Twijfel over koop Joint Strike Fighter

Staatssecretaris Van Hoof twijfelt hevig of hij de F16's moet vervangen door de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF).

De Amerikanen twijfelen mee.

Het pronkstuk van Boeing ziet er uit als een vliegend walvisje, dat van Lockheed Martin als een mug met twee extra verticale vleugeltjes. Het zijn de concurrenten voor een order van ten minste 3.000 Joint Strike Fighters (JSF's), de straaljagers waarmee Amerika en Groot-Brittannië de oorlog van morgen aankunnen.

De vraag is of Nederland ook meedoet. Staatssecretaris Van Hoof (Defensie, materieel) werd gisteren op de test- en opleidingsbasis van de Amerikaanse marineluchtvaardienst aan de monding van de Patuxent in Maryland voorgesteld aan de prototypes van beide toestellen. Nederland is alleen geïnteresseerd in de luchtmachtversie, maar beide constructeurs moeten ook versies maken voor vliegkampschepen, die (bijna) verticaal kunnen stijgen en landen.

Voor de staatssecretaris gaat het om de aankoop van de eeuw. Het enige dat hij zeker weet is dat de Koninklijke Luchtmacht tegen 2010 zijn 108 resterende F-16 gevechtsvliegtuigen moet vervangen. Maar terwijl het er jaren naar uitzag dat de keus van Nederland voor de JSF een uitgemaakte zaak was, lijkt het beeld nu minder scherp te worden. Niet alleen aarzelen de Amerikanen zelf of ze het JSF-project wel willen voortzetten, maar ook presenteert de Eurofighter Typhoon (waarin Britse, Duitse, Italiaanse en Spaanse bouwers participeren) zich als een nadrukkelijke concurrent.

Zoals altijd bij grote defensieorders, speelt op de achtergrond ook een rol hoeveel opdrachten er bij bedrijven in het bestellende land worden geplaatst. Het is echter Van Hoof nog allerminst duidelijk wat er voor de Nederlandse industrie aan compensatieorders in zit. ,,Men blijft zeggen: de beste producten worden gekozen''. Geen begin van garanties dus.

Wel nam juist gisteren een deel van het Nederlandse bedrijfsleven alvast een voorschot op deze compensatieorders. Zes Nederlandse bedrijven, waaronder Stork en Fokker Elmo, tekenden in het Haagse Hotel des Indes een memorandum of understanding met de Amerikaanse machinebouwer Pratt & Whitney. Als het hele project doorgaat, zullen zij een substantiële bijdrage leveren aan de JSF-motoren. Hiermee zou in totaal ruim vijf miljard gulden gemoeid kunnen zijn.

De Nederlandse bedrijven houden echter nog al hun opties open en spreken ook met de concurrent Eurofighter. Aangezien Eurofighter weer deels met de Airbus-productie is verweven, heeft ook dat de Nederlanders veel te bieden.

Van Hoof kon zich er intussen gisteren van vergewissen dat de JSF-toestellen militair gezien veel kunnen. Greg Fenton is testpiloot van de marine op de X-35, de JSF van Lockheed Martin. Hij noemt het ,,een verbazingwekkend vliegtuig, het gedraagt zich precies als de simulator''. Fenton, die meer dan 2500 uur op de F-18 in zijn logboek heeft staan, had na twee of drie keer het gevoel dat hij de marineversie van Lockheed Martins voorstel voor de JSF glad in de hand had. Hij heeft er nog niet mee op en vanaf een vliegdekschip gevlogen, maar wel onder vergelijkbare omstandigheden.

Jeffrey Karnes heeft Boeings eerste STOVL-versie (short take off and vertical landing) van de JSF uit Californië naar de oostkust gevlogen. Het ontwerp borduurt qua bruikbaarheid op plaatsen zonder gewone startbaan voort op de in Groot-Brittannië en bij de Amerikaanse mariniers populaire Harrier. De moeilijkste proeven heeft hij nog voor de boeg: het toestel uit supersonische `gewone' vliegstand in de verticale landingspositie brengen. Dat overschakelen moet de komende weken beetje bij beetje worden benaderd. ,,Zolang het saai blijft, gaat alles goed.''

Nadat hij de twee prototypes van dichtbij heeft bekeken, zijgt Van Hoof neer aan een picknicktafel met uitzicht over de Chesapeake Bay. De dag tevoren sprak hij met Paul Wolfowitz, tweede man op het Amerikaanse ministerie van Defensie. Die ontkende niet dat het lot van de Joint Strike Fighter kan worden beïnvloed door twee ontwikkelingen: het kostbare voornemen van de regering-Bush een ruimteschild te ontwikkelen en de grootschalige heroverweging van de hele Amerikaanse defensie-inspanning, die op het ogenblik wordt uitgevoerd onder leiding van Andrew Marshall. Die laatste studie kan leiden tot de wens een generatie bewapening over te slaan en de verdere toekomst in wapensystemen dichterbij te halen. Dat kan het JSF-programma de das omdoen, ook al is het met zijn nu betaalbare `stealth'-technologie een revolutionaire stap voorwaarts. Zelfs Amerika kan niet alles tegelijk bekostigen.

Een voordeel van deze onzekerheid is dat Van Hoof geen enkele druk meer ervaart van Amerikaanse kant om onmiddellijk met een Nederlandse beslissing te komen over deelname aan de volgende fase van de ontwikkeling van een Joint Strike Fighter. ,,Het is duidelijk dat nu geen enkele duidelijkheid te krijgen is over de politieke realiteit van het project'', constateert Van Hoof. De nog te bouwen luchtverdedigingsjager F-22 en een nieuwe versie van de F-18 strijden met de JSF om geld en steun.

Volgens het tot nu toe gehanteerde JSF-tijdschema kiest Washington in oktober tussen Boeing en Lockheed Martin. Daarna wordt het zaak voor buitenlandse gegadigden als Nederland (en onder meer Italië, Turkije, Noorwegen en Denemarken) in te tekenen. Groot-Brittannië heeft dat al gedaan en kocht voor 2 miljard dollar het recht de enige `Level 1'-partner te worden en directe invloed uit te oefenen op het project. Nederland zou `Level 2'-partner kunnen worden voor een bedrag in de orde van 1,25 miljard dollar en daarmee voor 5 procent meedoen in de ontwikkeling.

Zolang de toekomst van het JSF-project nog onzeker is en de inbreng van het Nederlandse bedrijfsleven onzeker blijft, is de conclusie van staatssecretaris Van Hoof voorlopig duidelijk: hij blijft winkelen.