De biograaf mag geen feiten verzinnen

,,De meeste biografen hechten te weinig waarde aan beeldmateriaal', schrijft Joris Ivens-biograaf Hans Schoots in het jongste nummer van Biografie Bulletin. Het Bulletin is voor een deel gewijd aan het thema `de biograaf en zijn visuele bronnen', en Schoots verbaast zich over biografen die niet de moeite nemen (audio)visuele bronnen op te sporen. Als voorbeeld noemt hij filmbeelden van Couperus, die door diens biograaf Frédéric Bastet over het hoofd zijn gezien. Jammer, vindt Schoots, want de beelden geven een indruk van de lichaamstaal van Couperus, zoals we die uit geschreven tekst of op basis van een stilstaand beeld nooit hadden kunnen krijgen.

Veel minder belang aan beeldmateriaal hecht Virginia Woolf-kenner Hein Groen. Hij werkt aan een boek over de schrijfster van Orlando onder de titel Virginia Woolfs denkbeelden, en bij zo'n aanpak staan de overbekende, tot cliché's verworden afbeeldingen van Woolf volgens hem alleen maar in de weg.

Een oude discussie wordt in dit Biografie Bulletin nieuw leven ingeblazen in een essay van Annie M.G. Schmidt-biografe Joke Linders over A.S. Byatts recente roman The Biographers Tale. Dit sublieme boek handelt onder meer over de problemen waar een biograaf voor staat, zoals het dilemma: kan, mag of moet een biograaf feiten verzinnen? Het antwoord is volgens Linders eenduidig: wie een biografie schrijft, kan niet anders dan de feiten verdichten. Ik betwijfel of Byatt dit werkelijk van mening is (ik heb The Biographers Tale anders geïnterpreteerd), maar Linders vertolkt hiermee wel een gangbare mening.

Belangwekkender lijkt me de biografische opvatting van Maria Dermoût-bigraaf Kester Freriks. In zijn bijdrage `Pleidooi voor de transparante biografie' citeert hij met instemming Stephen B. Oates, die in de inleiding van zijn boek William Faulkner. The Man and the Artist (1987) opmerkt dat de ware biograaf een kunstenaar is die onder ede staat. ,,Hij kan geen feiten verzinnen, maar hij kan aan de feiten de verhalende vorm geven van het vertellen.' Freriks zelf voegt daar aan toe dat hij, werkend aan zijn biografie, ontdekte dat wetenschappelijke nauwgezetheid en bronnenonderzoek een even onontbeerlijke als vanzelfsprekende voorwaarde zijn: `de biograaf mag geen feiten verzinnen'. Overigens is het merkwaardig dat Freriks één wetenschappelijke discipline uitdrukkelijk uit de biografie wil mijden: ,,Psychoanalyse en psychologie horen niet thuis in een biografie. Beide zijn medische onderzoeksmodellen (...) om mensen ofwel te genezen ofwel hun een patroon te bieden, een stelsel van referenties, waarin zij zichzelf herkennen en waardoor zij meer zelfinzicht verwerven.' Als de psychologie mensen een patroon biedt om inzicht in zichzelf te krijgen, waarom zou zo'n patroon de biograaf dan niet kunnen helpen bij het duiden van de gebiografeerde? Moet, met andere woorden, een biograaf niet gebruik maken van alle beschikbare bronnen en disciplines?

Mogelijk strookt het inzetten van psychologische of psycho-analytische inzichten niet met Freriks' transparante methode: het `op suggestieve wijze verbindingen leggen, alsof de biografie grenst aan de roman, waarin de suggestie, het aanduiden, het sterkst werkt.' Maar niet iedereen is even enthousiast over deze tranparante methode. Literatuurwetenschapster Pamela Pattynama schrijft in een reactie op Freriks' bijdrage dat ze kregel wordt van de vele `lege plekken' in zijn Dermoût-biografie. ,,Ik meen,' schrijft ze, ,,dat Freriks te weinig ruimte opeist voor de analyserende en verklarende wetenschapper. Hij gunt te veel ruimte, niet zozeer aan de lezer als wel aan de schrijver.'

In de vorm van dergelijke hoogwaardige polemiek levert Biografie Bulletin een bijdrage aan de broodnodige theorievorming over het biografische genre waar het tot voor kort in Nederland aan ontbrak. Wellicht wordt het, als voer voor biografen en liefhebbers van biografieën, tijd voor een bundeling van het beste dat dit tijdschrift in ruim tien jaar heeft voortgebracht.

Biografie Bulletin, jaargang 11 2001,1. Uitg. Werkgroep Biografie. Prijs ƒ22,50,-