Sonic Youth plukt uit erfenis van jaren vijftig

Sonic Youth is vooral een `alternatieve' rockgroep, die al twintig jaar gretig met stemmingen en volumes experimenteert en destijds een van de aanjagers was van de inmiddels volkomen ingestorte grunge-scene. Maar de New-Yorkse band heeft een andere kant. In de geborgenheid van kleine labeltjes experimenteren de leden er lustig op los. Individueel of in groepsverband, al of niet samen met freejazz-muzikanten en andere avantgardistische types — geen daden waar je veel vrienden mee maakt in de rockwereld.

De opvallendste plaat in die sector is wel Goodbye 20th Century, waarop Sonic Youth met enkele gastmuzikanten stukken speelt van `modern-klassieke' componisten als Christian Wolff, John Cage en Pauline Oliveros. Dat het geen loos gebaar was, bleek wel hieruit dat Wolff zelf meespeelde en Oliveros speciaal een nieuw stuk voor de groep schreef.

Nadat de groep dinsdag een `normale' rockset had gespeeld in Paradiso, kwam gisteravond in de Amsterdamse Stadsschouwburg het repertoire van Goodbye 20th Century aan bod. De groep had overduidelijk affiniteit met dit repertoire, grotendeels geplukt uit de erfenissen van de New York School van de jaren '50 en de Fluxus-beweging van de jaren '60. De vrijheden in de grafische partituren van de meeste stukken bleken aan deze muzikanten, van wie alleen gast-slagwerker William Winant op een klassieke scholing kan bogen, wel besteed.

Zo bleek het openingsstuk `Having Never Written A Note For Percussion' van James Tenney niet drastisch te verschillen van hun eigen werk of dat van hun mentor Glenn Branca: één lange noot, die in de aanzwellende volumegolven van de gitaren heel wat nuances in de boventonen liet horen. Ook `Treatise' van Cornelius Cardew, waarin men hulp kreeg van enkele leden van The Ex, had met zijn hoekige, volumineuze klankblokken wel op een vroege Sonic Youth-plaat gepast. Daarentegen bleek `Echelon', door Konrad Böhmer voor de groep geschreven en eigenhandig gedirigeerd, iets te academisch voor het vocabulaire van de muzikanten. Desondanks had het stuk zijn momenten, zoals in het gebruik van heftig vervormde elektronische stemmen.

Het lange `Four6`, een van de laatste stukken van John Cage, was de climax. Of Cage de inbreng van twee Nederlandse jazzmusici goedgekeurd zou hebben is de vraag, maar hun inbreng misstond niet. Wat begon als een stel schijnbaar losjes bij elkaar gezette noten en klanken, ontwikkelde zich sluipenderwijs tot een klankuniversum waarin alles betekenis kreeg. De klarineterupties van Ab Baars, de excursies in het piano-binnenwerk van Cor Fuhler, de fijnzinnige slagwerkoefeningen van William Winant, de belletjes van de doorgaans op gitaar actieve Lee Ranaldo, de elektronische tussenwerpsels van Jim O'Rourke, de ritmes van drummer Steve Shelley, de ijle vocalen van Kim Gordon en de spijkerharde, monotone `noise'-uitbarstingen die Thurston Moore aan zijn gitaar en een stel pedalen ontlokte: het viel samen in een wankel evenwicht, een wonderlijk spel met toeval en klank.

Dat de band daarna afsloot met enkele nummers in de vertrouwde Sonic Youth-stijl was een schrale troost voor wie nerveus werd van dat Cageiaanse geritsel en Cardewiaanse geram, maar bleek toch een concessie die afbreuk deed aan de radicale statements van de uren daarvoor.

Concert: Sonic Youth 'Goodbye 20th Century'. Met werk van onder anderen John Cage, Cornelius Cardew, Yoko Ono, Steve Reich, Christian Wolff, James Tenney en Konrad Böhmer. Gehoord: 13/6, Stadsschouwburg Amsterdam.