Meeste gemeenten verlagen ozb

De meeste gemeenten hebben dit jaar de onroerend-zaakbelasting (ozb) verlaagd. Dit om te voorkomen dat hun inwoners door de hertaxatie van hun huizen plotseling excessief meer belasting gaan betalen.

Wel stijgen de totale gemeentelijke woonlasten, waaronder de ozb, dit jaar met acht procent. Dat is meer dan in vorige jaren.

Dit blijkt uit de `Atlas van de lokale lasten 2001' van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden van de universiteit van Groningen.

Een enorme kostenpost voor burgers dreigde doordat dit jaar de waarde van onroerend goed opnieuw is getaxeerd. Vooral woonhuizen blijken in enkele jaren tijd snel in waarde te zijn gestegen. De waarde van woningen in het peiljaar 1999 is volgens het onderzoek gestegen met gemiddeld 67 procent ten opzichte van het vorige peilmoment, vier of zeven jaar geleden. De waarde van bedrijfspanden is minder hard gestegen, met gemiddeld `slechts' 27 procent.

In de onderzochte gemeenten ging de waarde van het onroerend goed zo sterk omhoog dat de opbrengst bij gelijke tarieven met ruim 2,8 miljard gulden zou zijn gestegen. Door de tarieven te verlagen werd 2,5 miljard gulden `teruggegeven', aldus de Atlas. Het verschil van 300 miljoen gulden valt voor een deel te verklaren door nieuwbouw. Volgens de onderzoekers is het niet gebruikelijk dat gemeenten hun ozb-tarieven ook verlagen wegens een toename van de opbrengst door nieuwbouw, doordat meer woningen en bedrijfspanden ook leiden tot hogere gemeentelijke uitgaven.

De stijging van de lokale lasten is met acht procent hoger dan voorafgaande jaren. Vorig jaar bedroeg de stijging nog 6,3 procent, het jaar daarvoor 6,9 procent. Onder gemeentelijke woonlasten vallen behalve de ozb ook rioolrecht en reinigingsheffing. De stijging van de woonlasten kan per gemeente aanzienlijk verschillen. In het Utrechtse Breukelen en in het Gelderse Rozendaal stegen de woonlasten met liefst veertig procent, terwijl in het Utrechtse Harmelen de woonlasten juist daalden met met 24 procent.

Huishoudens zijn dit jaar volgens de onderzoekers gemiddeld 1.241 gulden kwijt aan ozb, rioolrecht en reinigingsheffing. De duurste plek om te wonen is Rozendaal, waar een huishouden 2.177 gulden betaalt. Het goedkoopst is het Zeeuwse Oostburg met 751 gulden aan woonlasten.

Ter compensatie geven de meeste gemeenten korting op de belastingaanslag. Deze zogenoemde Zalmsnip bedraagt honderd gulden. Sommige gemeenten geven extra korting. Het meest genereus is Hendrik-Ido-Ambacht met tweehonderd gulden.