Salaris politici netelig dilemma

De beloning van politici en rijksambtenaren wijkt sterk af van de salarissen, en van wat daar nog bovenop komt, in het bedrijfsleven. Het is in Den Haag een gevoelig onderwerp.

De voorzitter van de raad van bestuur van ABN Amro, R. Groenink, ontvangt dit jaar een salarisverhoging van 38 procent. W. Kok, voorzitter van de ministerraad van het Koninkrijk der Nederlanden, ziet zijn inkomen met 3,6 procent stijgen, zoals elke gemiddelde rijksambtenaar. Een minister-president verdient 250.000 gulden bruto per jaar, zonder enige vorm van bonussen of opties. Een president-directeur van een grote onderneming daarentegen krijgt, inclusief alle extra's, minimaal 2 miljoen, met uitschieters naar boven voor topmannen van Aegon (22,5 miljoen), Philips (14 miljoen) en Ahold (bijna 9 miljoen).

De uiterst lucratieve ontwikkeling van topsalarissen in het bedrijfsleven staat volop ter discussie. Het vakverbond FNV sprak er gisteren schande van in een paginagrote advertentie in de dagbladen. Bewindslieden waarschuwen al wekenlang voor negatieve voorbeeldwerking, met grote druk op de algemene loonontwikkeling. De kwestie staat volgende week op de agenda bij het Voorjaarsoverleg in de Sociaal-Economische Raad.

De top van het bedrijfsleven heeft, in termen van personal finance, weinig reden tot klagen. En de top van de politiek en bureaucratie in Nederland? Hoe is het vergelijkenderwijs gesteld met de bezoldiging van ministers, Kamerleden, secretarissen-generaal en andere `kaderleden' in het openbaar bestuur? ,,Het is een uiterst gevoelig onderwerp, maar de discussie daarover moet echt eens worden gevoerd'', zegt H. Koning, oud-president van de Algemene Rekenkamer. Enkele jaren geleden waarschuwde hij al voor ongewenst scheve salarisontwikkelingen, waarbij diverse topfunctionarissen van verzelfstandigde ambtelijke diensten (ZBO's, agentschappen) opeens fors meer gingen verdienen dan bewindslieden en topambtenaren. Nadien zijn de verhoudingen alleen maar schever geworden, meent Koning, zowel binnen de publieke dienst als in relatie tot de marktsector.

Een politieke ambtsdrager heeft met 250.000 gulden bruto per jaar zijn top wel bereikt. TweedeKamerleden ontvangen een `schadeloosstelling' van circa 190.000. Een burgemeester van een middelgrote gemeente verdient omstreeks 150.000. Inkomens in `de politiek' zijn in CAO's vastgelegd, zonder bonussen of andere arrangementen. Daarmee verschillen ze wezenlijk van salarisafspraken in de ambtelijke top.

Vervolg pagina 7

Ongelijke strijd met top bedrijfsleven

Vervolg van pagina 1

Het afsluiten van aparte contracten met allerlei extra's raakt hier in zwang. Een secretaris-generaal van een ministerie verdient, conform CAO, 220.000 gulden per jaar. Toeslagen van 20.000 à 30.000 gulden per jaar zijn gebruikelijk. Daarnaast kennen verschillende departementen gratificaties toe, ook voor DG's en directeuren, van 5.000 à 15.000 gulden per jaar.

,,Het bieden van extra's geeft wel enig soelaas om goede mensen aan te trekken of vast te houden'', zegt burgemeester H. Ouwerkerk van Almere. ,,Maar het blijven natuurlijk peanuts als je ze afzet tegen de bedragen die in het bedrijfsleven omgaan.'' Hij verwijst naar een directeur stadsontwikkeling die hij onlangs kwijtraakte aan een projectontwikkelaar: ,,Wij boden een voor onze begrippen vrij fors bedrag extra. Maar deze man ging meer dan dubbel zoveel verdienen als hij bij ons kreeg. Dat is een ongelijke strijd.''

Ouwerkerk is voorzitter van de PvdA-commissie die een kandidatenlijst opstelt voor de komende Kamerverkiezingen. Hij noemt het lastig kandidaten aan te trekken die nu fors meer verdienen dan Kamerleden. ,,Geld mag nooit een doorslaggevend argument zijn om wel of geen zitting te willen nemen in de Kamer. Maar het betekent wel dat we niet eens in contact komen met heel veel getalenteerde mensen die het openbaar bestuur een grote dienst kunnen bewijzen. Dat vind ik een probleem.''

Uit diverse onderzoeken, onder meer van Berenschot en Hay Management Consultants, blijkt dat het middenkader in de publieke sector redelijk in de pas loopt met de marktsector. De grote, soms enorme verschillen doen zich voor aan de top. ,,De overheid is als een auto die tegen een betonblok te gereden'', zegt Eric van Zelm van Hay. ,,Het is nauwelijks mogelijk om boven dat maximum van 250.000 gulden uit te komen.'' Van Zelm wil niet pleiten voor een fors hoger maximum, maar ,,specifieke verschillen moeten wel mogelijk zijn: voor departementen om mensen met bijzondere deskundigheid binnen te halen, als prestatiebeloning op grond van duidelijk vastgelegde targets.''

Dat kan misschien wel de financiële positie van ambtenaren maar niet die van politici verbeteren. ,,Op die discussie zit echt een deksel'', zegt Luc Steenhorst van Berenschot, verwijzend naar de vrees van politici om onderbuikgevoelens in de samenleving over `zakkenvullers' te voeden. ,,Ik wil niet direct somber doen over de hoogte van de inkomens van politici. Met twee ton per jaar zit je nog altijd bij de bovenste 5 procent van de arbeidsmarkt. Maar het is de vraag of we hier Amerikaanse toestanden willen, waarbij de politiek vooral aantrekkelijk is voor mensen die beschikken over een eigen vermogen. Die discussie moet maar eens worden gevoerd.''

OVERZICHT SALARISSEN: www.nrc.nl/denhaag