Aangifte verkrachting van militair in Bosnië

Een Nederlandse militair in Bosnië heeft aangifte gedaan van aanranding en verkrachting door twee Engelse militairen. Volgens de 24-jarige mannelijke korporaal is het zedendelict gepleegd in de nacht van 9 op 10 juni, op een Engelse basis in het zuidwesten van Bosnië. Het ministerie van Defensie bevestigt de aangifte, die is afgegeven twee dagen nadat het delict gepleegd zou zijn. Het laat weten dat inmiddels een gezamenlijk onderzoek is gestart door de Nederlandse en Britse marechaussee.

Wanneer het onderzoek wordt afgerond, is nog onbekend. ,,We hopen dat het geen maanden gaat duren'', aldus een woordvoerder van de Nederlandse marechaussee. Details over de toedracht van het gebeurde, zegt de marechaussee niet te kennen. ,,Daarover is ons, in het belang van het onderzoek, geen informatie verstrekt''. Als de onderzoeksresultaten daartoe aanleiding geven, kan een rechtszaak volgen tegen de twee Britse verdachten, die zal worden gevoerd volgens de regels van het Britse strafrecht.

Volgens het ministerie van Defensie kwam het tijdens de vredesmissie in Bosnië niet eerder voor dat een Nederlandse militair aangifte deed van verkrachting. Wel deden in het jaar 2000 vier keer Nederlandse militairen die op Nederlands grondgebied werken, aangifte van een zedendelict.

In Bosnië zijn op dit moment 20 duizend soldaten gelegerd, waaronder ruim 1200 Nederlandse, van de internationale vredesmacht SFOR. Hun taak is om toezicht te houden op naleving van het vredesakkoord van Dayton, dat werd afgesloten in 1995. De troepenmacht van SFOR is in datzelfde jaar naar Bosnië afgereisd.