Bezorgdheid over gif in huisstof

Er zit gif in huisstof, concludeert Greenpeace na een stofzuigeractie bij honderd huishoudens. Maar hoe erg is dat?

Greenpeace wil een verbod op de productie en het gebruik van een aantal giftige stoffen die zijn verwerkt in alledaagse producten zoals televisies en computers, tapijt, meubels en verf. De milieuorganisatie heeft de afgelopen weken in honderd huishoudens huisstof opgezogen en laten analyseren in een laboratorium in Berlijn. In het huisstof zijn volgens Greenpeace alarmerend hoge concentraties aangetroffen van zogenoemde POP's, Persistent Organic Pollutants. Dat zijn chemische stoffen die na de productie niet of nauwelijks meer afbreken en die het milieu verontreinigen en vermoedelijk ook de gezondheid van mens en dier schaden.

In de monsters zijn sporen van broomhoudende brandvertragers, organotinverbindingen en ftalaten aangetroffen. Dit bleek uit onderzoek naar de eerste vijftig monsters, die omwille van een Kamerdebat eergisteren in recordtempo werden onderzocht.

Brandvertragers worden verwerkt in meubels en elektrische apparaten, organotinverbindingen vooral in plastics, en ftalaten in onder meer pvc en speelgoed. Uit de aanwezigheid van resten van deze giftige stoffen in huisstof leidt Greenpeace af dat ze weglekken uit de producten.

Toxicologen van de Rijksuniversiteit Utrecht en het Rijkinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in Bilthoven hebben na een eerder onderzoek van Greenpeace – naar de aanwezigheid van deze stoffen in het huisstof van parlementsgebouwen in acht Europese landen – al laten weten dat zij het een goede zaak vinden dat er aandacht komt voor deze niet-afbreekbare stoffen. Tegelijkertijd zijn ze niet verbaasd dat deze stoffen zijn aangetroffen. Veel interessanter, menen de toxiocologen, is de vraag in hoeverre deze aanwezigheid effect heeft op de gezondheid van mens en dier. Daar is veel minder over bekend.

Ook noemen de chemici de giftige werking van deze stoffen de keerzijde van een nuttig gebruik, bijvoorbeeld om de brandveiligheid te vergroten of energie te besparen. Greenpeace vindt alleen al de aanwezigheid van giftige stoffen in huisstof aanleiding om alarm te slaan. Ook zijn er volgens de milieuorganisatie voldoende alternatieven voorhanden, ook al beweert de chemische industrie het tegendeel. Onlangs voerde Greenpeace actie bij Broomchemie in Terneuzen, producent van brandvertragers.

Greenpeace probeert stopzetting van de productie langs juridische weg af te dwingen. Minister Pronk kondigde deze week de oprichting aan van een stoffenbureau dat informatie van producenten over gevaarlijke stoffen toetst aan criteria die binnenkort bekend worden. Pronk overweegt stoffen te verbieden.