraccountant Harko, moeder van twee dochters in de basisschoolleeftijd en woonachtig in Amsterdam-Zuid. Op het eerste gezicht lijkt ze een beetje op Agnes van Peter van Straaten in een feuilleton in Vrij Nederland, maar bij nader inzien is ze in vrijwel alles haar tegenpool. Agnes was onafhankelijk, slim, slonzig en chaotisch, Evelien is afhankelijk van haar echtgenoot, de domheid druipt van haar af, ze neemt alleen genoegen met de duurste merkkleding en in haar leven is alles tot in de puntjes geregeld. De afspraken met haar geheime minnaar lopen via een strikt tijdschema.

Toen ik Evelien voor het eerst tegenkwam in Brils Paroolstukjes, leek ze me wel interessant: een verwend kind van haar luxe, postfeministische tijd, op het oog oppervlakkig maar met ongetwijfeld een boeiend innerlijk leven waarvan ze bij tijd en wijle wel blijk zou gaan geven. In Het Parool heb ik lang niet alle stukjes over haar gelezen, maar als ik weer eens een Evelien-aflevering aantrof (bijvoorbeeld de keer dat ze Harko betrapte op een telefoontje van een minnares) was ik toch benieuwd hoe het verder met haar zou gaan. Helemaal bevredigd werd die nieuwsgierigheid nooit, want het was onduidelijk of ik niet af en toe iets had gemist.

Ongetwijfeld om aan de nieuwsgierigheid van zijn hap-snap-lezers tegemoet te komen, heeft Martin Bril het Evelien-feuilleton nu gebundeld, zoals Louis Couperus dat ooit deed met zijn in Het Vaderland verschenen vervolgverhaal over Eline Vere. Het zou niet eerlijk zijn het fenomenale romandebuut van Couperus te vergelijken met het tussendoortje van Bril, ook al liggen de overeenkomsten voor de hand. Laten we het er op houden dat Eline een typisch Haags product was van haar eind-negentiende-eeuwse tijd en Evelien haar Amsterdamse equivalent van ongeveer een eeuw later. Het verschil tussen de twee tot boek omgewerkte feuilletons zit hem niet zozeer in het talent van beide auteurs om de tijdgeest te betrappen of de sfeer van een welvarend stadsdeel te beschrijven, maar in het doorgronden en uitbeelden van een karakter. Van Evelien als romanpersonage blijft weinig over, een binnenwereld heeft ze niet en zelfs haar buitenkant blijft schimmig.

Zou Evelien ook iets zeggen over Martin Bril, zoals Eline Vere veel verried over het mensbeeld en de geestesgesteldheid van Couperus? Laten we hopen van niet. Evelien is namelijk een in-tuttig mevrouwtje, met geborneerde opvattingen en een ordinair taalgebruik. Als de moeder van haar dochters vriendinnetje een zelfmoordpoging heeft gedaan, is haar eerste reactie niet: hoe kan ik helpen, maar: kan mijn dochter nog wel met dat vriendinnetje omgaan? Haar bedlectuur heet Het geheim, winkelen – haar liefste bezigheid – noemt ze `shoppen' en haar dag is pas goed als ze een bekende Nederlander (Hans van Mierlo, Connie Palmen, Rudi Fuchs, Huub Stapel (2x) of Jan Mulder) in het wild heeft gezien. Vriendinnen noemt ze `meid', een restaurant `zaak' en als iemand er goed uit ziet is zij `perfect in de kleren, perfect in de make-up'.

Evelien is van mening dat alle ongetrouwde vrouwen uiteindelijk jaloers zijn op vrouwen `die een man in een huwelijk aan zich hadden weten te binden'. Absolutely Fabulous is het niet, eerder jaren vijftig.

Het verbaast dan ook niet dat Evelien geen baan heeft, volledig op de zak van haar man teert en haar dure Versace kleertjes met spaghetti straps `verdient' met het verlenen van routineuze seksuele diensten aan haar echtgenoot. Als deze haar ineens niet meer aantrekkelijk vindt, wordt het tijd voor een minnares en komen de bekende scheidingsperikelen in zicht. Maar als aan het einde van het boek Eveliens voormalige minnaar, Theo, sterft aan een hartinfact – dat krijg je er maar van – komt tot Eveliens verbazing ega Harko haar van de begrafenis ophalen. Hij wil bij haar terug, eind goed al goed.

Op de dag nadat Het Vaderland het feuilleton had gepubliceerd waarin Eline Vere stierf aan een overdosis morfine – 't is een bekend verhaal – gonsde het in de Haagse tram: `Eline is dood, Eline is dood.' Bij het overlijden van Theo bleef het akelig stil in het Amsterdamse openbaar vervoer. Ook over de verzoening met Harko heb ik in lijn 5 niemand gehoord. Arme Evelien: als krantencolumn kon ze er best mee door, maar in een boek valt ze jammerlijk door de mand.

Martin Bril: Evelien. Prometheus, 204 blz. ƒ28,50

[streamliner] Zou Evelien ook iets zeggen over Martin Bril, zoals Eline Vere over Couperus?

Nederlandse literatuur