Milieuplan is lange-termijnzaak

Voor verwezenlijking van het Nationaal Milieubeleidsplan 4 trekt Jan Pronk zo'n dertig jaar uit. Vier jaar bleek steeds te kort, ontdekten zijn voorgangers. Maar kiest Pronk niet voor het andere uiterste?

Alsof minister Jan Pronk voor één keer op mocht schrijven wat er moet gebeuren in het belang van het milieu. Zo leest het nieuwste Nationaal Milieubeleidsplan dat gisteren officieel is gepubliceerd.

Pronk heeft twaalf jaar na `Kiezen of verliezen', het eerste NMP van toenmalig milieuminister Ed Nijpels (VVD), met meer dan 100 procent inzet de gelegenheid aangegrepen om haarfijn te schetsen wat we op milieugebied meemaken. Waar zijn voorgangers nog de praktische periode van vier jaar kozen voor het geplande milieubeleid, beschrijft de marathonloper Pronk een periode van dertig jaar. Een wel erg lange vluchtweg, zo was gisteren de teneur van veel reacties.

Voorafgaand aan de analyse, onderverdeeld in zeven hoofdthema's – zoals klimaat, biodiversificatie, uitputting hulpbronnen en bedreiging leefomgeving – deelt de minister vastberaden mee dat milieubeleid zin heeft. Tal van maatregelen hebben de afgelopen jaren effect gehad, zij het vaak onvoldoende tot veel te weinig.

Als het zo doorgaat, dreigen allerlei rampen – door vervuiling maar ook door onvoldoende bescherming tegen genetische manipulatie. Tegelijk dient de directe leefomgeving van de mens (in Nederland) beter te worden beschermd tegen lawaai, stank en gevaar (van gevaarlijke stoffen). Minder verzuring, minder broeikasgassen.

Daarvoor gaan we algemene maatregelen van bestuur maken, extra heffingen in het leven roepen, subsidies opheffen, laat de minister weten. Tevens moeten we meer duurzame energie gebruiken, de overheid voorop, door het energiegebruik in overheidsgebouwen om te buigen naar duurzame (hernieuwbare) energie. Andere aangekondigde maatregelen zijn de sluiting (op lange termijn) van gevaarlijke opslagplaatsen, beperking van vervoer van gevaarlijke stoffen, halvering van de veestapel en de overgebleven koeien vaker op stal. Hoe en wanneer, dat staat er niet bij.

Dat was in de voorgaande NMP's anders. Voorjaar 1989 verscheen het eerste NMP. Hierin aangekondigde maatregelen moesten na vier jaar al zichtbaar resultaat geven. Daar ging een stevige ruzie in het kabinet-Lubbers aan vooraf, waarbij Ruding (CDA) als minister van Financiën het langst doorging. De kosten van de maatregelen in dat eerste milieubeleidsplan werden door milieuminister Nijpels (VVD) begroot op zo'n 6,5 miljard gulden. Om de gevaarlijke verzuring van bodem en lucht tegen te gaan zou met dat geld in de eerste plaats de uitstoot van stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxiden (SO2) en kooldioxiden (CO2) drastisch moeten worden teruggedrongen. Een tweede belangrijke taak was de energiebesparing.

Een jaar later verscheen het NMP-plus van minister Alders (PvdA), bedoeld om sneller dan in het eerste NMP verzuring en klimaatsverandering tegen te gaan. In het bijzonder de uitstoot van CO2 baarde het kabinet toen (opnieuw) grote zorg. Alders nam tevens maatregelen om de verzuring en sterfte van bossen steviger te compenseren dan Nijpels had aangekondigd. Kort daarop trok het kabinet nog eens 100 miljoen gulden uit om het broeikas-effect van CO2 beter te kunnen opvangen.

Drie jaar later, december 1993, bracht Alders het echte NMP2 uit, ,,een verfijnde versie'' van het eerste. De overheid kondigde aan dat het begrip `de vervuiler betaalt' meer dan ooit in praktijk zou worden gebracht. Dreigend werd er aan toegevoegd dat vervuilers ,,met naam en toenaam'' in de publiciteit zouden worden gebracht.

Begin 1998 meende minister Margreet de Boer (ook PvdA) voldoende te hebben aan het uitvoeren van NMP-Plus en NMP2, maar de bestrijding van de milieuvervuiling ging toch te langzaam, zo bleek. Van een vermindering van de CO2-uitstoot was geen sprake, eerder van een gestage toename. De Boer kreeg zo'n 2,5 miljard gulden om deze uitstoot en die van stikstofoxiden fors terug te dringen.

Afgaand op het gisteren verschenen NMP is de doelstelling van destijds nog steeds niet gehaald. Anders dan men zou verwachten wordt geen intensivering aangekondigd. Terwijl het nieuwe onderdeel `veilige leefomgeving' volgens Pronk zelf zo mogelijk nog urgenter is, ontbreken ook daar concrete maatregelen. En al die jaren klaagde de milieubeweging dat de plannen lang niet ver genoeg gingen. Deze keer bleef zelfs een appèl op de burger om te matigen met energiegebruik achterwege.

De financieringsparagraaf in het NMP4 bestaat uit 14 regels tekst: de concrete uitwerking is voor het volgende kabinet. Op de eerste bladzijde prijken de namen van acht andere bewindslieden, onder wie minister Zalm (Financiën). Alsof zij hiermee wilden aangeven: Mooi gedaan Jan, en nu weer gewoon aan het werk.

TEKST NMP4 via www.nrc.nl/denhaag