Rechter: accountant Vie d'Or zat fout

De accountants van de failliete verzekeraar Vie d'Or uit Veldhoven hebben onrechtmatig gehandeld. Dat heeft de rechtbank in Den Haag vandaag bepaald in een rechtszaak, die was aangespannen door de Stichting Vie d'Or. De stichting behartigt de belangen van de duizenden polishouders die de dupe zijn geworden van de veelbesproken ondergang in 1993.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de accountants van Deloitte & Touche hebben gehandeld in strijd met de normen en gedragsregels van hun beroepsgroep. Er bestaat een verband, aldus het vonnis, tussen de schade die de polishouders hebben geleden, en het onrechtmatig handelen van de accountants. Andere vorderingen van de Stichting Vie d'Or zijn afgewezen. De stichting had ook de Verzekeringskamer, het officiële toezichtsorgaan, aangeklaagd. Maar de rechtbank vindt dat dit instituut geen blaam treft.

Verder kwam de actuaris van Vie d'Or, de rekenmeester van de levensverzekeraar, onder vuur te liggen. De rechtbank verwijt de actuaris weliswaar enkele tekortkomingen, maar die zijn niet zo ernstig dat ze tot het faillissement hebben geleid. Daarom zijn de vorderingen afgewezen.

De stichting had alvast namens elf polishouders een schadevergoeding van 180 miljoen gulden geëist van Deloitte & Touche. De rechtbank heeft die eis afgewezen omdat het bedrag onvoldoende onderbouwd was, maar voegde er meteen aan toe dat de gedupeerden, met dit vonnis in de hand, later alsnog een claim kunnen indienen bij de accountants. Ze moeten hun eis dan wel nauwkeuriger onderbouwen.

De rechtbank heeft zich bij zijn vonnis gebaseerd op een uitspraak van het tuchtcollege van de accountants, die eerder al de accountants een schriftelijke berisping had opgelegd.

Levensverzekeraar Vie d'Or is in 1993 failliet gegaan, na een explosieve groei vanaf 1989. De Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof, die gespecialiseerd is in de toetsing van het gevoerde beleid bij bedrijven op verantwoord ondernemerschap, oordeelde in 1998 dat de directie, de commissarissen en de toezichthoudende Verzekeringskamer wanbeleid hebben gepleegd. De twee directeuren werden in maart van dit jaar door de rechtbank in Den Bosch ontslagen van rechtsvervolging, omdat het justitieel onderzoek veel te lang had geduurd.