Visie Bush is schending van klimaatverdrag Rio

Vandaag praat president Bush in Gotenburg met de Europse regeringleiders over het Kyoto-protocol. Wie goed luistert ontdekt dat Bush af wil van het ook door de VS geratificeerde klimaatverdrag van Rio.

Het standpunt van president Bush over klimaatverandering, onderwerp van gesprek met de Europese regeringsleiders in Gotenburg, maakt duidelijk dat Amerika niet alleen van het Kyoto-protocol af wil. Uit een toespraak aan de vooravond van zijn Europese reis blijkt dat Bush ook het klimaatverdrag van Rio, dat in 1992 van moeizame onderhandelingen tot stand kwam, onderuit wil halen. Het verdrag van Rio, dat tot stand kwam ten tijde van het presidentschap van vader Bush, werd echter in tegenstelling tot Kyoto wel door de VS geratificeerd.

Maandag heeft Bush voor het eerst in precieze bewoordingen zijn bezwaren tegen het Kyoto-protocol opgesomd. In maart, toen hij Europa de stuipen op het lijf jaagde door Kyoto `dood' te verklaren, noemde hij het protocol vooral `unfair' jegens de VS. Hij suggereerde zelfs even dat het broeikaseffect nog helemaal niet bewezen was.

Zo ver kan hij niet meer gaan nu een commissie van de National Academy of Sciences – nota bene op zijn eigen verzoek ingesteld – juist zegt dat in wetenschappelijke kring nauwelijks nog twijfel bestaat aan klimaatverandering en broeikaseffect. Wel legt Bush een zwaar accent op de wetenschappelijke onzekerheden: hoe sterk zijn natuurlijke klimaatschommelingen, wat is een veilig niveau van opwarming of van CO2-emissie, wat is het effect van sommige broeikasmaatregelen?

Ook blijft Bush beklemtonen dat Kyoto onbillijk is. China, dat na de VS de grootste uitstoot heeft van broeikasgassen, en India krijgen geen beperkingen opgelegd.

Duidelijk is nu dat de VS niet alleen van het Kyoto-protocol af willen maar dat zij zich ook niet langer gebonden achten aan het klimaatverdrag van 1992. Het Kyoto-protocol was een nog niet geratificeerd verdrag met een onzekere status en een onduidelijke toekomst. Het klimaatverdrag, de Framework Convention on Climate Change, is na vrijwel mondiale ratificatie, ook door de VS, inmiddels internationale wet. Het klimaatverdrag verplicht ons, zegt Bush, het ontstaan van gevaarlijke broeikasconcentraties te voorkomen, zei hij en liet er onmiddellijk op volgen: maar niemand weet wat gevaarlijke concentraties zijn.

Dat is een gotspe. De tekst van het klimaatverdrag kwam na uitputtende onderhandelingen in de periode 1990-1992 tot stand. De toenmalige regering van vader Bush was er alles aan gelegen te voorkomen dat in het verdrag concrete concentraties of emissies werden genoemd of dat intervallen werden beschreven waarbinnen maatregelen moesten zijn voltooid. Juist om de VS `aan boord' te krijgen is destijds een opzettelijk vage formulering gekozen. Dat artikel 4, lid 2 toch uitspreekt dat het oogmerk (aim) was terug te keren naar emissie-niveaus van 1990 was voldoende vrijblijvend geformuleerd.

In ruil voor deze vrijblijvendheid gingen de VS akkoord met het voorstel om ontwikkelingslanden, die aan de huidige hoge CO2-concentratie weinig hebben bijgedragen, voorlopig buiten schot te laten. In feite kregen alleen de geïndustrialiseerde landen een reductie opgelegd.

Het klimaatverdrag van Rio gaat bovendien uit van het voorzorgsprincipe. Het is letterlijk in het klimaatverdrag opgenomen: gebrek aan volledige wetenschappelijke zekerheid mag niet worden gebruikt als reden om maatregelen uit te stellen (artikel 3, lid 3). Ook tegen de introductie van het voorzorgsprincipe voerden de Amerikanen destijds fel verzet.

Bush probeert in feite de moeizame diplomatieke `deal' die vlak voor de Rio-conferentie van 1992 werd gesloten nu open te breken. Nog steeds wil de president geen concrete en bindende emissie-doelen of tijdpaden, maar wel wenst hij alsnog beperkingen op te leggen aan ontwikkelingslanden. Bovendien hanteert hij wetenschappelijke onzekerheid als argument om maatregelen uit te stellen of af te zwakken. Daarmee is de basis onder het klimaatverdrag weggenomen.

Het is verhelderend het de facto afscheid van het klimaatverdrag, een nog jong verdrag tussen vele tientallen staten, te plaatsen tegenover het afscheid van het ABM-verdrag uit 1972. Het ABM-verdrag, dat verdediging tegen intercontinentale raketten verbood, was een cynisch verdrag tussen twee staten die destijds in `koude oorlog' verkeerden en toen beiden geloofden in het principe van wederzijdse afschrikking. Het is duidelijk dat dit oude verdrag zichzelf heeft overleefd. En onmiskenbaar is er een dreiging met intercontinentale raketten uit andere staten bijgekomen.

Van het klimaatverdrag kan niet anders gezegd worden dan dat het uitputtende onderzoek van de laatste tien jaar juist heeft aangetoond dat het belang ervan alleen maar groter is geworden.