De mantel der beschaving

Een mantelorganisatie! Hoe kwam ik erbij om dat gestaalde begrip uit de tijd van de Koude Oorlog te plakken op een Stichting die het nobele doel heeft om de teloorgang van de Nederlandse beschaving te keren? Naar eigen zeggen is het bestuur van de Stichting `Stop de uitverkoop van de beschaving' helemaal geen mantelorganisatie van de Socialistische Partij, maar een groep van elf verontruste burgers afkomstig uit kunst, wetenschap en cultuur. Met als streven om te voorkomen dat de beschaving die in eeuwen is opgebouwd, in één of twee generaties wordt afgebroken.

Dinsdagavond organiseerde de Stichting een debat over haar manifest in Felix Meritis, het voormalige bolwerk van de CPN in Amsterdam. Het werd een discussie die smoorde in eensgezindheid. Karl Marx schreef het al: de geschiedenis herhaalt zich, de eerste keer als tragedie, de tweede keer als farce. Maar het onderwerp leeft: zo'n tweehonderd mensen trotseerden de snikhitte van de bovenzaal om de confrontatie tussen drie ondertekenaars en drie critici van het manifest mee te maken.

Dorien Pessers, juriste en een van de ondertekenaars, vatte de doelstelling van de Stichting samen. Het gaat om verzet tegen de desastreuze effecten van de economisering van de publieke sector en om bezorgdheid over de afbraak van alles wat het leven van gewone mensen waardevol maakt. Toevallig worden die doelstellingen onderschreven door de SP en zitten er twee SP-leden (onder wie fractievoorzitter Jan Marijnissen) in het bestuur van de Stichting. Dat is de enige band tussen de SP en de Stichting.

Is dat alles? Nou, nee. Tribune, het partijblad van de SP, begon in oktober vorig jaar met de oproep `Het is nu of nooit – Stop uitverkoop beschaving'. In het juninummer van Tribune is het manifest (dat op 1 mei op de opiniepagina van deze krant stond) integraal afgedrukt onder de kop PAARS BETONROT. De Stichting beweert anders, maar de SP voert nog steeds actie tegen de uitverkoop van de beschaving. Tribune omarmt het manifest als burgerinitiatief en lezers worden opgeroepen zich aan te sluiten. Het secretariaat van de Stichting – zoals bekend een sleutelpositie in politieke frontorganisaties – wordt gevoerd door een medewerkster van de Tweede-Kamerfractie van de SP. Voorafgaande aan het debat in Felix Meritis werden de drie bestuursleden door Jan Marijnissen even apart genomen om de strategie van de avond door te nemen.

De Stichting noemt zichzelf onafhankelijk. Als dit geen mantelorganisatie is, dan laten de bestuursleden zich als `nuttige idioten', zoals Lenin dat noemde, voor het karretje van de SP spannen.

In lijn met de SP-traditie spreekt de Stichting zich uitsluitend tegen dingen uit. Tegen het neo-liberalisme, tegen de verschraling van de publieke sector, tegen de samenleving als economische productie-eenheid. Tegen de zondagsopening van winkels. Tegen verzelfstandiging, privatisering en marktwerking bij nutsbedrijven, het gevangeniswezen, de politie en de brandweer. Alsof iemand in Nederland voorstander zou zijn van privatisering van de politie of brandweer.

En natuurlijk tegen de krachten achter de Europese eenwording, de grote ondernemingen, en tegen de ondoorzichtige besluitvorming in `Brussel'. Karel Glastra van Loon, schrijver en SP-lid, bracht Karl Marx ter sprake. Na de val van de Muur is het gedachtegoed van Marx niet waardeloos geworden, betoogde hij. Het is volgens hem allemaal simpel: het grote geld dat voetbalspelers tegenwoordig verdienen, is pervers en weerzinwekkend. Universitair docent Dorien Pessers illustreerde de verloedering van de beschaving ook al met verwijzingen naar sporters als koopwaar en de weerzin van de F-side tegen de beursgang van Ajax.

Dit alles onderstreept volgens de ondertekenaars van het manifest het proces van de-civilisering dat gaande is.

De geijkte reacties op zo'n avond konden niet uitblijven: iemand uit het publiek haalde de zorg voor gehandicapte zwakzinnigen erbij waarop de overheid de bijdragen kort, een ander verwees naar de Nederlandse welvaart als onderdeel van het mondiale kapitalistische systeem en weer iemand anders kwam met de bejaarde vrouw in het ziekenhuis waar de verpleging geen tijd heeft om haar haar geregeld te wassen. ,,De terugtredende overheid zorgt voor shit'', vatte een aanwezige de stemming kernachtig samen.

In dit discours van neo-socialisme bestaat geen begrip voor elementaire beginselen van de markteconomie en de rol die ondernemingen spelen in de welvaartsschepping. Evenmin voor falende overheidsdiensten of voor sociaal-democratische hervormingen. Het gaat de ondertekenaars van het manifest om de teloorgang van de (semi)publieke sector. Hoe is het mogelijk dat jongeren een baan in het onderwijs en de gezondheidszorg tegenwoordig beschouwen als iets voor losers, vroeg Pessers zich af. Een medisch specialist in het publiek wist het antwoord: het komt door de onstuitbare opmars van de managers en hun budgetteringen. De boekhouders, díe maken de gezondheidszorg en het onderwijs kapot. Zijn oproep om de managers uit de ziekenhuizen te jagen, kreeg warm applaus.

Wég met de tyrannie van de managers en de consultants. Daar valt veel voor te zeggen, maar op zo'n platform stromen de steunbetuigingen tegen de uitverkoop van de beschaving niet binnen. Dus grossieren de ondertekenaars van het manifest met gevoelens uit de onderbuik, met hele en halve waarheden over alles wat er mis is in de wereld door de harteloze marktwerking die de paarse politieke partijen nastreven. Weg met gecompliceerde feiten, leve de utopie. Geen alternatieven, maar bewustmaking dat het zo niet langer kan. Zo'n morele oproep doet wonderen. De handtekeningenlijsten die de SP-medewerkster ronddeelde, werden gretig getekend.

rjanssen@nrc.nl