Van der Aa met sociale dienst terug bij af

Bij de Amsterdamse sociale dienst is het foute boel, erkent wethouder Van der Aa. De cultuur zit er ,,in een dip'' en dat is niet binnen een jaar opgelost.

In de Akbarstraat (Amsterdam-West) loopt zo'n 30 procent van de volwassen bevolking bij de sociale dienst. Dat is drie keer meer dan het hoofdstedelijk gemiddelde. Om de hoek staan het stadhuis van de deelraad Bos en Lommer en een filiaal van Maatwerk, een organisatie die werkzoekenden aan een tijdelijke `Melkertbaan' kan helpen. Maar de `klanten' van de sociale dienst in de Akbarstraat moeten voor hun gesprekken over de rechtmatigheid van hun uitkering of hun `activering' tot werk naar de binnenstad. Weliswaar telt de buurt verschillende voorposten van de dienst, maar hun regiokantoor bevindt zich toevallig in de Raadhuisstraat, vlak achter het koninklijk paleis op de Dam. Zo zit de logica van de sociale dienst nu eenmaal in elkaar.

In Amsterdam is dat jarenlang schoorvoetend aanvaard. Met relatief weinig medewerkers – in Den Haag beschikt de sociale dienst over evenveel ambtenaren voor tweemaal minder klanten – was het al moeilijk genoeg de kassa te beheren voor de circa 50.000 hoofdstedelingen die in aanmerking denken te komen voor een uitkering. Bovendien werd de sociale dienst de afgelopen jaren onderworpen aan reorganisatie op reorganisatie. Het nieuwe automatiseringssysteem kreeg men lange tijd niet aan de praat en de top aan de Vlaardingenlaan werd een duiventil. De huidige interimmanager is de vierde in een half decennium. Voor de broodnodige `activering' van de langdurig werklozen was ook daarom weinig tijd dan wel geen energie meer. Bovendien heeft de opsplitsing van de dienst in negen regio's de organisatie misschien dichter bij de klant gebracht – behalve dan in de Akbarstraat – maar de decentralisatie heeft tevens geleid tot meer bureaucratische `overhead' en het daarmee gepaard gaande wrijvingsverlies.

Op het ministerie van Sociale Zaken in Den Haag is het acceptatiepeil met de komst van minister Vermeend het afgelopen jaar juist danig afgenomen. Terwijl het college van burgemeester en wethouders met nota's als Een tandje hoger naarstig zocht naar nieuwe plannen om de dienst te stroomlijnen en effectiever aan de `activering' te laten werken, trok Vermeend zijn eigen plan. Begin januari legde de minister de gemeente Amsterdam weer eens een strafkorting van 754.000 gulden per maand op. In april besloot hij te breken met de beleidslijn om louter af te gaan op de gemeentelijke accountants. Ruim 25 eigen controleurs gingen de sociale dienst op eigen houtje onderzoeken.

Ineens stond de boog in Amsterdam gespannen, zelfs zozeer dat hij drie weken geleden bij de behandeling van Een tandje hoger knapte. Omdat ook de PvdA er geen vertrouwen meer in had dat de sociale dienst op korte termijn de activering zelf adequaat ter hand zou kunnen nemen en deze taak voorlopig aan min of meer private uitzendbureaus wilde uitbesteden, trad verantwoordelijk wethouder Frank Köhler (GroenLinks) af en scheurde het college dat was gebouwd op een `regenboogcoalitie' van PvdA, VVD, GroenLinks en D66.

Sinds twee weken beheert loco-burgemeester Jaap van der Aa (PvdA) de portefeuille die hij als wethouder tussen 1994 en 1998 ook al bezat. Gistermorgen ontving hij de onderzoeksresultaten van Vermeends controleploeg. Het rapport – gebaseerd op een steekproef van 1200 dossiers (ruim 2 procent van het totale bestand), een brainstormsessie van medewerkers waarvan de representativiteit niet geheel duidelijk is en evaluaties van de gemeente Amsterdam zelf – loog er niet om. In 62 procent van de gevallen wordt geen boete aan een sjoemelende uitkeringsgerechtigde opgelegd en in 45 procent blijven ook andere maatregelen uit. Als het gaat om activering, doemt een vergelijkbaar beeld op. De helft van de doelstellingen wordt niet gehaald. In een kwart van de dossiers wordt niet duidelijk of de werkzoekenden, die in Amsterdam bovendien niet de gewenste acht maar vaak achttien maanden aan hun lot worden overgelaten, achter hun broek zijn gezeten. En, om het nog ondoorzichtiger te maken, ook per regio verschilt het beleid: zo wordt in de Bijlmermeer het recht op een uitkering controleerbaarder getoetst dan in de Indische Buurt. Kortom, de ,,rechtmatigheid'' van de bijstand in Amsterdam is volgens Vermeend ,,onvoldoende gewaarborgd''. Op jaarbasis zou dat 13 miljoen gulden (één procent van het budget) kosten, zoals Amsterdam zelf al had geschat.

Anders dan Köhler (,,oudbakken nieuws, de bedragen zijn allang bekend'') trok Van der Aa het boetekleed met ogenschijnlijk genoegen aan. Weliswaar zag ook hij geen nieuws in het rapport en plaatste hij vergelijkbare kanttekeningen bij sommige interpretaties van Vermeend – als bijvoorbeeld in 5 procent van de dossiers het recht op bijstand niet juist is vastgesteld, wil dat niet automatisch zeggen dat ook 5 procent van de uitkeringen onrechtmatig is – hij erkende ruiterlijk dat het wat hem betreft ,,foute boel'' is. Er is inderdaad te weinig aandacht voor fraudebestrijding en zeker voor activering. ,,De cultuur bij de sociale dienst zit in een dip'', aldus Van der Aa.

Voormalig directeur Hans Denijs, ooit door Van der Aa benoemd en verantwoordelijk voor de regionalisering, wil er niet van horen dat de sociale dienst in het ongerede is geraakt. Volgens hem maakt dit soort doemdenken de organisatie nog moedelozer dan ze al is. Talloze medewerkers van de dienst ervaren dat ook zo. Wethouder Van der Aa op zijn beurt ziet geen heil meer in tactische praatjes. ,,Een tandje hoger? We moeten nog wel twee tandjes hoger. Maar ook dan is het niet binnen een jaar opgelost'', aldus Van der Aa. ,,We kunnen hooguit de koers bepalen.''

Onder curatele van minister en partijgenoot Vermeend heeft Van der Aa daarvoor tot maart 2002 de tijd. Na de gemeenteraadsverkiezingen keert de PvdA'er vermoedelijk niet terug in het stadhuis om af te maken wat hij in 1998, achteraf gezien, beter niet had kunnen overlaten aan GroenLinks.