Leefbaar Peru

Als de ochtend eindelijk daar is, omgordt Jan Smalheer zijn hemelsblauwe overgooier. Aan de ene kant staat in gele letters: `Observador' en aan de andere kant `Transparencia'. Ik heb ergens verderop in de straat een kraan ontdekt en wil mijn tanden gaan poetsen. ,,Dat is goed'', zegt Jan, ,,Maar het is nu tien over zeven, en ik wil toch wel om tien voor half acht in de richting van het stemlokaal lopen, want ik wil daar om half acht zijn.'' Nederlandse stiptheid.

Veel is er van slapen niet gekomen. We hebben de nacht doorgebracht in het huis van de familie Quispe, net als de meeste mensen in dit deel van het Andesgebergte Quechua-indianen. Gastheer Hilario is maker van adobe: zongedroogde blokken van modder en stro. Alle huizen zijn opgetrokken uit dergelijk bouwmateriaal en hebben zinken daken. De nachtwind waait vrijelijk door kieren en gaten tussen de platen en die wind is koud, hierboven op bijna vierduizend meter hoogte. Maar Hilario's huis heeft een etage en dat hebben er niet veel hier. En hij wilde de helft van zijn bovenverdieping wel verhuren aan de Nederlanders die op de Peruaanse presidentsverkiezingen waren afgekomen.

Jan, de hoofdgast omdat hij vrijwilliger is namens de onafhankelijke waarnemersorganisatie Transparencia, mocht op het bed. Voor mij was er een slaapplaats bestaande uit een stapeltje gedroogde lama- en schapenvellen met daarop een aantal stugge, onwelriekende gebreide wollen dekens. 's Nachts was er de kou en de geur van armoede: kaas en zweet. Maar ook vuil, het geluid van knagende ratten in buurt, en van blaffende honden verder weg. En omdat de huizen van Ayaví beschikken over kachels noch wc's, was daar in het holst van de nacht een klautering naar buiten om ergens je behoefte te doen.

Jan Smalheer, veertiger, is ex-gemeenteambtenaar die vorig jaar met vrouw en kind emigreerde naar Peru, het vaderland van zijn echtgenote. Officieel is hij nu impresario, zakenman, want samen met zijn vrouw is hij bezig met het opzetten van een lunchroom in een van de betere buurten van de hoofdstad Lima. We hebben het gedurende de twee dagen durende reis van Lima naar Ayaví, eigenlijk niet gehad over het waarom. Waarom reist een startende ondernemer naar het uiteinde van de wereld, ondergaat hij daarbij vele beproevingen en doorstaat hij ontberingen, om een rolletje te mogen spelen bij het controleren van de stembusstrijd. Maar het antwoord ligt te zeer voor de hand: het zal wel te maken hebben met de ambtenaar die nog leeft onder de huid van de nieuwe impresario, of met burgerplicht. Peru kent stemplicht: kiezers móeten hun stem uitbrengen op straffe van een boete. Voornamelijk daarom reizen veel van de mensen van het district Ayaví, herders en dagloners die uren lopen van het dorp verwijderd wonen, naar het stemlokaal. Maar het is de vraag of er in Peru – of vergelijkbare landen – ook een breder gedragen gevoel bestaat dat men zijn bijdrage behoort te leveren aan een algemener belang dan alleen het eigenbelang. Of dat die belangen min of meer samenvallen. Misschien is burgerplicht een luxeartikel in een land dat zich juist heeft ontworsteld aan de als democratie vermomde dictatuur (Peruanen spreken van democratuur) van de gevluchte president Fujimori. Een natie die bijgevolg worstelt met de meest fundamentele vraagstukken waar een staat voor gesteld kan worden: met de herinrichting van de trias politica: het aanbrengen van checks and balances tussen de staatsinstituties en het uitroeien van corruptie. Met het in bedwang krijgen van strijdkrachten en geheime dienst, met het opbouwen van de economie en de hele financiële huishouding van belastingen en evenredige verdeling daarvan over de verschillende sectoren.

,,Zie je: dit is prachtig'', zegt Jan Smalheer op een zeker moment als het stembureau eenmaal geopend is. ,,De leden van het stembureau zijn gewoon de burgers zelf. Ambtenaren mogen niet achter de tafel zitten, zoals in Nederland, juist om te voorkomen dat er gefraudeerd wordt.'' Hoewel de leden van het stembureau hun werk niet vrijwillig doen, maar omdat zij daarvoor zijn aangewezen, vindt Smalheer dit element in het Peruaanse kiessysteem democratischer dan in Nederland omdat de burgers zelf verantwoordelijk zijn voor het verloop van de verkiezingen. Althans waar het gaat om het inzamelen van de stemmen.

Misschien is het een gedachte voor de nieuwste landelijke politieke partij van Nederland, Leefbaar Nederland, die afgelopen weekeinde haar oprichtingscongres hield. Een partij die immers een 25-puntenpamflet heeft opgesteld onder de kop: `Het moet anders en kan anders'. Een vergelijking tussen de vraagstukken die in een land als Peru op de agenda staan en die LN aan de orde stelt, dringt zich op. `Herstel van vertrouwen in de politiek', wat volgens LN hard nodig is in Nederland, is in ieder geval ook iets wat in Peru prioriteit heeft. Daar moet dat gebeuren door de rigoreuze ombouw van democratuur naar democratie. In Nederland wil LN dat door de kroonjuwelen van D66 over te nemen met invoering van referendum, districtenstelsel en gekozen burgemeester. Maar verder door zulke belangwekkende zaken na te streven als minder belasting, meer sport op straat, een nationale schoonmaakochtend, minder ambtenaren en verkiezingen op zondag.

Maar er is nog een overeenkomst: de onderwijzer Gonzalo Cabrero Rios in Ayaví wil graag doorgeven aan politici in Lima dat zijn leerlingen daarboven in het Andesgebergte computers nodig hebben. Leefbaar Nederland wil dat ook: een laptop voor elke scholier. Toch klinkt dat anders. Dat komt omdat Leefbaar Nederland helemaal geen politieke partij is maar eerder een symptoom, nee, het bewijs dat, ook al beschikken mensen over radio, televisie of breedband ISDN internetverbindingen met de hele wereld, hun denkraam niet verder hoeft te reiken dan de ruimte tussen de hanenbalken en de eigen kontzak.

fgv@nrc.nl