ZELF IJS MAKEN IS MAKKELIJK

Mijn eerste ijs maakte ik toen ik op de middelbare school zat. Gewoon in de ijslaatjes van de ouderwetse ijskast van mijn ouders; zo een die nu als design te koop is. Ik maakte ijs van alles dat ik toevallig voorhanden had: van vanillevla tot komkommer en tomaten. En in alle denkbare kleuren. De combinatie donkerbruin-donkerpaars (chocola-bosbessen) werd slecht gegeten – zoals mij ooit de foto van met voedingskleurstof zwart gekleurde aardappels met donkerblauwe bloemkool van walging vervulde.

IJs in ijslaatjes maken kàn. Maar het is een heel gedoe met tussentijds loskloppen en het blijft van dat echt bevroren ijs vol kristallen, tenzij je heel veel room en eiwitten gebruikt. Ik kan me dan ook niet herinneren dat dat eerste ijslaatjes-ijs erg lekker was.

Na een ijsloze periode in mijn studententijd ben ik volledig bekeerd tot de ijsmachine. Met een ijsmachine – ik heb de beste herinneringen aan het helaas niet meer leverbare apparaat waarvan de kom in de diepvries werd bewaard en dat je verder met de hand bediende – is ijsmaken een fluitje van een cent. Wij hebben een toetjescultuur thuis, en zeker in de zomer betekent dat dus vaak: ijs.

Om snel lekker vruchtenijs te maken heb je geen recept nodig. Maak een pond aardbeien fijn, klop er room of yoghurt door en giet het in de ijsmachine: binnen 20 minuten heb je aardbeienijs, tien keer beter dan alles dat voor aardbeienijs doorgaat in de ijssalon of supermarkt. Bijna alle vruchten zijn op die manier in heerlijk ijs om te zetten. Volgens de officiële methode moet je eerst een vla maken van room of melk en eieren, en daardoor het fijngemaakte fruit mengen, maar dat is me vaak te veel moeite. Het leek me eens een aardig idee om voor een betere presentatie een paar stukjes aardbei of welk fruit dan ook mee te bevriezen. Dat bleek een pijnlijke vergissing: die worden steenhard.

Zelf experimenteren levert zeer smakelijk ijs op. Maar er zijn ook veel kookboeken met goede recepten, tot en met speciale ijskookboekjes. Mijn eigen favoriet is de Penguinpocket Ices Galore, vol room- en waterijs en bombes, die ik jaren geleden kocht. Het lekkerste ijs dat ik tot dusverre heb gemaakt (het kan zo weer veranderen) is het koffie-en-hazelnootroomijs uit Just Desserts. De voortreffelijke Irish Coffee Parfait uit Culinaire Verrassingen van het Nederlands Zuivelbureau is een goede tweede.

Met zelfgemaakt ijs als dessert – bij voorbeeld chocoladeroomijs in zelfgebakken soesjes – maak je zonder veel moeite een verpletterende indruk op je gasten. Want tenzij ze er zelf aan verslaafd zijn, denken die gewoonlijk bewonderend dat ijsmaken een hogere kunst is. Voor een zomerbuffet maakte ik een imponerende toren van allerlei soorten vruchtenijs. Dat was iets meer werk.

Mijn jongste dochter heeft mijn ijslust geërfd. Zij experimenteert nu naar hartelust met alle mogelijke en onmogelijke smaken ijs. Het appelijs dat ze maakte was niet te eten; meloen, ervoer ze, moet wel erg lekker zijn voor hij zich tot eetbaar ijs laat verwerken.

Maar je kan ijs ook namaken, ontdekte ze met een vriendin. In onze diepvries staat nu een zeer eetbare imitatie van Ben & Jerry's Cookiedough ijs. Ze maakte vanille-roomijs, waardoor ze stukjes chocola en koekjesdeeg mengde. de rest van het deeg ging de oven in.

Vanavond eten we citroenijs.

Helge Rubinstein en Sheila Bush, Ices Galore. Penguin Books. ISBN 0 14 046726 2

Jeni Wright, Just Desserts. Treasure Press. ISBN 1 85051 069 5

Het Nederlands Zuivelbureau, Culinaire Verrassingen. ISBN 90 6611 122 4