Alle lichten op oranje

De werkgevers en werknemers houden komende maandag samen met leden van het kabinet het traditionele voorjaarsoverleg. De hoogte van de lonen staat boven aan de agenda. Want alle indicatoren voor de economie staan op oranje, sommige al op rood. De lonen lopen uit de hand. ,,We moeten hard op de rem gaan staan'', zegt voorzitter Jacques Schraven van de werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Zekerheden zijn er maar weinig, verzucht Jacques Schraven. Neem nu het kantoor van zijn werkgeversvereniging. Prachtig pand, glazen buitenwand, gebouwd over de Utrechtsebaan, de toegangsweg naar Den Haag, heen. Dagelijks rijden er duizenden mensen onderdoor. Gratis reclame, zou je zeggen. Totdat er anderhalf jaar geleden een van de glasplaten naar beneden kwam zetten. Zomaar ineens, klaboem op het fietspad, aan duizend stukjes. Niemand gewond gelukkig, maar sindsdien zit het pand wel in steigers verpakt. En heeft Schraven door het veiligheidsgaas een lelijk groen uitzicht. ,,Veiligheid boven alles. Dat heb ik heb ik bij Shell wel geleerd'', zegt Schraven, oud-topman van Shell.

Eigenlijk is het met de Nederlandse economie net als met het pand van het VNO-NCW, wil Schraven maar zeggen. Het poldermodel wekt alom bewondering, maar intussen vertoont de Nederlandse economie scheurtjes. Lonen en prijzen buitelen in een veronrustend tempo over elkaar heen, de arbeidsproductiviteitsgroei vertraagt en de groei van de werkgelegenheid heeft zijn grenzen bereikt.

Tot twee jaar geleden waren er in het werkzame leven van Schraven maar twee onzekerheden: de olieprijs en de dollarkoers. Voordat hij voorzitter van VNO-NCW werd, diende hij meer dan dertig jaar Shell. Over de hele wereld, op het laatst als president-directeur van Shell Nederland. Nu werkt hij op de bestuurlijke vierkante kilometer in Den Haag. ,,Het is anders dan ik had gedacht. Ineens ben ik afhankelijk van politieke haalbaarheden. Van opvattingen. Als je iets probeert dan heeft dat meteen afbreukrisico!'' Een beetje gespeeld: ,,Afbreukrisico. Van dat woord had ik nog nooit gehoord.''

Niet dat hij van zijn overstap spijt heeft. Een tweede carrière kan hij iedereen aanbevelen. Maar wennen was het wel. Bij Shell was het een kwestie van relevante feiten op orde hebben, een goede analyse maken en op basis daarvan een beslissing nemen. Dan gold: afspraak is afspraak. Dat is in Den Haag wel anders. Schraven meende eind vorig jaar een goed akkoord over loonmatiging te hebben gesloten. De afspraak in de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van de werkgevers en werknemers, was helder. Geen `onbeheerste' loonstijging meer, en in ruil daarvoor méér scholing, méér verlof en flexibele beloning voor de werknemers. `Investerende CAO's' was in die dagen de modekreet onder de sociale partners. Maar van het Kerstakkoord is nog niets terecht gekomen, constateert Schraven licht verontwaardigd. De vakbeweging heeft blijkbaar een andere opvatting over de gemaakte afspraak dan hij. Investeren in scholing en de indeling van tijd zijn bij de CAO-onderhandelingen die volgden veel te weinig aan de orde geweest. De nadruk lag dit jaar bijna uitsluitend op hogere lonen. Schraven: ,,Dat is niet investerend.''

Hij spreekt bedachtzaam. Verbaal zal de jurist Schraven niet gauw uitglijden. Aanvankelijk kreeg hij de kritiek dat hij te werk ging als een directeur van een grote onderneming. Een afspraak maken met de minister van Sociale Zaken zonder zijn achterban eerst te raadplegen! Maar die kritiek wuift hij weg. Die kritiek heeft hij trouwens al lang niet meer gehoord. ,,Ik heb geen achterbanprobleem'', zegt hij vilein richting vakbeweging. Hij is soms ook op werkgevers kritisch, maar dat nuanceert hij dan ook snel weer. Over de vakbonden is hij scherper. Logisch.

Ondanks het wennen bevalt de Haagse kaasstolp of `polder' hem eigenlijk steeds beter. Schraven: ,,Alles is transparant. Er zijn in de polder geen geheimen. Al hebben we wel de neiging ons voor de rest van de wereld af te sluiten. De duimstok die vaak door de vakbonden wordt gebruikt om elkaar de maat te nemen wordt door hen ook voor buitenlandse aspecten gebruikt. Dat is een risico. Alle `klanten' van de vakbeweging wonen in de polder, maar niet alle klanten van ondernemers wonen daar ook. Dus legt de ondernemer per definitie meer internationale maatstaven aan dan de vakbeweging.''

Daarmee komt Schraven als vanzelf op een voor VNO-NCW wat ongemakkelijk onderwerp: de salarissen van topmanagers. Die stegen volgens een onderzoek van de Volkskrant met 14 procent, volgens de FNV met 12 en volgens VNO-NCW zelf tussen de 5 en 13 procent. De vakbonden in alle staten. ,,Buitengewoon ongeloofwaardig'' noemde premier Kok dat de topmanagers loonstijgingen van 14 procent krijgen, terwijl ze voor hun werknemers loonmatiging bepleiten.

Schraven, die niet wil zeggen wat hij zelf verdient (,,Wij zijn geen beursgenoteerd bedrijf''), blijft er laconiek onder: ,,Ik heb geen mening over hoe hoog je de prestaties van iemand moet belonen. Dat moet je relateren aan de markt voor toptalent. In Frankrijk en Duitsland hoor je vakbonden niet over dit onderwerp. In Nederland heeft de vakbeweging een verband gelegd tussen de internationale trend bij de topsalarissen en een typisch nationaal item als de CAO-onderhandelingen. Dat moet ze niet doen. Daarmee schiet ze zichzelf in de voet.''

Als hij over de CAO-lonen komt te spreken, begint Schraven sneller te praten. Dat is natuurlijk een beetje zijn rol: klagen over te hoge lonen voor werknemers. Maar hij meent het echt, zegt hij. De loon-prijsspiraal waar Nederland in terecht dreigt te komen, bedreigt de economie. Je hebt geen Nout Wellink (directeur van De Nederlandsche Bank, red.) of Centraal Planbureau nodig om dat in te zien. De vakbonden zien de sense of urgency niet. ,,We moeten hard op de rem gaan staan'', meent Schraven, ,,voordat het te laat is.'' Of we ons straks tegen een muur te pletter rijden? ,,Feitelijk is er geen muur. Wel een afgrond, waar je dieper in kunt vallen.''

Toch draait de economie goed. Er is veel werk, de hoge inflatie lijkt voor een belangrijk deel van tijdelijke aard. Overdrijft u niet?

,,Geenszins. Ik word nog vaak uitgenodigd in het buitenland uit te leggen waarom het bij ons zo goed gaat. Laatst nog in Italië. Daar denken ze dat wij een van de succes-economieën van Europa zijn. Maar die positie hebben we echt verloren. Ten opzichte van Duitsland heeft de industrie sinds 1997 zeventien procent van haar concurrentiepositie verloren, onze economie als geheel veertien procent. De loonkosten in Duitsland stijgen dit jaar met minder dan drie, bij ons met méér dan vier procent. We moeten snel naar een situatie dat een groter deel van de loonstijging flexibel is, zodat de lonen kunnen meeademen met de economie. Ik meende dat we dat in het Kerstakkoord ook hadden afgesproken. Goed, we waren er wat laat mee, veel CAO's waren al uitonderhandeld of lagen al maanden op tafel, daar had het akkoord geen invloed meer op. Maar volgend jaar moet het echt anders. Structureel kan er misschien twee procent bij, maar het variabele deel moet verschillen per bedrijfstak, zelfs per bedrijf.''

In veel CAO's zijn voor de komende twee jaar loonstijgingen van vier procent per jaar afgesproken. Werkgevers waren daar toch zelf bij?

Dat klopt. Die afspraken zijn onverstandig. Als werkgevers hebben we misschien te laat ingezien hoe ernstig het met de economie gesteld is. De remweg van de loon-prijsspiraal wordt door meerjarige CAO's alleen maar verlengd. Dat is jammer. Maar ik begrijp het wel. Werkgevers hebben liever niet jaarlijks die trammelant met die CAO-onderhandelingen.''

Hoe lukt het dan wel om snel af te remmen en te voorkomen dat het fout loopt?

,,Dat is een groot probleem, ik ben daar eerlijk gezegd ook niet erg optimistisch over. Bij de vakbonden is er, net als bij ons trouwens, sprake van decentralisatie van de besluiten. Zelf ben ik een groot voorstander van de markt, daar worden decentraal duizenden beslissingen per dag genomen. Dat moet zo blijven. Maar de bonden en de koepelorganisaties bepalen het beeld, het klimaat waarin de onderhandelingen worden gevoerd.''

Loonvorming is toch ook marktwerking? Een kwestie van vraag en aanbod tussen werknemers en werkgevers?

,,Zeker. En de werkgevers staan door de krappe arbeidsmarkt niet sterk. In de bouw en de kleinmetaal hebben de werkgevers geprobeerd de hoge eisen niet in te willigen. Maar de bereidheid om te staken is vrij groot. Er is natuurlijk door werkgevers achteraf gezegd dat er een bevredigend resultaat is geboekt. Maar dat is lang niet altijd zo. Kijk, je kunt nog zo'n goed product hebben, maar als je te veel aan lonen betaalt, prijs je jezelf uit de markt. Kijk maar naar Fokker, daar heeft al het personeel zijn baan verloren. Als je naar de BV Nederland kijkt, kun je gemakkelijk hetzelfde verhaal houden. Een te hoog kostenniveau leidt tot banenverlies. Dat is in 1992 gebeurd, toen is er ook te laat op de rem getrapt. Dat zit er nu weer aan te komen, daar ben ik van overtuigd. Vakbonden moeten echt meer hun verantwoordelijkheid nemen.''

De vakbonden vertegenwoordigen nog maar een kwart van de werknemers. Zijn zij eigenlijk nog wel een serieuze gesprekspartner voor u?

,,Dat is een internationale trend, we staan daarin niet alleen. In Frankrijk is minder dan tien procent bij de bond aangesloten. En toch vertegenwoordigen bonden daar een grote politieke macht. Ik denk niet dat Lodewijk de Waal (FNV-voorzitter, red.) het mij kwalijk neemt als ik zeg dat machtsdenken typisch voor de vakbeweging is. Maar de vraag is of je die macht productief kunt uitoefenen. De beantwoording daarvan laat ik aan hem over.''

In hoeverre is de rol van de `polderorganisaties' de afgelopen jaren veranderd?

,,Een organisatie als VNO-NCW heeft op zichzelf geen bestaansrecht, we zijn er puur en alleen voor onze leden. In een ideale samenleving zouden zij ons niet eens nodig hebben. Maar in een politiek stelsel als het Nederlandse, en met een kabinet met VVD en PvdA, waardoor sociale problemen moeilijk overbrugbaar zijn, is er wel degelijk een grote rol voor de sociale partners weggelegd. Op een groter terrein dan alleen de arbeidsvoorwaarden. De Sociaal-Economische Raad heeft de laatste jaren veel zaken opgelost waar de politiek niet uit is gekomen. Denk aan de gezondheidszorg, het duurzaam ondernemen en het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan. Daarin zij we erg succesvol geweest. Hopelijk lukt het binnenkort ook met de WAO.''

De huidige coalitie van PvdA, VVD en D66 heeft er bijna twee termijnen opzitten. Ze is vrijwel klaar met regeren. U constateert dat ze onderwerpen heeft laten liggen, maar wat is over acht jaar paars beleid uw eindoordeel?

,,Het budgettaire beleid is een goed beleid geweest. Er is veel, maar ook veel niet opgelost. De WAO is niet opgelost. De infrastructuur is schromelijk verwaarloosd. Daar gaan we nog voor boeten. Het rekeningrijden was een verkeerde maatregel die veel tijd heeft gekost. En hoe de gezondheidszorg is georganiseerd: dat is op het stalinistische af. Alle problemen daar zijn de afgelopen jaren afgedempt met extra geld. Je kunt niet genoeg investeren in onderwijs. Maar als je extra geld stopt in een algemene loonronde voor leraren, dan verdampt zo'n investering veel te snel. De extra overheidsuitgaven hebben bijgedragen aan de zwakkere positie van de Nederlandse economie. Iedereen roept maar `onderwijs, zorg en veiligheid'. Maar niemand weet wat de effecten van die extra miljarden zijn. In de eindfase van Paars lijken er nog slechts electorale belangen op het spel te staan.''