Baggeren doe je samen

Consolideer!, luidt in de wereld van de baggeraars het parool. De noodzaak daartoe is duidelijk. Overcapaciteit dreigt, dus kille sanering als er niets gebeurt. Maar wie gaat met wie? Verrassingen zijn mogelijk. Een rondgang door de baggerwereld. Gesloten familiebedrijven aan de ene kant, naar overnames zoekende bestuurders aan de andere. ,,De voorgenomen fusie is geen eindstation.''

Wat je ze ook vraagt, baggeraars zeggen altijd hetzelfde: `consolidatie is noodzakelijk' en `iedereen praat met iedereen'. Want de vier grote Nederlandse en twee Belgische baggerconcerns maken wereldwijd misschien de dienst uit, elkaar concurreren ze kapot. Almaar grotere schepen, waardoor overcapaciteit dreigt. Baggerprojecten die geografisch zo ver uit elkaar liggen, dat hoge kosten gemaakt moeten worden om de baggervloot te verplaatsen. De oplossing? Schaalvergroting door fusies of overnames.

De eerste die consolidatie nastreefde was Boskalis. Vorig jaar deed Nederlands grootste baggerconcern pogingen bouw- en baggerbedrijf HBG over te nemen. HBG weigerde. Begin dit jaar zag Boskalis zijn kans opnieuw schoon. De situatie leek ideaal. Zowel Boskalis als HBG's baggerdochter HAM had een nieuw mega-baggerschip besteld. Bij een fusie kon een van die bestellingen afgezegd worden. Een kostenbesparing van 130 miljoen euro (bijna 290 miljoen gulden). Boskalis bood, na een geheim eerste bod van 1 miljard gulden, uiteindelijk 1,25 miljard gulden voor HAM. Vriend en vijand waren het er over eens: dit overnamebod kón HBG gewoon niet afslaan.

Was HBG op het bod ingegaan, dan was het niet alleen zijn dochter – zijn meest winstgevende bedrijfsonderdeel – kwijtgeraakt, het had naar zijn gevoel ook zijn bedrijfseer verloren. In het diepste geheim voerde het concern besprekingen met Ballast Nedam. Twee weken geleden maakten ze hun fusie bekend: Ballast HAM Baggeren.

De toon was opeens anders. Niet meer dat iedereen met iedereen in overleg was, maar: ,,Wij hebben de leiding genomen in het consolidatieproces. Laten we hopen dat anderen dat voorbeeld volgen.'' Een opvallende uitspraak van een concern waarop consolidatieleider Boskalis al meer dan een jaar jacht maakte.

Wat blijft er nu nog te consolideren over? Een rondgang door de baggerwereld. Een wereld die bestaat uit zes partijen. Van groot naar klein in marktaandeel gemeten: Boskalis, DEME, Jan de Nul, HAM, Van Oord ACZ en Ballast Nedam.

Het Belgische DEME en het Nederlandse familiebedrijf Van Oord ACZ willen niet hardop mee nadenken over de baggersector. De aandeelhouders van Van Oord ACZ, de familieleden, zeggen niets te verbergen hebben, maar ze hebben de directie klemmend verzocht niet met mededelingen naar buiten te treden. Eén ding wil het bedrijf wel zeggen: Van Oord ACZ wenst niet overgenomen te worden.

Peter Berdowski, bestuurslid Boskalis:

,,De Nederlandse en Belgische baggeraars beheersen de wereldmarkt – maar dat kan efficiënter. De behoefte aan schaalvergroting groeit: zo worden de schepen groter, waardoor ook de investeringen toenemen.

We zitten nu aan het einde van een proces dat al twintig jaar duurt. De eindsituatie die binnen afzienbare termijn ontstaat, kent een beperkt aantal spelers. Wij menen dat consolidatie onvermijdelijk is. Wij willen een leidende rol in dat proces spelen. Jan de Nul en Van Oord ACZ zijn twee zeer succesvolle familiebedrijven en staan er beide verdomd goed voor. Het zijn zeker geen brekebeentjes.''

De woordvoerder van Jan de Nul

,,Zolang de markt voor bagger nog steeds in de lift zit, is voor een familiebedrijf als De Nul fuseren niet aan de orde. Probleem is wel dat iedere baggeraar aan capaciteitsuitbreiding doet, waardoor de onderlinge concurrentie nog scherper wordt.''

Carel Jan Reigersman, bestuursvoorzitter HBG:

,,Bij de bekendmaking van de fusie tussen HAM en Ballast Nedam Dredging heb ik de wens uitgesproken dat andere ondernemingen ook de voordelen van consolidatie inzien en ons voorbeeld volgen.

Er kan in de markt angst door onze fusie ontstaan. HAM kan de bestelling van een sleephopperzuiger afzeggen. In reactie hierop gaan andere ondernemingen misschien juist door met investeren om maar niet achter te blijven. Daardoor kan overcapaciteit ontstaan, en daarbij is niemand gebaat.

Iedereen weet welke partijen er zijn en hoe ze ervoor staan. Zo zijn er twee familiebedrijven: Van Oord en Jan de Nul. Zolang zij een opvolger hebben, is hun continuïteit gewaarborgd. Toch kan ik me voorstellen dat er uiteindelijk drie partijen in de baggersector over zullen blijven. Maar zoiets gaat met schokken. Op korte termijn verwacht ik geen nieuwe ontwikkelingen meer.

De combinatie die door onze fusie ontstaat geeft ons de mogelijkheid nieuwe markten aan te boren en nieuwe partijen te zoeken. Ballast HAM Baggeren zou nog verder kunnen groeien, dit hoeft geen eindstation te zijn. Maar vergeet niet: stap voor stap iets ondernemen is altijd het beste. Met dat in het achterhoofd blijf ik vrij kalm onder de hele situatie.''

Directeur J. Rovers van VBKO (Vereniging van waterbouwers in bagger-, kust- en oeverwerken):

,,Het zou me niet verbazen als de vraag naar baggeren over een jaar of vijf terugloopt. Maar een soort basisvraag zal altijd blijven bestaan: het gebrek aan ruimte, en daarmee de noodzaak nieuw land te creëren, zal er altijd blijven.

Baggerconcerns werken veel samen. Dat heeft te maken met risicospreiding en de mogelijkheid schepen beschikbaar te hebben voor nieuwe projecten. De bedrijven zijn elkaars beste vrienden, maar ook elkaars felste concurrenten. Het hoogste doel is het vergroten van marktaandeel, maar tegelijkertijd werken ze even zo vrolijk met elkaar samen. Tussen de bedrijven onderling bestaan grote cultuurverschillen. Dat heeft te maken met de achterban: moet er verantwoording afgelegd worden aan aandeelhouders of aan de familieleden? Familiebedrijven zoals Van Oord zijn zeer goed in staat zelfstandig te opereren, maar het bedrijf loopt wel tegen bepaalde risico's aan omdat schaalgrootte moeilijker te verwezenlijken is. Het Nederlandse baggerlandschap bestaat uit vier grote bedrijven, waarvan er nu twee fuseren en één – Van Oord – aan zijn zelfstandigheid hecht. Daarmee blijft er voor Boskalis verdomd weinig over.''

René Kottman, bestuursvoorzitter van Ballast Nedam

,,Vanaf maart vorig jaar heb ik gezegd: de schaal van Ballast Nedam Dredging is te beperkt en de vloot is te smal. Baggeren ging niet dood binnen Ballast, maar we moesten af van dat hit and run-beleid, van dat tussen opdrachten door snel de hele vloot naar een andere locatie op de wereld verplaatsen. Maar het baggeren helemaal afstoten is niet aan de orde. Wij zijn namelijk ook een bouwbedrijf, en als we ergens voor civiele werken bezig zijn, moesten we Boskalis inhuren voor de natte bouw. Wij doen dat liever zelf.

We zijn op zoek gegaan naar een andere partner, we wilden niet alleen door. Iedereen praat met iedereen in de baggersector, ik heb ook met Boskalis gepraat, maar daar zeg ik verder niets over. Van Oord is een heel ander bedrijf: dat is sterker op de Nederlandse markt dan andere grote baggeraars. Het is een goed bedrijf, maar de schaal kan Van Oord parten gaan spelen. Schaalgrootte is dé strategische factor voor elk baggerbedrijf.

Ballast HAM Baggeren zal de marktontwikkelingen gebruiken om verder te kijken. Een wereldspeler zoals we die nu zijn kan het zich niet veroorloven achterover te leunen en af te wachten. Maar wat er nog binnen Nederland over te nemen is? Ach, internationale consolidatie kan natuurlijk ook. En Belgen zijn internationaal.''

André Mulder, baggeranalist bij zakenbank Metzler:

,,Er zijn twee redenen waarom het verstandig is dat bedrijven in de baggersector naar consolidatie streven. Eén: de vloten van de ondernemingen zijn te klein. Dat heeft alles te maken met de kapitaalintensiviteit van de baggerindustrie. Omdat baggerprojecten zich over verschillende delen van heel de wereld bevinden, kost het een godsvermogen om constant met die bootjes heen en weer te varen. Van de nieuw aan te leggen havens in het Midden-Oosten naar de Maasvlakte en weer terug naar landaanwinningprojecten in Zuidoost-Azië.

Om het `ideaalcomplex', want zo noemt de sector het, van een vloot te creëren dat groot genoeg is om de schepen op bepaalde locaties te houden, moet je toch zeker uitgaan van 40 à 50 schepen. Zelfs de vloot van Boskalis, de grootste van het stel, is niet zo groot.

Twee: voor de hele sector hoeven bij consolidatie minder schepen gebouwd te worden. En dat is maar goed ook, want overcapaciteit dreigt. De eerste vier of vijf jaar kan de markt het grote aantal schepen nog wel aan. Maar wanneer de piek aan opdrachten in het Verre Oosten over enkele jaren voorbij is, zullen die teruglopende vraag en oplopende capaciteit een almaar groter gat slaan.

Het is daarom een goede ontwikkeling dat Reigersman van HBG de bouw van een jumbo-baggerschip kon cancellen. HBG zal nog wel meer strepen door geplande schepen zetten.

In de baggersector wil altijd iedereen een groter schip dan de concurrentie heeft. Dat werkt leuk als reclameleus: wij hebben het grootste schip ter wereld. Kijk maar: de nieuwe sleephopperzuiger Vasco da Gama heeft een laadruimte van 33.000 kubieke meter. Boskalis laat de laadruimte van het grootste schip, dat 23.000 kubieke meter was, prompt verlengen – zodat er nog 10.000 kubieke meter bagger bij kan.

De toenemende capaciteit van die schepen is een probleem voor de kleinere baggeraars zoals Van Oord ACZ. Ook zij moeten mee in het steeds opnieuw bestellen van grotere schepen, omdat het uitzicht op een mogelijke baggerorder anders steeds kleiner wordt. Van Oord is een echt familiebedrijf, dat bij hoog en laag blijft beweren dat het het baggeren alleen wel aankan. Ballast, tenslotte ook een kleintje in de sector, heeft niet zonder reden voor een fusie gekozen.

Het andere familiebedrijf, het Belgische Jan de Nul, is een echte cowboy. Het vecht met lage prijzen en blijft daardoor in de markt. Dat kan ook, want het bedrijf heeft financieel gezien vrij diepe zakken. Áls Jan de Nul al met iemand zou moeten samengaan, dan met landgenoot DEME. Want het lijkt erop dat de consolidatie binnen landsgrenzen moet gebeuren.

De twee Belgen hebben echter strubbelingen gehad en stemmen wat management betreft slecht overeen. DEME heeft bovendien vaak genoeg gezegd dat niemand hoeft aan te kloppen, Boskalis al helemaal niet. De twee grootaandeelhouders van DEME willen ook geen overname van DEME.

Voorlopig valt er verder dus weinig te consolideren, of het moest zijn dat Boskalis een reactie weet uit te lokken bij een van de andere partijen. Boskalis wil wel heel graag. Van Oord lijkt me de eerste die een move zal maken. Maar dat kan nog wel een paar jaar duren: bij Van Oord ACZ lopen nog heel wat Van Oords rond.''