Bern verliest hoofd bureau witwassen

Niklaus Huber, het hoofd van het Zwitserse overheidsorgaan dat witwassen moet tegengaan, heeft woensdag zijn functie neergelegd. Hij is de vijfde topman die vertrekt sinds de functie in 1998 is gecreëerd.

Het vertrek van Huber kwam niet onverwacht. De laatste weken werd zijn positie steeds moeilijker. Officieel was hij aangesteld door minister van Financiën Kaspar Villiger om het imago van de banken van overheidswege te ondersteunen. Maar in feite stond Niklaus Huber alleen. Van de twaalf formatieplaatsen van het bureau waren er maar acht, soms minder, bezet.

Huber had de reputatie onkreukbaar te zijn, maar was niet makkelijk in de omgang. Van de honderd adviezen die hij zijn minister gaf, werden er 95 niet opgevolgd, zo klaagde hij. Financiën zat kennelijk in zijn maag met de taakopvatting van Huber, die een kruistocht begon tegen onder meer tankstations en grote hotels, populaire locaties voor het witwassen van geld.

De controlepost van overheidswege kwam voortdurend in aanvaring met de toezichtsorganen van de sector zelf. Zo hebben de banken onlangs een anti- witwasakkoord gesloten en heeft ook de para-bancaire sector (de zogenoemde Treuhänder en advocaten die geld van buitenlandse klanten beheren) een eigen toezichtsorgaan.

Minister Villiger stelde onlangs de Zürichse advocaat Peter Nobel aan als voorzitter van Hubers bureau. Nobel heeft een kleine honderd commissariaten en zit zo diep verankerd in bedrijfsleven en bankensector. Hierdoor nam het isolement van Huber toe. Dat het bij Hubers vertrek om vrijwillig ontslag gaat, wordt alom betwijfeld. De linkse partijen spreken er schande van, Huber zelf zwijgt.

Christof Müller, een gerenommeerde deskundige op het gebied van banken en toezicht, meent dat de zelfreguleringsorganen van de sector niet functioneren. ,,Bij de financiële tussenpersonen zijn er uitvoeringsproblemen. Die zien hun eigen toezichtsorganen eerder als vakvereniging dan als toezichtsorgaan'', meent Müller.

Volgens de witwas-deskundige zou Zwitserland een gemeenschappelijk toezichtsorgaan moeten creëren voor banken, verzekeringen, en de parabancaire sector. Ook moet er een nieuwe, uitgebreide wet op financiële dienstverlening komen, vindt Müller.