Minister en NS

Volgens het artikel `Kan de staat greep krijgen op NS?' (NRC Handelsblad, 1 juni) blijft minister Netelenbos contractuele waarborgen voor betere prestaties van de spoorwegen nastreven. Opmerkelijk is dat de mogelijkheid van publiekrechtelijke waarborgen voor voldoende dienstverlening van de NS in het desbetreffende Kamerdebat blijkens de publicatie in het geheel niet aan de orde kwam.

Toch bevat het EG-verdrag in zijn artikel 86 diverse mogelijkheden terzake. Het eerste lid van dit artikel stelt als algemene regel dat de lidstaten met betrekking tot openbare bedrijven en ondernemingen waaraan zij bijzondere of uitsluitende rechten verlenen, geen enkele maatregel nemen of handhaven welke in strijd is met de regels van dit verdrag (het gaat dan met name om regels voor vrij verkeer en de mededingingsregels van dit verdrag).

Blijkens de gecursiveerde passage gelden die ook met betrekking tot de NS. Deze zal bijvoorbeeld geen misbruik van haar economische marktpositie mogen maken, en de staat zal ook geen maatregelen mogen nemen die een vrij spoorwegverkeer tussen de lidstaten belemmert.

Het tweede lid van artikel 86 is nog belangrijker in de verhouding tussen de staat en de NS. Het laat uitdrukkelijk toe ook ondernemingen als de NS te belasten met het beheer van diensten van (nationaal) algemeen economisch belang, mits de toepassing van die opgedragen diensten de toepassing van met name de mededingingsregels van het verdrag niet verder verhindert dan voor die toepassing noodzakelijk is.

De minister zou er goed aan doen de uitgebreide rechtspraktijk (Europees en nationaal) terzake nader te laten analyseren. De praktijk met betrekking tot de liberalisering van aardgas- en elektriciteitsdistributie en telecommunicatie en de daarbij opgedragen diensten van algemeen economisch belang kan daarbij als voorbeeld van belang zijn.

Een privaatrechtelijk contract als de minister voor ogen staat, waarbij zij uitdrukkelijk heeft verklaard niet als `staat' op te treden, voldoet niet aan de door artikel 86, tweede lid, gestelde voorwaarden, dat alleen de staat als zodanig de betrokken onderneming met diensten van algemeen economisch belang als nader nauwkeurig te formuleren, kan belasten. Een privaatrechtelijk contract als beoogd zal door de Europese Commissie en het Hof van Justitie dus stellig als oplossing worden afgewezen.

Evenals de Nederlandse wetgeving ter uitvoering van de Europese aardgas- en elektriciteitsrichtlijn heeft gedaan, zal ook een duidelijke Nederlandse wettelijke basis voor het kunnen belasten van de NS met duidelijk opgedragen diensten van algemeen economisch belang waarschijnlijk als eerste stap nodig zijn. Die nadere uitwerking kan door de wet aan de minister zelf worden overgelaten.