Wahids wissels lijken te laat te komen voor IMF

De Indonesische president Wahid probeert met nieuwe benoemingen de relatie met het IMF te verbeteren.

,,Burhanuddin wie?'' kopte het dagblad The Jakarta Post vanochtend boven het hoofdartikel. Het sloeg op Burhanuddin Abdullah, een minder bekende vice-gouverneur van de centrale bank die gisteren door president Wahid is aangesteld als coördinerend minister van Economische Zaken. Dit was scepsis van de ongezouten soort, die dan ook al in de eerste zin verzacht werd. ,,Met alle respect voor de heer Abdullah'', aldus de krant, ,,maar deze benoeming roept vragen op over de prioriteiten van de president bij de aanpak van Indonesië's economische problemen.''

Abdullah neemt de plaats in van `superminister' Rizal Ramli, die werd doorgeschoven naar de post Financiën. De man die tot gisteren de Indonesische schatkist bewaarde, Prijadi Praptosuhardjo, verloor zijn zetel in het kabinet.

Een woordvoerder zei gisteren dat deze wissel is bedoeld om ,,de efficiëntie van het economische team te verhogen en de relatie met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) te verbeteren.'' Dat die verhouding beter kan, staat buiten kijf. Het Fonds schortte in december de periodieke uitbetaling van bijstandskredieten op, omdat Indonesië de deadline voor enkele afgesproken hervormingen niet had gehaald. Dit ondermijnde het vertrouwen in de toch al zwakke roepia en de koers zakte mede om die reden naar de laagste stand sinds het crisisjaar 1998. Een en ander plaatste de regering voor acute begrotingsproblemen, want het budget voor 2001 is gebaseerd op een aanzienlijk optimistischer verwachting over het koersverloop van de roepia.

Het is een publiek geheim dat de gisteren overgeplaatste Rizal Ramli, die namens de regering de onderhandelingen met het IMF voerde, slecht ligt in Washington. Ramli en de field officer van het Fonds in Jakarta, John Dodsworth, kunnen elkaar niet meer luchten of zien. Het heetste hangijzer is Ramli's voorstel voor amendering van de wet op de centrale bank, bedoeld om deze instelling met aangescherpte regelgeving te verplichten zich te verantwoorden. Die aanpassing is noodzakelijk om de huidige gouverneur, die dit ambt sinds de laatste jaren van het Soeharto-bewind uitoefent en met wie Wahid nog een appeltje heeft te schillen, te kunnen vervangen. Het IMF vindt dat de ontwerpamendementen de autonomie van Bank Indonesia (BI) bedreigen.

Die verstoorde relatie is lastig, want Indonesië en het IMF zijn tot elkaar veroordeeld. Als het Fonds zijn zegen onthoudt aan het Indonesische beleid en de betalingen niet hervat, zet dit het vorig jaar gesloten akkoord met de Club van Parijs over herstructurering van de Indonesische schuld op losse schroeven en komen leningen van de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank in gevaar. In IMF-kring geldt Indonesië als `too big to fail'. Terugtrekking van het IMF zou de Indonesische volkshuishouding over de rand van de afgrond duwen en met die Zwarte Piet wenst `Washington' niet te worden opgescheept.

Abdullah vertegenwoordigde in de jaren 1990-1993 Bank Indonesia bij het IMF in Washington en wordt kennelijk in staat geacht de vastgelopen contacten weer vlot te trekken. Een loffelijk streven, maar het tijdstip van de jongste wissel is hoogst ongelukkig. President Wahid moet zich uiterlijk op 1 augustus verantwoorden voor het Volkscongres. In brede kring wordt aangenomen dat zijn presidentschap dit gericht niet zal overleven. Vice-president Megawati Soekarnoputri loopt zich al warm voor de opvolging. Het is moeilijk voorstelbaar dat de geldschieters in Washington een nieuwe overeenkomst aangaan met het zittende – nu deels ververste – ministersteam. Abdullah's benoeming komt eenvoudigweg te laat.