Tarieven

ESTLAND HEEFT een belastingtarief voor ondernemingen van nul procent. Nu zal dat nauwelijks een reden zijn voor een Nederlandse onderneming om alle activiteiten naar dit Baltische landje te verhuizen, maar het geeft aan dat de tarieven van de vennootschapsbelasting niet alleen dienen om de schatkist te spekken. Ze fungeren ook om het economische vestigingsklimaat te beïnvloeden of om politiek gewenste ontwikkelingen langs de weg van de fiscaliteit te sturen. Staatssecretaris Bos (PvdA, Financiën) is voorstander van een belastingstelsel met een brede grondslag en lage tarieven. Dat wil zeggen: een zo breed mogelijke spreiding van de belastingheffing, met zo min mogelijk uitzonderingen waardoor de tarieven wat omlaag kunnen.

De vennootschapsbelasting krijgt minder aandacht dan de inkomstenbelasting. Daarom is het nuttig dat een commissie onder leiding van oud-politica Yvonne van Rooy (CDA) op verzoek van Bos onderzoek heeft gedaan naar de vennootschapsbelasting. `Verbreding en verlichting' heet het rapport dat Van Rooy deze week presenteerde. Het tarief van de vennootschapsbelasting moet volgens haar 5 procentpunten omlaag, van de huidige 35 procent naar 30. De kosten van de tariefsverlaging (vijf miljard gulden) kunnen betaald worden door een aantal fiscale uitzonderingen en subsidies te schrappen. De commissie stelt ook voor om de vrijstelling van de energiebelasting door grootverbruikers en de subsidie op de arbeidskosten voor laagstbetaalden (gedeeltelijk) te schrappen. Het eerste stuitte op werkgeversprotest, het tweede op dat van de vakbeweging. Zulke pavlov-reacties zeggen niet zoveel. Het is zeer de vraag of energie-intensieve industrieën in Nederland blijvend aangemoedigd moeten worden met lage energietarieven. Hetzelfde is te zeggen over de afdrachtskorting in een tijd van krapte op de arbeidsmarkt. In het vorige kabinet was dit troetelkind van toenmalig minister Melkert bedoeld om de werkloosheid terug te dringen. Als het gaat om werkbevordering aan de onderkant van de arbeidsmarkt en terugdringing van de armoede, zijn nu maatregelen met de inkomstenbelasting meer op hun plaats.

BIJ DE HUIDIGE vennootschapsbelasting is sprake van forse, sectorgebonden verschillen in de afdrachten. Het plan van Bos om dit recht te trekken door de grondslag te verbreden, minder uitzonderingen toe te staan en de tarieven te verlagen, verdient het in de komende kabinetsperiode zijn beslag te krijgen.