De politieke brandbom van Indonesië

Het IMF eist al lang een einde aan de hoge brandstofsubsidies in Indonesië, waar de benzineprijzen de laagste ter wereld zijn. Op het laatste moment heeft de regering het toch niet aangedurfd de prijzen fors te verhogen.

Minder dan een etmaal voordat de maatregel moest ingaan, heeft het Indonesische kabinet gisteren besloten een tariefsverhoging met gemiddeld 30 procent voor benzine, dieselolie en andere brandstoffen uit te stellen. Reductie van de torenhoge brandstofsubsidies is noodzakelijk om de staat te redden van een dreigend bankroet, maar is keer op keer uitgesteld en nu blijkt opnieuw dat de politieke moed ontbreekt.

De regering van president Abdurrahman Wahid ligt van drie kanten onder vuur: van het parlement, dat de procedure voor zijn afzetting in gang heeft gezet; van het Internationale Monetaire Fonds (IMF), dat zijn periodieke `uitkeringen' heeft opgeschort omdat de afgesproken hervormingen uitblijven; en van het Indonesische publiek, dat gezien de inflatie van bijna 10 procent geen tariefsverhogingen meer duldt. Daar komt bij dat Indonesië deze week een felle uitbarsting van arbeidsonrust beleefde. Duizenden arbeiders gingen in verschillende steden de straat op om te protesteren tegen een recent decreet van de minister van Arbeid dat ontslagen vergemakkelijkt. In Bandung, de hoofdstad van West-Java, bestormde een woedende meute de zetels van het provinciebestuur en het provinciale parlement.

De politieke crisis in Indonesië en de sociale onrust die daarmee gepaard gaat, maken regeren langzamerhand onmogelijk. Allang uitgestippeld en door het parlement geaccordeerd beleid wordt in de ijskast gezet uit angst voor de volkswoede en voor machtsverlies. De laatste keer dat er in Indonesië werd geknabbeld aan de brandstofsubsidies was in maart 1998 en de golf van protesten die dit losmaakte, droeg bij aan de val van president Soeharto, twee maanden later. Dat precedent verontrust Wahid, maar ook de gezagsdragers in maatpak en uniform die verantwoordelijk zijn voor de binnenlandse veiligheid.

Indonesië, een netto exporteur van aardolie en aardgas en lid van de OPEC, kent al tientallen jaren de laagste brandstofprijzen ter wereld. Een liter superbenzine kost nu omgerekend 26 cent en een liter dieselolie 15 cent. Een liter petroleum, een veel gebruikte brandstof voor kookgerei onder de armen van stad en platteland, kost 9 cent. Om de brede kloof tussen de prijzen op de wereldmarkt en de in Indonesië geldende tarieven te overbruggen moet de staat jaarlijks diep in de schatkist tasten. Dit jaar bedragen de binnenlandse brandstofsubsidies al 66 triljoen roepia (ongeveer 16 miljard gulden). Het IMF, dat na het uitbreken van de monetaire crisis, in 1997, Indonesië te hulp schoot met een bijstandskrediet van 5 miljard dollar, uit te keren in tranches per kwartaal, dringt met klem aan op reductie van deze subsidies die de laatste decennia hebben geleid tot inefficiënt gebruik van deze schaarse hulpbron en een wildgroei in de stedelijke vervoersbranche.

Vorige maand besloot het kabinet in samenspraak met het parlement om deze subsidies in eerste instantie te verlagen tot 60 triljoen roepia (14 miljard gulden). Dat hield een gemiddelde tariefsverhoging in van 30 procent – 26 procent voor benzine, 50 procent voor dieselolie en 14 procent voor petroleum. Die verhoging had vandaag moeten ingaan.

De gelijktijdigheid van het jongste ministeriële decreet over ontslagprocedures en de aangekondigde verhoging van de brandstofprijzen leidde tot de woede-uitbarstingen van deze week.

Het uitstel van gisteren kan niet zijn ingegeven door economische motieven. Dat het kabinet eerder bereid leek tot deze impopulaire maatregel heeft alles te maken met de acute begrotingsproblemen waarmee het te kampen heeft. Het budget voor 2001 is gebaseerd op veel te optimistische verwachtingen over het koersverloop van de roepia. De opschorting van de IMF-uitkering, in december vorig jaar, ondermijnde het vertrouwen in de Indonesische munt en de koers kelderde tot de laagste stand sinds het crisisjaar 1998. Iedere maand uitstel kost de Indonesische schatkist honderden miljoenen guldens. Het kabinet, dat gisteren in spoedberaad bijeenkwam onder leiding van vice-president Megawati Soekarnoputri – en een maand eerder onder haar leiding tot de tariefsverhogingen besloot – koos voor uitstel hangende een ,,nader onderzoek naar de sociale en veiligheidssituatie''. Parlementsleden zien hierin een teken dat het kabinet zich onvoldoende heeft voorbereid op deze in hun ogen onvermijdelijke maatregel.