Boodschap Bush belast vriendschap met Europa

Niets gaat boven de Atlantische vriendschap. Dat is kort samengevat de boodschap die George W. Bush op zijn reis door Europa uitdraagt. Een verzoeningstocht is de presidentiële trip langs Madrid, Brussel, Gotenburg, Warschau en Ljubljana wel genoemd. Opzienbarend dat al na vijf maanden bewind verzoening nodig is. Bush en zijn entourage doen nu alsof zij van de prins geen kwaad weten. Het bondgenootschap is nog nooit zo krachtig geweest en zit zeker beter in zijn vel dan tijdens de acht jaar Clinton, is de teneur. Vergeten zijn: Amerikaanse soldaten zijn er niet voor het bewaken van de speeltuin (over de Balkan), Kyoto is dood (over het klimaatverdrag waaronder ook een Amerikaanse handtekening staat), het ABM-verdrag behoort tot het verleden (over de pijler van het internationale wapenbeheersingssysteem), de Noord-Koreanen zijn niet te vertrouwen (over het door Europa gesteunde zonneschijnoffensief van Zuid-Korea's president Kim Dae-jung), Russen zijn bereid alles aan iedereen te verkopen (over wapentechnologie).

De regering-Bush heeft snel bijgeleerd. Over de Balkan heet het nu: samen uit, samen thuis. Het Witte Huis stelt miljoenen ter beschikking voor een onderzoek naar de samenhang tussen menselijk gedrag en klimaatverandering. Over het raketschild en het ABM-verdrag wordt iedereen geconsulteerd, van Luxemburg tot China. Met de Noord-Koreanen wordt het overleg toch heropend. Na een vriendelijke maar niet mis te verstane vermaning van vader Bush. Rusland is niet de vijand van de Verenigde Staten (de president zelf, in Madrid).

Het Witte Huis van Bush heeft het zich onnodig moeilijk gemaakt. In een poging de voorgaande jaren te desavoueren, zo lijkt het, heeft men alles anders willen doen dan de onmiddellijke voorgangers. Althans, men heeft in krachtige bewoordingen die indruk willen wekken, wat vervolgens weer tot veel misverstanden aan deze zijde van de oceaan aanleiding heeft gegeven. Die misverstanden worden nu weggenomen. Conclusie: minder verandert dan U, bondgenoten en vrienden, abusievelijk misschien hebt aangenomen. De prijs die voor de grote woorden wordt betaald is te meten aan de spandoeken die Bush worden voorgehouden, en aan de terughoudendheid van Europese leiders zodra de ideeën van de president ter sprake komen.

Natuurlijk zijn er verschillen van mening en van belangen. Die liggen echter vooral op een ander, zakelijker vlak. Het Europese verbod op hormoonvlees bijvoorbeeld, als ook de Europese afkeer van genetisch gemanipuleerd voedsel, de beschermde Europese landbouw in het algemeen, een onderwerp dat de Amerikanen in een nieuwe vrijhandelsronde zeker opnieuw ter sprake zullen brengen. Het is nog maar de vraag of de zogenoemde `nieuwe landbouw' van Brown, Künast en Brinkhorst bij de Amerikanen meer genade zal vinden dan de intensieve landbouw van weleer. Staal is terug op de agenda nu Washington weer eens de `dumping' van Europees staal heeft ontdekt als politiek wisselgeld op Amerika's eigen politieke markt. Evenals het financiële en culturele verkeer.

De blikvangers op deze tocht zijn intussen het klimaat, de Balkan, de raketten en de doodstraf. Het laatste thema is misschien wat ongewoon in internationaal, bovendien bondgenootschappelijk overleg, al was het omdat het lange tijd onder het taboe viel dat uit de nationale soevereiniteit voortvloeide. Niet meer. In de wereld van vandaag is het gewoon dat internationale instellingen en landen zich uitspreken over wetten en overheidsgedragingen van andere staten. Respect voor soevereiniteit en integriteit was eens het fundament onder het Handvest en de praktijk van de Verenigde Naties. Het vetorecht van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad was een garantie voor dat respect. Sinds de NAVO met haar interventie in Kosovo de raad en dat veto omzeilde, staat niets meer een verdere aantasting van het oude dogma in de weg. De Europese bemoeienis met een typisch Amerikaans fenomeen heeft zo haar eigen voorgeschiedenis.

Betekent het Europese zonneschijnoffensief van de Amerikaanse president dat iedereen rustig kan gaan slapen? Dat zou onvoorzichtig zijn. In zekere zin komt de reis van Bush aan de vroege kant. Het Amerikaanse buitenlandse beleid is nog niet uitgekristalliseerd, wordt gezegd. Het is overdreven om te spreken van polen, maar nuances zijn er bepaald in de opstelling van de verschillende vormgevers van dat beleid.

Van Bush wordt beweerd dat hij geobsedeerd is door het lot van zijn vader, die in 1992 door Clinton werd verslagen ondanks de succesvolle krachttoer in de woestijnen van Koeweit en Irak. Het electorale debacle zou te wijten zijn geweest aan een gebrek aan loyaliteit aan de kant van de presidentiële medewerkers en aan verwaarlozing van de ultra-rechtse vleugel van de Republikeinse partij. Vice-president Cheney en minister van Defensie Rumsfeld, beiden met een staat van dienst in voorgaande Republikeinse regeringen, worden gezien als de beleidsmakers die in 2004 de herkiezing van George W. Bush veilig moeten stellen.

De rol van minister van Buitenlandse Zaken Powell is diffuser. De generaal heeft de taak op zich genomen de harde uitspraken vanuit het Witte Huis en het Pentagon verteerbaar te maken voor bondgenoten en andere partners. Bij zijn bezoek aan Europa klinkt de president soms meer als Powell dan als Cheney of Rumsfeld. Maar de minister van Defensie heeft vorige week in Brussel ten overstaan van de Atlantische bondgenoten de boodschap van Powells zwachtels ontdaan en onverbloemd duidelijk gemaakt wat de bedoeling is. Wat Rumsfeld betreft ís het beleid uitgekristalliseerd. En Bush heeft dat allerminst tegengesproken.

Ondanks alle mooie woorden zijn de tegenstellingen niet uit te wissen. Ook al erkennen de Europese leiders, inbegrepen president Chirac, inmiddels dat er een bedreiging bestaat of zich ontwikkelt van het vrije Westen, dat betekent niet dat zij zonder meer voor het Amerikaanse antwoord daarop kiezen. Het verdrag van Kyoto is voor verbetering vatbaar, maar het dood verklaren en van de grond af aan herbeginnen is onaanvaardbare kapitaalvernietiging. De wereld kan niet reilen en zeilen al naar gelang de veranderingen in Amerika's humeur. Internationale verplichtingen en verantwoordelijkheden binden niet alleen de regering die ze is aangegaan, maar ook haar opvolgers.

Amerika verlangt inschikkelijkheid van zijn bondgenoten. Weliswaar omfloerst is dit de eigenlijke boodschap van Bush. Dat belast de vriendschap die de president zo belangrijk acht. De Fransen spreken van `hyperpuissance'.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.